'Competitie werkt stimulerend'

Hans Clevers (56) won onlangs een prijs voor zijn baanbrekend onderzoek naar het ontstaan van darmkanker en is president van de KNAW.

Door Charlotte van ’t Wout

Amsterdam 1-5-2013 Levenslessen: Hans Clevers Foto Maurice Boyer

Onzekerheid

„Mijn scheikundeleraar had een schuurtje waar hij ’s avonds chemicaliën verkocht. Dus toen ik een jaar of 14 was, timmerde ik op zolder een heel scheikundelab met bunsenbranders, om te experimenteren. Dan maakte ik bommen. Ik haalde als kind gemakkelijk hoge cijfers. Een tijd wilde ik kinderarts worden. Maar dan pas je bestaande oplossingen toe op problemen. Een onderzoeker heeft totale onzekerheid, alles ligt open – dat spreekt me aan.”

Excelleren

„In een laboratorium werken zelden supergenieën, maar vooral doorsnee mensen. Ik heb moeten leren dat ik de eisen die ik aan mezelf stel, niet aan anderen kan stellen. Niet iedereen wil of kan net zo gefocust zijn. In het begin werd ik boos als ze afspraken niet nakwamen. Nu weet ik: een individu hoeft niet te excelleren, als de groep het samen maar wel doet. Daar ligt mijn taak.”

Vertrouwen

„Wetenschappers zijn paranoïde. We denken al snel dat iets is gestolen, wantrouwen elkaar snel. De collega in je ene onderzoek is wellicht later je concurrent. Nieuwe onderzoekers in mijn lab proberen ook wel eens elkaar af te troeven, of te onderhandelen over data. Dat smoor ik in de kiem. Ik leer ze te delen en elkaar te vertrouwen. Juist daarom geloof ik dat mijn lab met één vinger in de neus op kan tegen die grote universiteiten.”

Onderhandelen

„Toen ik werd gevraagd als president van de KNAW ben ik bewust ook doorgegaan als onderzoeker. Deels omdat ik er simpelweg niet uit wíl. Ik heb honderdduizenden concurrerende kankeronderzoekers in de wereld; als ik nu vier jaar niet meedoe, loop ik ver achter. Maar ik wil ook bewijzen dat je dit kan combineren. Het geeft me toegevoegde waarde in onderhandelingen met bestuurders, ze nemen me serieus omdat ik in het onderzoeksveld sta.”

Slagvaardig

„Ik heb niet het soort slimheid van mijn voorganger Robbert Dijkgraaf. Dat hele abstracte, zoals de relativiteitstheorie, zou ik niet kunnen bedenken. Ik heb eerder de unieke combinatie van flexibiliteit en slagvaardig zijn, op het juiste moment. Ik durf ergens vol voor te gaan, als ik het idee heb welke kant ik op moet zoeken. Mensen zijn kuddedieren. Niemand had nog goed naar de gezonde darm gekeken voordat wij daar ontdekkingen deden.”

Kritiek

„Voordat je wordt gepubliceerd in topbladen geven collega’s anoniem commentaar op je onderzoek. Zodra ik het woord unfortunately lees, leg ik het weg, lezen lukt pas een dag later. Het voelt toch alsof ik mijn hoofd op een hakblok leg. Soms is de kritiek terecht, maar er zitten ook drogredenen bij die ik moet weerleggen. Eerst word ik boos, daarna komt energie vrij en word ik strijdvaardig. Dan vind ik het wel weer leuk, dan is the heat on.”

Competitiedrang

„Er heerst grote competitie onder wetenschappers, met al die ranglijsten. Je moet ook de trucs kennen: ik schrijf liever in een tijdschrift dan in een boek, want boeken worden in onze discipline niet geciteerd. Als het even moet, zullen wetenschappers meedogenloos zijn. O ja, ik ook hoor. Competitie werkt voor mij stimulerend, al ben ik nooit oneerlijk of onethisch. Natuurlijk kun je tweede worden. Maar dat moet niet te vaak gebeuren.”