Alleen, zonder ouders, zonder broer

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat.Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Mijn ouders en mijn broer liggen naast elkaar begraven. In november 2008, een maand na zijn begrafenis, was de grafsteen van mijn broer geplaatst. Toen, bij hun graf, besefte ik: jullie zijn weer met z’n drieën, zoals jullie altijd een drie-eenheid zijn geweest. En ik sta hier alleen, zoals ik me altijd een beetje een buitenbeentje heb gevoeld. Maar ik leef! En vanaf nu kan ik helemaal m’n eigen leven leiden.

„Mijn vader overleed in 2001: tachtig jaar, plotseling, in z’n slaap. Verdrietig – maar ook iets om vrede mee te hebben.

„Achteraf gezien is ’t het begin geweest van een heftige periode. In 2003 kreeg ik een burn-out. Ik werkte al een jaar of twintig op het hoofdkantoor van een grote bank. De combinatie van burn-out en reorganisatie bleek geen gelukkige te zijn: in 2005 raakte ik m’n baan kwijt. Een maand nadat ik m’n handtekening onder de vertrekregeling had gezet, besloot ik te scheiden van mijn man. Ik dacht: dan maar helemaal schoon schip maken.

„In die tijd had mijn moeder steeds meer zorg nodig. In 2006 kwam ze in een verzorgingshuis terecht. Ze overleed in juli 2008. Toen mijn broer en ik een maand later bezig waren haar appartement te ontruimen, zei ik: ‘Ik hoop dat mijn zeven magere jaren nu voorbij zijn, dat ik eindelijk weer aan mezelf kan toekomen’. Mijn broer was zwaar vermoeid. De huisarts zei: ‘Dat hoort bij de rouwfase’. Ik was eigenlijk een beetje nijdig op hem, ik dacht: verman jezelf, laat mij die enorme opruimklus niet alleen opknappen!

„Begin september kon mijn broer vrijwel geen stap meer lopen. Onderzoek. Wat bleek? Leukemie. Drie weken later overleed hij.

„De fase van me-time, van tijd voor mezelf, was nog helemaal niet aangebroken. Van alles wat ik in de afgelopen jaren heb meegemaakt, heeft de dood van mijn broer op mij de meeste impact gehad. Sowieso zou een broer of zus het langst met je moeten kunnen optrekken in je leven. Je bent van dezelfde generatie. Je deelt hetzelfde DNA, dezelfde opvoeding, dezelfde familiegeschiedenis – op veel verschillende manieren ben je vervlochten met elkaar.

„Ik kan niet eens zeggen dat ik zo’n diepgaand contact had met mijn broer. We zagen elkaar vooral met verjaardagen, Kerst en de jaarwisseling. En toch, toen mijn broer opeens ook wegviel, brak voor mij de moeilijkste periode aan. Het gevoel van bevrijding, dat ik even had gevoeld toen ik de grafstenen voor het eerst bij elkaar zag staan, hield geen stand. Ik besefte: ik sta er vanaf nu helemaal alleen voor, ik ben de enige die nog leeft van ons gezin.

„Amper was het huis van mijn moeder ontruimd, of ik moest nog een nalatenschap afwikkelen. Mijn broer was vrijgezel, ik was zijn enige erfgenaam. Er is een fase geweest waarin ik elf verschillende aangiftes bij de Belastingdienst had lopen.

„Doordat de dood van mijn broer zo plotseling was gekomen, hadden we vooraf niks kunnen bespreken over zijn bezittingen en wensen. Bij het leegruimen van zijn huis was ik gedwongen al z’n papieren en spullen door m’n handen te laten gaan. Ik voelde me een voyeur, vond het confronterend en buitengewoon akelig.

„Zijn huis stond afgeladen vol: vierduizend cd’s, drieëneenhalfduizend dvd’s, vierduizend boeken, tachtig truien, driehonderd stropdassen, zeventig horloges, tientallen vulpennen – het is ongelofelijk wat ik allemaal ben tegengekomen. Wat moest ik ermee?

„Ik had natuurlijk een opkoper kunnen inschakelen. Dan was ik in een klap van z’n hele boedel af geweest. Maar dat vond ik niet respectvol tegenover mijn broer. Bovendien heb ik van huis uit meegekregen dat je zorgvuldig met spullen omgaat. Ik wilde zo veel mogelijk dingen een goede bestemming geven.

„Ik denk dat ik twee jaar lang zo’n twee dagen in de week bezig ben geweest met mijn broers nalatenschap, en de jaren erna nog wel één dag per week. Nog steeds ben ik niet al zijn spullen kwijt. Hij is daardoor in mijn leven aanwezig geweest op een manier die intenser was dan ooit tijdens zijn leven. Zowel praktisch als emotioneel heb ik dat als een zware belasting ervaren.

„Het is een misschien een cliché, maar de magere jaren hebben me ook gevormd. Ik ben mezelf behoorlijk tegengekomen, ik heb mezelf beter leren kennen, ben er sterker uitgekomen, ik heb mijn echte vrienden leren kennen en ben het leven veel meer gaan waarderen.

„Pas nu, bijna vijf jaar na de dood van mijn moeder en mijn broer, begin ik te merken dat ik mijn aandacht en energie weer meer naar buiten kan richten. Eindelijk. De afgelopen jaren is mijn wereld klein, te klein geweest. Het is de hoogste tijd dat ik nu echt mijn eigen leven ga oppakken.”

Tekst Gijsbert van Es

Reacties: via nrc.nl/hetnabestaanTwitter: #nrc #hetnabestaan