Een bad in de menigte

Alex Stripunsky - Ray Robson, Amerikaans kampioenschap Saint Louis 2013. Wit begint en wint.

In 2000 werd Viswanathan Anand voor het eerst wereldkampioen. Een halve wereldkampioen, kun je zeggen, want er was ook nog Vladimir Kramnik, die toen de ‘klassieke wereldkampioen’ werd genoemd, omdat hij Garri Kasparov in een match had verslagen en daardoor de lijn voortzette die in 1886 met Wilhelm Steinitz was begonnen.

Anand werd wereldkampioen van de FIDE in een knock-outtoernooi dat in New Delhi werd gespeeld, met een staartje in Teheran. Ik was er niet bij, maar van een ooggetuige heb ik gehoord dat het in New Delhi een ware verschrikking voor Anand was.

Hij was in India een nationale held en zodra hij de toernooizaal uitkwam, werd hij overvallen door honderden fans die zich op hem stortten, vochten om hem aan te mogen raken en als ze de kans hadden gekregen, hem als trofee mee naar huis hadden genomen. Anand durfde zijn hotelkamer nauwelijks uit te komen en het was een geluk dat de laatste partijen in Teheran werden gespeeld en dat hij daar wereldkampioen werd, anders was hij in India door zijn bewonderaars uit liefde opgegeten. Sindsdien heeft hij, afgezien van wat simultaanséances, nooit meer in India gespeeld.

Dit jaar moet hij er toch aan geloven, want de tweekamp die hij in november tegen Magnus Carlsen om het wereldkampioenschap moet spelen, is door de FIDE in handen gegeven van de Indiase schaakbond. Het gaat gebeuren in Chennai, de stad die vroeger Madras heette en waar Anand is opgegroeid. De FIDE had wat goed te maken, omdat India ook al de vorige match van Anand tegen Gelfand had willen organiseren, maar toen in een dubieuze procedure door de Russen was gepasseerd.

Carlsen was erg boos. Hij wil een open veiling van zijn match en hij heeft daar goede redenen voor, want hij is zo’n superster dat hij kan verwachten dat er in alle grote wereldhoofdsteden liefhebbers zullen zijn. Er was al een bod van Parijs, gesteund door de burgemeester van die stad, dat bijna een miljoen dollar hoger was dan dat van Chennai.

Knarsetandend heeft Carlsen zich bij de beslissing van de FIDE neergelegd. Nu lijkt het of Anand in het voordeel is, omdat hij op eigen grond mag spelen, in zijn eigen stad. Maar ik denk dat ook hij veel liever in Parijs zou spelen, waar meer geld was en waar hij gewoon over straat kan lopen zonder door een opgewonden menigte van bewonderaars doodgeknuffeld te worden. Alleen, als nationale held kon hij dat niet zeggen. Zoals een Nederlandse koning moet koekhappen en de driekusman moet dansen, zo heeft ook de tijger van Madras verplichtingen aan zijn volk.

In Noorwegen is een zeer sterk toernooi aan de gang waarin Carlsen en Anand afgelopen donderdag tegen elkaar speelden. Ik had die ouverture van hun match graag laten zien, maar er valt niet veel over te zeggen. Carlsen had het met wit wat druk, Anand verdedigde zich goed, het werd remise.

Daarom is hier de partij uit de laatste ronde van het Grand Prix toernooi in Zug, waarover ik vorige week schreef, van toernooiwinnaar Topalov.

Veselin Topalov - Sergei Karjakin, Grand Prix, Zug 2013

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. g3 c5 4. d5 exd5 5. cxd5 d6 6. Pc3 g6 7. Lg2 Lg7 8. Pf3 0-0 9. 0-0 Te8 10. Pd2 Pbd7 11. a4 a6 12. a5 Een bescheiden zet. De hoofdvariant begint met 12. h3, maar daarna kan de strijd erg scherp worden. Topalov was al toernooiwinnaar, zelfs als hij deze partij in de laatste ronde had verloren. Hij was niet erg ambitieus meer. 12...b5 13. axb6 Pxb6 14. Pb3 Lf5 Karjakin is wel ambitieus. Het is bekend dat het voor wit moeilijk is om na 14...Pc4 15. Ta4 Pb6 16. Ta2 Pc4 remise door zetherhaling uit de weg te gaan. 15. Pa5 Pe4 16. Ld2 Pxd2 17. Dxd2 h5 18. e3 h4 19. Tfe1 Dg5 20. Pa4 Teb8 21. Pc3 Terug naar waar hij vandaan kwam, want 21. Pxb6 Txb6 22. Pc4 Tb4 23. Pxd6, wat wel zijn oorspronkelijke bedoeling zal zijn geweest, ziet er na 23...Txb2 niet goed uit voor wit. 21...Dh5 22. f3 Dh8 Dit damefianchetto oogt fraai, maar het is niet erg effectief. Na het gewone 22...hxg3 23. hxg3 Lh3 zou zwart niet slechter staan, maar dat was hem niet genoeg. 23. g4 Ld7 24. h3 f5 25. g5 f4 Zwart moest zich al zorgen gaan maken, maar dit pionoffer om zijn loper te activeren, is geen goede oplossing, vooral omdat nu veld e4 vrij komt voor wits paard. 26. exf4 Ld4+ 27. Kh1 Dg7 28. Lf1 Waarschijnlijk was 28. Pc6 ook sterk, maar wit staat al zo goed dat hij het rustig kan aanpakken. Hij haalt eerst zwarts mogelijkheid Pb6-c4 er uit. 28...Te8 29. Pe4 Kh8 Capitulatie. Als zwart zichzelf in de verdediging op zou vouwen met 29...Df8 30. Pb7 Pc8 heeft wit veel goede zetten en 31. b4 zou zelfs een mokerslag zijn. 30. Pxd6 Txe1 31. Txe1 Tf8 32. Te4

Zie diagram.

De doodklap. Wit staat al een paar pionnen voor en brengt nu ook de mogelijkheid f4-f5 gevolgd door Txh4+ in de stelling. 32...Pxd5 33. Pb3 Lc6 34. f5 gxf5 35. Txh4+ Kg8 36. Pxd4 cxd4 37. Lc4 De5 38. Dxd4 Dxd6 39. Th6 De7 40. Lxd5+ Lxd5 41. Th8+ Zwart gaf op.