Goddelijke pokkenherrie

Bas van Putten maakt een bedevaart naar Stuttgart, in het nieuwste model van zijn onbereikbare jeugdliefde. Op zoek naar de ziel van de jarige Porsche 911.

1 1968, 911 Targa 2 1965, 911 2.0 Coupé 3 1999, 911 Carrera Cabriolet, Type 996 4 2012, 911 Carrera Coupé, Type 991 5 2011, 911 Carrera S Cabriolet, Type 991 6 1974, 911 Carrera Coupé, G-Series 7 1989, 911 Carrera 4, Type 964 8 1994, 911 Carrera Cabriolet, Type 993 9 1998, 911 Carrera Coupé, Type 996 10 2006, 911 Turbo Coupé, Type 997 11 1994, 911 Carrera Coupé, Type 993 12 2006, 911 Carrera 4, Type 9971

Eind jaren zeventig, ik was dertien, woonde bij ons in de straat de eigenaar van een florerend loodgietersbedrijf. Op een dag besloot hij dat hij loon naar werken had verdiend. Hij kocht een Porsche 911 SC.

Dagelijks hoorde ik hem die helse luchtgekoelde boxermotor starten met zijn ongewone plaats achter de achteras – de eerste, niet de laatste overeenkomst met de VW Kever. De Porsche rochelde met twee cilinders meer net zo weerbarstig en luidruchtig. Nooit heb ik zijn jockey durven vragen om een lift, hoewel ik brandde van verlangen. Mijn ouders hadden me bezworen dat hij niet kon deugen; zo’n auto was voor schorriemorrie.

Het is een typisch Hollands standpunt dat op televisie vele jaren later landde waar het hoort: in een komedie. Wat koopt de volkszanger Martin Morero in de serie Gooische vrouwen voor zijn meissie? Een 911, what else? Linda de Mol kopt schaterend het vonnis van mijn ouders in: nouveau riche.

Je vraagt je af waaraan de 911 de spot heeft verdiend. Beschaafder dan een klassieke 911 kan een sportwagen niet worden. Het is een sobere, bijna vriendelijke coupé met schaapachtig kijkende ronde koplampen. Alles aan de auto is strikt functioneel. Zo was hij ook bedoeld toen Ferdinand Alexander (roepnaam ‘Butzi’) Porsche hem begin jaren zestig ontwierp als opvolger van de 356, de eerste productie-Porsche. Een goed product, vond Butzi, kan zonder opsmuk. De 911 zou het alleen van zijn prestaties moeten hebben.

‘Mannenauto’ – nog zo’n hardnekkige gemeenplaats, met een kern van waarheid. Tot in de jaren negentig zijn 911’s ruwe bolsters. Het in 1997 geïntroduceerde 996-model is een trendbreuk. Het is de eerste 911 met watergekoelde motor en een interieur dat naast functionele noden ook esthetische behoeften lenigt. Het modieuze dashboard heeft een grootbeeld navigatiesysteem en meer knoppen dan noodzakelijk. Een zekere mate van spielerei doet zijn intrede. De 911 wordt milder, zachter, mensvriendelijker. Met een 911 van de twee laatste generaties, typecodes 997 en 991, rijdt de leek zo weg. Supersonisch laagdrempelig.

Nu viert het reutelende wonderkind van toen zijn vijftigjarige jubileum. In september 2013 is het een halve eeuw geleden dat Porsche op de Internationale Automobil-Ausstellung (IAA) in Frankfurt de 911 voorstelde. Verklaringen voor zijn lange adem liggen voor het oprapen: zijn tijdloze ontwerp, zijn blijvend maatgevende prestaties, zijn kwaliteit en duurzaamheid – een 911 gaat tonnen kilometers mee. Je zou ook kunnen zeggen: Porsche kwam niet van hem af.

Medio jaren zeventig waren ze er bij Porsche van overtuigd dat de 911 zijn langste tijd had gehad. In 1977 werd als zijn beoogde opvolger de 928 gelanceerd, een achtcilinder gran turismo met de motor voorin. Dat werd niks, de 911 hield stand. Het was een harde les. Toen hebben ze hem maar gehouden.

Geboortestad

Porsche viert zijn verjaardag met een grote 911-tentoonstelling in het Porsche Museum, open in juni, ik vier het met een bedevaart per 911 naar zijn land van herkomst. Onderweg naar Stuttgart, zijn geboortestad, vallen je als gastbestuurder van een nieuwe 911 4S, 400 pk, een aantal dingen op. De auto is weer grandioos en angstig snel. Het nieuwe Duitsland daarentegen blijkt een ramp voor hem, met wegwerkzaamheden die om de haverklap zijn vlucht naar voren remmen. Alleen op de terugweg kom ik met 270 kilometer per uur enigszins in de buurt van zijn topsnelheid (296!), en dat duurt maar heel even – net lang genoeg om te ontdekken dat de auto bij dat tempo even ontspannen aanvoelt als een Golf bij 150. Je moet de Autobahn af om zijn wezen terug te vinden. Op kronkelende Landstrassen is het alsof hij meebuigt met de weg. Zelfs voor een bestuurder met mijn onbeholpen motoriek is de 911 zo coulant dat het een dag lang lijkt alsof ik echt kan sturen.

