Het is stil in het Seedorf-stadion

Het Surinaamse voetbal verkeert in crisis. Een nieuw bondsbestuur kan dat niet veranderen. Zelfs Clarence Seedorf heeft zijn activiteiten in het land opgeschort.

PARAMARIBO - Oud-verzetsstrijder van het Junglecommando, Ronnie Brunswijk (L), huidig voorzitter van de Surinaamse voetbalclub Inter Moengotapoe, voor aanvang van de wedstrijd tegen de club Robin Hood, in gezelschap van de trainer Henk Rayer (paars overhemd), oud-trainer van de Nederlandse voetbalclub VVV. ANP PHOTO ED OUDENAARDEN

Dinsdagavond, Essed-stadion, Paramaribo. Meervoudig landskampioen Transvaal speelt in de kwartfinales van de Surinaamse beker tegen Takdier Boys. Op de tribune zitten krap vijf keer zoveel mensen als er op het veld staan.

Bij de poort verkoopt Ashok Bainatsah nog een handvol kaartjes en schudt mistroostig het hoofd. Hij is administrateur bij de Surinaamse bond (SVB) en geeft aan dat de belangstelling bij competitieduels nauwelijks beter is. „Een paar honderd man. Bij de klassieker tussen Robinhood en Transvaal iets meer. Nu leeft het alleen op Moengo.”

Moengo is een voormalig bauxietstadje in het oosten, niet ver van de grens met Frans Guyana. Hier spelen de koplopers Intermoengotapoe en SV Notch hun thuisduels voor een fanatieke aanhang. ‘Inter’ is eigendom van Ronnie Brunswijk, ooit leider van het Junglecommando tijdens de Binnenlandoorlog in de jaren ’80. Nu is hij parlementariër en coalitiepartner van president Desi Bouterse – en goud-en houthandelaar. Tussendoor is hij bezig met het lokale voetbal. Niet alleen vanaf de zijlijn.

Bainatsah vertelt dat Brunswijk zichzelf op zijn 51ste nog opstelt in de spits. „Laatst maakte hij nog een strafschop tegen Notch. Ik heb me laten vertellen dat ze het op een akkoordje hebben gegooid zodat de twee clubs uit Moengo bovenaan bleven staan. Maar of Brunsie ons voetbal zo een goede dienst bewijst?”

Ook de positie van Robinhood staat symbool voor het niveau van het Surinaamse voetbal. De ploeg werd vorig seizoen afgetekend landskampioen, maar zag wegens geldgebrek ruim de helft van de selectie vertrekken. Suriname kent officieel geen profvoetbal: alleen de beste spelers kunnen rondkomen van winstpremies en onkostenvergoedingen. Zo kunnen spelers aan het begin van het seizoen gaan en staan waar ze willen. Gevolg is dat Robinhood met een veredeld jeugdteam tegen degradatie vecht. En geld voor deelname aan het Caraïbisch clubkampioenschap is er niet.

Suriname is afgezakt naar plaats 113 op de wereldranglijst. Ook omdat de nationale ploeg consequent wordt ontbonden zodra er geen officiële interlands zijn. Trainingskampen, toernooien of oefenduels leveren meer kosten dan baten op.

Aniel Ghisaidoobe, jarenlang bestuurslid van voetbalclub Leo Victor, zei onlangs dat alles bij het oude blijft na de SVB-bestuursverkiezingen van vorige maand: „Voor bepaalde mensen is een plek in het SVB-bestuur geen middel maar een doel. Daar hebben ze veel voor over. Ik weet dat clubbestuurders met een eigen bedrijf interessante orders kunnen verwachten als ze op de gewenste kandidaat stemmen. Zoals in ons land de ene hand de andere wast. En wie in het bestuur zit, heeft macht. Kan naar de FIFA-congressen en gratis naar het WK. Maar plannen voor de langere termijn? Ik ken ze niet.”

Bij de vorige bestuursverkiezingen leek er wél een kentering op komst. Vier jaar geleden diende zich een kandidaat-bestuur aan dat kon rekenen op de steun van Clarence Seedorf. De Nederlands-Surinaamse vedette liet in 2001 een stadion aanleggen op familiegrond in het district Para en was vastbesloten het nationale voetbal uit het slop te halen. Seedorf gaf geld voor een lokale jeugdcompetitie en probeerde via zijn vader en oom een gooi te doen naar het landelijke voetbalbestuur.

Daartoe liet hij een delegatie van zijn vroegere club AC Milan invliegen voor een presentatie over de opzet van een profcompetitie en jeugdopleidingen. En de Italianen hadden een uitgebalanceerd schema uitgedokterd dat de Surinaamse ploeg naar het WK van 2018 zou moeten brengen. Toch won het zittende SVB-bestuur de verkiezingen. Kennelijk was het Surinaamse voetbal nog niet toe aan verandering, verzuchtte oom Henry Seedorf destijds. Neef Clarence trok zijn conclusies en stapte met het voor Suriname gereserveerde kapitaal in de jeugdopleiding van Monza uit de Italiaanse Serie C.

Nu vormt het Clarence Seedorf Stadion het decor voor toernooien en veteranenwedstrijden. De jeugdcompetitie is ontbonden en het wachten is op betere tijden, vertelt Xaviera Jessurun, manager van het complex. Het bleek onmogelijk nog verder te gaan: „We kregen dit seizoen nauwelijks jeugdspelers meer op de been toen ouders contributie moesten betalen en zelf voor vervoer naar de trainingen moesten zorgen. De afgelopen jaren werd dat betaald. We constateren dat ons initiatief niet is opgepikt door de samenleving.”

Jessurun ziet samenwerking met de SVB niet zitten: „Wij staan altijd open om de jeugd en het jeugdvoetbal te ontwikkelen. Dat is ook de boodschap die Clarence uitdraagt. Maar dan moeten er eerst structurele veranderingen komen binnen de organisatie van ons voetbal.”