De Aldi onder de gezinswagens

kijkt er van op dat je voor 20.000 euro een prima Skoda Rapid kunt maken.

Toen Tsjechië nog de linkerkant van Tsjechoslowakije was, kocht je, wanneer je niets met auto’s had maar toch een nieuwe wilde, voor een habbekrats een Skoda 105 of 120. Medio jaren tachtig betaalde je zegge 10.000 gulden voor de technisch prehistorische prijspakker uit het Oostblok.

De vriendelijk ogende sedan met de motor achterin was een bron van wederzijds onbegrip tussen kenners en leken. De pers laakte zijn onvoorspelbare gedrag in bochten, de Skoda-rijder stuurde gewoon wat voorzichtiger. Die dacht met enig recht: als het maar rijdt.

De muur viel, Skoda werd ingelijfd door Volkswagen. Skoda’s werden VW’s in Tsjechisch uniform, steeds beter en steeds duurder. De prijzen naderen intussen het niveau van A-merken. Dat is in de haak, ze zijn hun geld waard.

Maar alles goed en wel, nog altijd zijn er mensen die voor niet te veel geld een doodnormale auto willen. Zolang de verkoopstatistieken en de leasebudgetten tot de hemel reikten, zag de industrie die groep niet staan. De Skoda-familieman, die niet om snelle bochten maalde, verdween achter het rookgordijn van onbegrensde welvaart. Nu geen hond meer auto’s koopt, komt hij als doelgroep weer in beeld. Voor de pragmaticus levert Skoda naast de VW Up!-kloon Citigo sinds kort de Rapid, de Aldi onder de gezinswagens.

Het merkwaardige aan die lancering is dat Skoda sinds kort een ander model voert dat er sterk op lijkt, de nieuwe Octavia. Evenals de Octavia is de Rapid een forse vijfdeurs middenklasser met een enorme kofferruimte en veel beenruimte achterin. Alleen is de Rapid duizenden euro’s goedkoper. Het lijkt kolder om twee lookalikes vrijwel gelijktijdig op de markt te brengen. Zie het als een voorzorgsmaatregel. De Rapid is voor klanten voor wie de Octavia te begrotelijk dreigt te worden. Hij is Plan B voor als de vrije val in de verkopen aanhoudt.

Strippen

Skoda houdt de Rapid goedkoop door te besparen op kleinigheden. De Rapid heeft geen regensensor, geen traploos verstelbare rugleuningen voor, geen afsluitbaar tankklepje. Een deel van de technische componenten stamt van oudere modellen. Je krijgt trommelremmen achter, lang niet gezien in deze klasse.

Maar strippen werkt. Een Rapid Active Go met een 86 pk leverende TSI-motor, ruim voldoende, kost inclusief airco nog geen 16.000 euro. Elektrische ramen en centrale deurvergrendeling met afstandsbediening heb je dan al wel. Een basis-Octavia met dezelfde krachtbron en een airco kost al meer dan 20.000 euro. Dat is een gat van 4.000 euro. Voor particulieren zijn dat beslissende verschillen, voor de leaserijder zou het punt van overweging kunnen zijn dat hij de Rapid door zijn lage aanschafprijs binnen zijn budget kan bestellen met meer extra’s. Navigatie, stoelverwarming en cruise control zijn gewoon verkrijgbaar, als je maar betaalt.

Is het wat? Zonder voorbehoud: ja. Beroepsbeoordelaars vonden hem niet helemaal je dat; tikje goedkoop, tikje stuiterig. Dat is de welvaartsreflex; vallen over materiaalgebruik en een verfijningsgraad waaraan de doorsnee automobilist geen boodschap heeft. Geen Rapid-klant zal zich verbannen voelen naar het stenen tijdperk. De auto is uitstekend afgewerkt, alle noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen zijn aan boord, de displays voor boordcomputer en radio-cd-speler ogen even chic als in normale Skoda’s.

Een week rijden brengt geen constructieve onvolkomenheden aan het licht. De Rapid blijft stil en comfortabel. De simpele constructie van de Skoda werpt op alle fronten vruchten af. Hij weegt 1.055 kilo, negentig minder dan een Octavia met dezelfde motor. Daardoor is de topsnelheid iets hoger en het verbruik marginaal lager. Hij is, ook fijn, zeven centimeter smaller dan de Octavia. Dat geeft in krappe parkeergarages meer bewegingsvrijheid, en voor de interieurruimte maakt het weinig uit.

De Octavia is geraffineerder, maar het subtiele onderscheid zou mij geen vier mille waard zijn. Ik kijk er best van op dat ze voor dit geld zoiets kunnen maken. Waarom lukte dit niet eerder, fabrikanten? Omdat het niet hoefde. De klant betaalde toch wel.

Onthoud dit, consumenten. Als jullie willen, kost een fijne, ruime middenklasser met een topscore in de Euro NCAP-crashtest voortaan all-in geen cent meer dan 20.000 euro. Vooralsnog houdt het kopersvolk zijn stand op. Hier gingen dit jaar bijna vier keer zoveel Octavia’s als Rapids van de hand. Maar ik verwacht een kentering die de krachtsverhoudingen op de markt dramatisch zal herijken.