Intussen gromt hij bijna zorgelijk beschaafd. Hebben ze hem zijn liederlijke strot ontnomen? Zelfs dat niet. Onder de sport- en supersportknop op de middentunnel bevindt zich het complete soundbyte-repertoire van mijn kinderjaren. Druk, en het effect is verpletterend. Het sportuitlaatsysteem schiet in ‘de akoestisch geoptimaliseerde modus’, deftig understatement voor de goddelijke pokkenherrie die ik meer dan dertig jaar geleden dankzij de loodgieter tegen de gevels hoorde knallen. Ik dank de Heer. Dit wil de man, zo pijnlijk is het.

Hoe in Nederland over die zwakte wordt gedacht, ontdek je als je 911 een cabriolet is. Met de kap neer vang je alle commentaren van passanten op. Het valt mee, de vaderlandse spot komt tegenwoordig sans rancune. Voor een stoplicht hoor ik iemand net niet cynisch ‘bofkont’ zeggen. Maar in Duitsland word je met een Porsche verafgood. Op een parkeerterrein in Stuttgart zie ik middelbare mannen kwijnend naar de auto kijken. Wonderschoon vinden ze hem, en bij het afscheid wensen ze me veel genoegen.

Als ik in Stuttgart ben, vertel ik het Dieter Landenberger, chef van het Porsche-archief en adjunct-directeur van het in 2009 geopende Porsche Museum, een indrukwekkend ruimteschip in de Porsche-wijk Zuffenhausen, waar zelfs de brandweer en de ziekenbroeders Porsche rijden. Geamuseerd hoort hij mijn anekdotes over de oude Hollandse rancunes aan. Zo zijn Duitsers niet. Een Duitse chirurg of ondernemer kan een 911 aanschaffen zonder gevaar voor reputatieschade. „Een Porsche is voor succesvolle mensen een respectabele manier om zich te onderscheiden – een teken van distinctie.”

Landenberger gidst me in het Porsche Museum langs heroïsche mijlpalen uit de Porsche-geschiedenis. De ontroerende blikkerige 356’s, Kever-derivaten die Ferry Porsche vanaf 1948 alleen in kleine oplage had willen bouwen, maar die zo onverwacht succesvol waren dat Porsche bijna per ongeluk een echt merk werd. De racewagens die Porsche op circuits en in de rallysport zijn mythische imago schonken. We zien het rijtje 917’s, monsters waarvan de heetste variant, de 917/30, de boeken haalde als ‘der stärkste Porsche aller Zeiten’; 1200 pk. Verderop ontmoeten we de Paris-Dakar-versie van de Porsche 959, die in 1986 een dubbele zege boekte in de gelijknamige rally. Landenberger, glimlach: „En dan te bedenken dat de servicewagen, de derde 959 in de race, zesde werd”. De zesde plaats voor de bezemwagen – dan ben je een voetbalclub waar zelfs de ballenjongen goed genoeg is voor een basisplaats.

We houden even in bij de Carrera GT, de tiencilinder supersportwagen die Porsche tussen 2004 en 2006 kleinschalig produceerde, een onbetaalbare dream car. Ach, spot ik Hollands, boy toy voor beleggers. „Ik ken iemand die er 300.000 kilometer mee heeft gereden”, corrigeert mijn gids. Zonder enig probleem, dat spreekt. Die achteloze superioriteit, dat is Porsche.

Hoe kan het dat een nieuwe 911 een sportknop nodig heeft om te herrijzen als de brulboei van mijn kinderjaren? Ik vraag het Dr. Bernhard Pfäfflin, als Leiter Akustik und Schwingungstechnik in het Porsche Entwicklungszentrum verantwoordelijk voor – ja, dat bestaat – het sound design van het model. Boven zijn steak in museumrestaurant Christophorus legt hij uit wat Porsche heeft gedaan om me mijn jeugdherinneringen terug te geven. De 911 moest comfortabeler en stiller worden, dat bleek de klant te willen. „Oké, zeiden we, dan gaan we de cabine beter dempen.” Maar het geluid is de ziel van de 911, en die mocht niet verloren gaan. „Dus als je op de sportknop drukt wordt de Sound-Leitung geopend, een soort gehoorgang van de motorruimte naar het interieur – zodat je weer de originele motorklank kunt horen. Heb je daarnaast het sportuitlaatsysteem, dan gaat ook daar een klep open.” Voor de techniek heeft Porsche een naam: de sound composer. Wat je hoort is puur natuur, getemd maar niet gebroken.

De 911 speelt met de fysica zoals Martin Morero met zijn stigma.