Diploma-PvdA en fraude-VVD als onheilspellende voortekenen

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: ongemakkelijke gelijkenissen tussen de problemen van Weekers (uitkeringsfraude) en Samsom (illegalen).

Het zijn weken waarin je denkt: die Crisis, hoe gaat het daar eigenlijk mee?

Woensdagmiddag, voordat ik naar Samsom in Groningen reed, had ik Godfried Engbersen aan de lijn. Een hoogleraar sociologie (Erasmus) die de Haagse tongval van zijn jeugd nooit helemaal verleerde. En een man die de zeldzame kunst verstaat kennis van het straatleven te combineren met academische logica. In de jaren tachtig deed hij, onder andere met Kees Schuyt, schitterend onderzoek naar het alledaagse leven van de werkloze.

Hij richt zich nu alweer jaren op illegalen. Hij legde me in een paar zinnen uit dat hij nogal opkeek van het verzet in de PvdA tegen de strafbaarstelling van illegaliteit. De Vreemdelingenwet (2000) en de Koppelingswet (1998), onder de PvdA ingevoerd, verslechterden het leven van illegalen dramatisch. Hun kansen op de arbeidsmarkt krompen, hun recht op onderwijs en andere voorzieningen verdween. Dit, zei hij, „heeft veel illegalen de criminaliteit ingedreven”.

Dus dat PvdA’ers zich nu keren tegen ‘criminalisering van illegalen’ – als principe begreep hij het, zei Engbersen, maar verder was zijn achting voor het plotselinge alarm nogal laag. Het effect van deze strafbaarstelling is „zeer beperkt’’, zei hij, nu vaststaat dat de politie niet gericht zal speuren naar illegalen. Het woord hypocrisie leek hem op zijn plaats. „Ik vraag me af’’, zei hij „of dit wel over illegalen gáát. Of wil de PvdA gewoon zijn ergernis over dit kabinet kwijt?’’

’s Avonds in Groningen, waar Samsom dus was, had de partijafdeling plakken notencake voor de leden klaargelegd. Zelfgemaakt, zo te zien: verantwoord links gebak. Het publiek oogde onmodieus – weinig hoornen brillen, veel mannen in een vaal jack, een vrouw die een klokrok droeg. En stuk voor stuk mensen die, als ze het woord namen, de omgangscodes van de partij op hun duimpje bleken te kennen.

Naast mij zat Klaas Swaak, ook zo iemand: een 77-jarige oud-wethouder Sociale Zaken van Groningen. Hij bleek de aanleiding van het avondje „geneuzel’’ te vinden. Eerst instemmen met een regeerakkoord en dan op „een symbolisch punt’’ afstand nemen – hij vond het waardeloos van zijn partij. Onzinnig. Flauwekul.

En zo kwamen wij te spreken, terwijl de partijleider zijn critici overlaadde met beleidsfeitjes, over wat hier werkelijk aan de hand was. Indachtig de opmerking van Engbersen vroeg ik waarom de grootste sociaaldemocratische partij nou net dit symbolische thema uitkoos om haar stem te verheffen. En niet bij voorbeeld het ‘crisisbeleid’ dat vooral de traditionele PvdA-achterban raakt: minder zorg voor ouderen, duurdere zorg voor iedereen, lagere uitkeringen, groeiende winst voor ziekteverzekeraars, miljardensteun voor banken.

Klaas Swaak legde uit, in een genuanceerd betoogje, dat Groningen nu eenmaal een studentenstad is, zodat de partij hier al decennia geleden in handen van hoogopgeleiden kwam. Net als later in de rest van het land. De klik met de traditionele achterban, die al zwak was, ging zo verloren. Je deed er niets aan. Zelfs toen het communisme ineenstortte, vertelde Swaak, haalde men in Oost-Groningen, traditioneel CPN-gebied, de neus op voor de PvdA-doctorandussen. „Het is nu PVV-gebied’’, zei hij.

Dit deed me denken aan hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens, die ooit de Diplomademocratie introduceerde: beroepspolitici die de bevolking niet meer vertegenwoordigen omdat ze bijna allemaal hoogopgeleid zijn. En aan ombudsman Alex Brenninkmeijer, die er dit voorjaar de Diplomabureaucratie aan toevoegde: overheidsregels die worden geschreven door hoogopgeleiden, waardoor gewone mensen er geen touw aan kunnen vastknopen.

Analoog hieraan, beaamde Swaak, is er ook een Diploma-PvdA ontstaan: een partij waar hoogopgeleiden discussies over onderwerpen voeren waar gewone mensen, ook gewone illegalen, vrijwel niets mee opschieten.

