Gewelddadig, maar wel democratisch

De verkiezingen die zaterdag in Pakistan worden gehouden, dreigen extreem gewelddadig te worden.

Supporters cheer former Pakistani Prime Minister cheer with a stuffed toy tiger at a campaign closing rally in Lahore on May 9, 2013, two days before some 86 million registered voters will go to the polls to elect lawmakers to the lower house of parliament and four provincial assemblies. The frontrunner in Pakistan's election campaign, former Prime Minsiter Nawaz Sharif, gave an impassioned final speech to thousands of supporters today, promising to change the country's course if elected. Pakistan's general elections will mark the first democratic transition of power in the country's 66-year existence. AFP PHOTOS/ARIF ALI AFP

‘Ik verbaas me nergens meer over. Bijna dagelijks gebeurt er iets wat we nog niet hadden meegemaakt”, zegt Syed Abdul Ahad. Zojuist is tijdens een partijbijeenkomst een parlementskandidaat ontvoerd: Ali Haider Gilani, zoon van oud-premier Yousuf Raza Gilani. Gewapende mannen baanden zich schietend een weg, waarbij een dode en vijf gewonden vielen, en duwden Ali in een auto. Ahad is een van de leiders van het Free and Fair Election Network, een burgerorganisatie die toezicht houdt op het verkiezingsproces. Hij heeft de laatste weken al veel geweld meegemaakt, maar zo’n brutale actie zag hij niet eerder. Het is dan donderdag, twee dagen voor de verkiezingen. „Het is een wonder dat er nog campagne wordt gevoerd.”

De verkiezingen die zaterdag in Pakistan worden gehouden, dreigen de gewelddadigste te worden sinds de stichting van de islamitische staat in 1947. Tegelijkertijd vormen ze een overwinning: voor het eerst vormt de stembus de verbinding tussen twee democratisch gekozen regeringen. Eindelijk houdt het leger, dat gedurende bijna de helft van Pakistans geschiedenis de dienst uitmaakte, zich afzijdig bij verkiezingen. Maar opnieuw staat de democratie onder druk.

Sinds april vielen al ruim 100 doden bij aanslagen op politici en partijmedewerkers, doorgaans opgeëist door de TTP, een verzameling islamitische strijdgroepen die bekend staan als ‘de Pakistaanse Talibaan’. Die raakten in de loop der jaren verknoopt met al-Qaeda en met terreurgroepen voor de ‘bevrijding’ van Kashmir, dat deels in India ligt.

De Pakistaanse Volkspartij (PPP), die de vorige regering leidde, en haar coalitiepartners ANP en MQM worden het hardst aangevallen. De drie partijen steunden de legeroperaties tegen de Talibaan en betalen daarvoor nu de prijs. Ze houden geen grote bijeenkomsten meer.

Volgens opiniepeilingen zal de PPP door de kiezers hard worden afgerekend op een regeerperiode die werd gekenmerkt door besluiteloosheid, corruptieschandalen, economische crisis en geweld. Ook de religieuze partijen, die nooit een massa-aanhang hebben gehad en elke verkiezingen minder stemmen krijgen, zullen nauwelijks een rol spelen. De strijd gaat tussen de PML-N van tweevoudig voormalig premier Nawaz Sharif en de PTI geleid door oud-cricketaanvoerder Imran Khan.

De meeste peilingen tonen een overwinning voor de PML-N, maar de partij zal coalitiepartners nodig hebben. De PTI heeft een verbintenis met de PML-N en de PPP echter uitgesloten. Zij steunen op traditionele verwantschapsbanden en op kiezersgroepen die gepaaid worden met gunsten, liefst betaald uit de staatskas. Imran Khan beschuldigt hen van corruptie en nepotisme. Zijn hervormingsgezinde PTI wil met een grondige wijziging van het kiessysteem aan dat soort praktijken een einde maken.

Met een massabijeenkomst van 25.000 aanhangers in Islamabad sluit de PTI de campagne af. Slechts een deel van de bezoekers wordt gefouilleerd. Het is niet moeilijk om in de buurt van het podium te komen. Imran Khan, het hoofddoelwit van een eventuele aanslag, is er niet. Hij ligt in het ziekenhuis nadat hij vorige week van een geïmproviseerde lift viel: een plateautje bevestigd op de vork van een heftruck.

