Adviseur Gezondheidsraad: eerder vaccineren tegen baarmoederhalskanker

Een meisje wordt ingeënt tijdens een grote vaccinatie-actie in Sporthallen-Zuid in Amsterdam in 2010. Foto ANP / Evert Elzinga

De leeftijd waarop meisjes worden gevaccineerd tegen baarmoederhalskanker moet worden verlaagd van 12 naar 9 jaar. Uit vaccinatieprogramma’s in het Verenigd Koninkrijk en Australië blijkt heel duidelijk dat veel meer meisjes zich dan laten vaccineren.

Dat zei adviseur bij de Gezondheidsraad Chris Meijer zaterdag op Radio 1. Door dit vanuit de basisschool te regelen zou het percentage meisjes dat wordt gevaccineerd tegen het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken stijgen naar zo’n tachtig procent. Nu ligt dat nog rond de 59 procent.

Op hun twaalfde beginnen meisjes volgens Meijer al na te denken over seksualiteit, schrijft persbureau Novum.

“En dan moeten ze ook nog eens nadenken over wat de gevolgen kunnen zijn wanneer ze met het virus in aanraking komen. Dat is een discussie die heel moeilijk is en die je eigenlijk zou kunnen voorkomen door die met de ouders te voeren, zoals we dat ook doen wanneer tegen tetanus, polio of mazelen wordt ingeënt.”

Bij de invoering van het vaccin in 2009 kwam het tot een conflict tussen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en onder meer de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken, die meisjes opriep zich niet te laten vaccineren. De vereniging stelde dat de risico’s op lange termijn niet helder zijn. Maar het RIVM wees erop dat veel onderzoek is gedaan, al werd wel aangegeven dat risico’s nooit zijn uit te sluiten.