De grootste goudmijn voor Jan de Belegger

Internet biedt particuliere beleggers een rijkdom aan gratis informatie, zo constateerde deze column vorige week. Dat helpt hen zelf de beste producten te kiezen, en hun vermogen goed te spreiden. Maar aan dat informatieaanbod valt nog veel te verbeteren, stelde Dennis van Leeuwen van de jonge Nederlandse provider Fondshuis.nl. „Ik neem eventuele dividenden en uitbetaalde rentecoupons mee in mijn prestatieberekeningen. Dat doen andere aanbieders bijna nooit.” Hij verwees daarbij naar het Amerikaanse Morningstar, een van de grootste en bekendste vergelijkingssites voor beleggingsproducten ter wereld.

Klopt niet, zegt San Lie, hoofd research van Morningstar Nederland. „Wij betrekken dividenden en coupons juist wel in onze berekeningen. Er zullen uitzonderingen zijn, maar onze norm is wel degelijk total return: het rendement inclusief uitgekeerde rente of dividenden. En na aftrek van kosten.”

Morningstar is in Nederland de meest gebruikte bron voor onderlinge vergelijking van producten als beleggingsfondsen en trackers ofwel ETF’s – ook in deze column. Tijd om die bron zelf eens onder de loep te nemen. Joe Mansueto begon Morningstar in 1984 in Chicago, en hij is nog steeds de baas. Sinds 2005 is het bedrijf beursgenoteerd. Vorig jaar maakte het een nettowinst van 102 miljoen dollar op een omzet van 658 miljoen. Van die omzet komt 354 miljoen uit de verkoop van data over 422.000 producten (beleggingsfondsen, ETF’s) en negen miljoen individuele effecten (aandelen, obligaties, futures, grondstoffen en valuta’s). Het meeste – 300 miljoen – verdient Morningstar aan informatiemaatwerk voor banken, professionele beleggers en vermogensbeheerders, zoals onderzoek in opdracht en terminals met speciale features. De publieke sites brengen ‘slechts’ 54 miljoen op, waarvan 60 procent uit abonnementen voor een Premium-versie en 40 procent uit advertenties. Morningstar gaat prat op zijn onafhankelijkheid. „Wij laten ons nooit betalen door aanbieders om hun producten te beoordelen.”

Het bedrijf is vooral bekend om zijn jaarlijkse awards voor de beste fondsen, de beste fondsmanagers en de beste fondsenhuizen; en star ratings – de beoordeling van fondsen en trackers met 1 (slecht) tot 5 (uitmuntend) sterren. Volgens critici zijn de Morningstarprijzen vooral bedoeld om adverteerders vriendelijk te stemmen.

Klopt ook niet, zegt Lie. „Wij delen die prijzen ieder jaar uit, maar wel op grond van onderzoek dat meerdere jaren teruggaat.” De fondsen met de meeste sterren, zo blijkt uit cijfers van drie jaar geleden, hebben niet alleen de beste rendementen maar ook de laagste kosten, het laagste risico gemeten naar volatiliteit (uitschieters naar boven en beneden) en de meeste skin in the game van hun managers: zij investeren gemiddeld 3 ton in dollars aan eigen geld in hun eigen fonds, tegen een dikke 1 ton bij de slechtste presteerders.

Hoe het ook zij, gratis vergelijkingssites zijn goudmijnen, en Morningstar is veruit de grootste. Toch komt Jan de Belegger er nauwelijks. Dat zegt vooral veel over hem. Daarover binnenkort meer.

Journalist Joost Ramaer schrijft elke week over beleggingszaken.