Auto van de week

De Mercedes S is een sprookje dat kapot kan.

De Mercedes S-klasse is wat het koningshuis voor royalisten is; een ontzagwekkend sprookje. Elk nieuw model is een uitstalkast van technologische wonderen: zelfsluitende deuren, dubbele beglazing, nachtzichtcamera’s die beelden van de duisternis met röntgenachtige precisie voor je projecteren op een breedbeeldscherm.

De aanstaande zesde generatie, type W222, laat op het snijvlak van techniek en megalomanie geen trefkans onbenut. De eerste foto’s tonen een hoogzwanger reuzenlijf van staal en glas. Voorstoelen met „massagefunctie volgens het hot stone-principe”, verwarmbare armleuningen en ‘gordel-airbags’. De vreselijke waarheid dat het allemaal kapot kan, siddert na in advertenties voor gebruikte exemplaren: „Perfecte staat, voor 10.000 aan facturen ter inzage”. Mijn beide S-klasses hielden overigens moedig stand; geluk is met de dommen. Over twintig jaar koop ik stralend fatalistisch een W222. Rijden mag ik er dan niet meer mee van de milieupolitie. Ik parkeer hem na zonsondergang in het bos, schakel de motor uit, open het thermopanevenster, activeer de nachtzicht-assistent en de massagefunctie van mijn jagerstroon, en ga klimaatneutraal op herten schieten. Ik zal de laatste speler zijn in het theater van de grootspraak. (BvP)