Met precies zo’n lift worden nu verslaggevers op het perspodium gehesen, dat bestaat uit gestapelde zeecontainers. Khan raakte onder meer gewond aan zijn ruggengraat. Per video houdt hij een toespraak waarin hij de traditionele achterban van andere partijen oproept te stemmen voor verandering. Na afloop blijkt de afsluitende rally groter dan die van de PML-N.

Imran Khans aanhang wordt vooral gevormd door de opkomende middenklasse. Noor-ul-Huda en Rid Ahmed, beiden 19 jaar, met kleurige hoofddoeken en hun gezichten geverfd in het groen-zwart van de PTI, beschouwen de inflatie als Pakistans grootste probleem. Hoe Khan daar een einde aan gaat maken weten ze niet, maar met hem als premier komt het vast goed. Adil Rasheed (20) zwaait met een grote PTI-vlag. Hij ziet de deplorabele staat van het onderwijs als grootste zorg.

‘Imran heeft een nieuw, gratis onderwijssysteem van hoog niveau beloofd”, zegt hij. „We moeten aansluiting behouden bij de wereld”.

Khan, die Pakistan in 1992 de cricket-wereldbeker bezorgde, is populair. Maar zijn drastische plannen om Amerikaanse drones te laten neerschieten en geen geld meer aan te nemen van de VS en internationale instellingen worden beschouwd als onrealistisch. Zonder steun komt de wankelende Pakistaanse economie tot stilstand, en vijandschap met de VS kan Pakistan zich niet veroorloven.

Van Nawaz Sharif, die twee keer kort premier was, wordt juist gezegd dat hij verstandiger is geworden. Sharif komt uit een zakenfamilie en richt zich op economisch herstel. Ook wil hij de macht van het leger aan banden leggen. Toen hij dat in 1999 probeerde, pleegde generaal Pervez Musharraf een staatsgreep en werd hij verbannen naar Saoedi-Arabië. Verwacht wordt dat Sharif nu omzichtiger te werk zal gaan.

Afgelopen week maakte Sharif bekend dat hij net als Imran Khan de Pakistaanse steun aan de Amerikaanse strijd tegen het terrorisme wil intrekken. Dat leidde tot alertheid in het Westen. Pakistan is een onmisbare bondgenoot in de strijd tegen al-Qaeda. De Afghaanse Talibaan krijgen steun van hun Pashtun-broeders aan de Pakistaanse kant van de grens.

Het Westen beschuldigt de Pakistaanse geheime dienst ISI ervan hen te trainen en te bewapenen, wat Pakistan categorisch ontkent. Met de terugtrekking volgend jaar van de Navo-troepen uit Afghanistan is Pakistaanse steun van groot belang. Bovendien biedt Pakistan met zijn unieke geografische positie de sleutel tot economische voorspoed in Zuid-Azië. Dat wordt door de voortgaande malaise in het Westen steeds belangrijker.

De PTI en de PML-N bleven gevrijwaard van grote aanslagen, hoewel de Talibaan ook deze partijen beschouwen als te seculier. Vermoed wordt dat de bereidheid bij zowel Khan als Nawaz om met de Talibaan om tafel te gaan daarbij een rol speelt. Het geweld tegen de overige partijen maakt volgens Syed Abdul Ahad van FEFAN de verkiezingsstrijd ongelijkwaardig. „Dit bedreigt het democratische karakter. De Talibaan hebben ook gedreigd stembureaus aan te vallen.”

Toch zet zijn organisatie bij de verkiezingen 40.000 waarnemers in. Ondanks de dreiging verwacht Ahad een hoge opkomst. De vele populaire nieuwszenders brengen de politiek tegenwoordig in elke huiskamer. Bij de laatste verkiezingen was de opkomst een schamele 44 procent. „Nu hebben veel meer kiezers zich geregistreerd”, zegt hij. „Niemand weet hoe ver mensen bereid zijn te gaan in het weerstaan van de Talibaan. We zien wel dat de kiezers heel gemotiveerd zijn. Ze willen een sterker Pakistan.”