En dat diezelfde hoogopgeleiden PvdA’ers zich niet erg om de Crisis bekommeren is niet vreemd: die term wordt weliswaar veel gebruikt, maar onderzoek leert dat verrassend weinig Nederlanders dit als groot probleem ervaren.

„Men zou kunnen verwachten’’, schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in zijn laatste kwartaalbericht (Burgerperspectieven, 29 maart), „dat met de aanhoudende crisis de aandacht voor economische kwesties de afgelopen jaren sterk is toegenomen en mede daardoor de aandacht voor sociale kwesties is verminderd. Dat blijkt slechts beperkt het geval.”

Want na vijf jaar Crisis zijn Nederlanders, aldus het SCP, nog steeds bezorgder over samenleven (normen en waarden/identiteit) dan over economie: 37 procent ziet deze kwesties als grootste maatschappelijke probleem, slechts 26 procent de economie. Dus je kunt ook zeggen: als vijf jaar crisisaankondiging zo’n beperkte invloed heeft op het crisisbesef, wordt het misschien tijd de ernst van die hele Crisis te relativeren.

Maar goed – duidelijk is dat mensen die Crisis intussen wel vrezen. Logisch na alle dreigberichten. Ook wat dat betreft is de laatste Burgerperspectieven een onmisbare bron. Mensen met een hogere opleiding – zoals dus die actieve PvdA-leden – hebben inmiddels door dat het voorlopig zo’n vaart niet loopt met die Crisis. Maar mensen met een lage opleiding blijken zeer ontvankelijk te zijn geweest voor de onheilstijdingen: zij vrezen het meest de gevolgen van de Crisis. Zij zijn ook het meest afhankelijk van de overheid, en dit is de paradox: juist onder deze mensen is het wantrouwen tegen diezelfde overheid het grootst. Voeg daaraan toe dat 60 procent van alle middelbare scholieren vmbo volgt, en het is duidelijk: de kans op een populistische opstand blijft onheilspellend groot.

Het interessante is natuurlijk dat VVD en PvdA in de formatie dezelfde analyse maakten. Wouter Bos schreef vorig jaar, een dag voordat hij informateur werd, in de Volkskrant dat Rutte en Samsom hun electorale succes dankten aan „een bewuste poging laag opgeleide [burgers] weer naar zich toe te halen’’.

Het kosmopolitisme van de spraakmakende elites was losgelaten om laagopgeleiden te bedienen, aldus Bos. Toen al gebruikte hij de term bruggen slaan: „tussen hoger opgeleiden en lager opgeleiden, tussen kosmopolieten en bange burgerij, tussen de vooruitgangsoptimisten en de bezorgden”.

Dus dat in het regeerakkoord van weerskanten werd gelet op de laagopgeleide achterban, zie de veiligheids- en migratieparagraaf, zie de strafbaarstelling van illegaliteit, was geen toeval. Des te ongemakkelijker dat Samsom nu zijn eigen Diploma-PvdA tot bezinning moet brengen. Hij overleeft het vast – al komt de leiderschapstest vroeg voor een leider die pas acht maanden terug een klinkende zege boekte.

Ingewikkelder voor de coalitie is intussen dat staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD), in de zaak van de toeslagenfraude, óók tegenover de eigen achterban is komen te staan. Belangrijke spelers waren deze week afwezig (Rutte!), maar ambtenaren kregen de indruk dat de VVD Weekers wil behouden. Je vraagt je af wat ze in die kringen bezielt.

Bestrijding van uitkeringsfraude was hét thema waarmee Wiegel de VVD in de jaren zeventig transformeerde tot volkspartij. Voor Weekers zijn er verzachtende omstandigheden – de honderden onderzoeken die zijn gedaan, de overbelasting van zijn ambtenaren, het toeslagensysteem als zodanig. Maar een VVD’er die 2,5 jaar geen greep krijgt op een stelsel dat kwetsbaar is voor georganiseerde uitkeringsfraude, heeft tegenover de traditionele VVD-achterban, die Wiegel op handen draagt, natuurlijk geen verhaal.

Acht jaar Paars leidde in 2002 ten slotte tot Pim: VVD en PvdA waren zo innig tevreden over elkaar dat zij de sentimenten van hun traditionele achterbannen vergaten. Vandaar dat Rutte en Samsom met dit schrikbeeld voor ogen hun regeerakkoord schreven.

Het zou bijzonder knap zijn als hun partijen, Crisis of niet, dit eendimensionale lesje van 2002 nu alweer weten te vergeten.