Het stoffige heelal

Astronomie Herschelsatelliet is klaar met meten: vier resultaten. Margriet van der Heijden

Op 29 april werden de meetinstrumenten aan boord van de Europese Herschelsatelliet uitgezet. De koelvloeistof, 2.300 liter vloeibaar helium, was op. Zo steeg de temperatuur in de servicemodule vol elektronica en in de meetinstrumenten onder de telescoopspiegel. Het maakte de meetuitslagen zo onnauwkeurig, dat verder registreren geen zin had.

Vier jaar eerder, op 14 mei 2009, was de Herschelruimtetelescoop bovenop een zware Ariane-5 raket naar de ruimte gebracht. Daar draait de satelliet in een wijde baan om ‘Lagrangepunt 2’, een stabiel punt in de ruimte dat gelijk op met de aarde om de zon beweegt. De Herschelsatelliet had er de zon, de maan, en de aarde in de rug en richtte zijn spiegel (met een doorsnee van 3,5 meter de grootste in het ruimteonderzoek) op de ruimte.

Drie apparaten registreerden bij toerbeurten het infrarood licht dat die spiegel opving. Zulk licht wordt niet alleen uitgezonden door sterren, maar vooral ook door het gas en stof dat tussen de sterren hangt. De PACS- en SPIRE-camera’s gebruikten het voor infraroodopnames van sternevels en verre sterrenstelsels. Zo stapten ze in de traditie van William en Caroline Herschel die in de achttiende eeuw in Engeland voor het eerst verre en ‘stoffige’ nevels aan het firmament bestudeerden.

De onder Nederlandse leiding gebouwde HIFI-spectrometer ontleedde het infraroodlicht tussen 158 en 672 micrometer (iets korter dan microgolven uit de magnetron). Belangrijk, want de aard en temperatuur van de moleculen die het licht uitzenden, leggen de golflengte van dat licht vast. De golflengtes vormen zo een vingerafdruk die de samenstelling van het gas en stof tussen de sterren verraadt. De missie kostte ongeveer 1,1 miljard euro en leverde 35.000 opnames en spectra op. Vier astronomen beschrijven alvast hun favoriete Herschelresultaat.