Zschäpe werkt als magneet

In het gewoel bij de rechtbank in München vanwege de berechting van neonazi Beate Zschäpe staat een zeer oude man met een bordje. Oude mannen in Duitsland hebben om voor de hand liggende redenen altijd mijn bijzondere aandacht.

Eigenlijk moet je natuurlijk letten op de hoofdzaak bij een demonstratie. Dat wil zeggen: het doel van de demonstranten, de manier waarop zij dat onder de aandacht brengen en de reactie van de autoriteiten. Maar deze man met zijn bord staat omhoog te kijken naar de kantoortoren van de rechtbank zoals een hond naar de maan.

‘Duitsland is een schurkenstaat met nazi-justitie in München’, staat op zijn bord. De letters lijken uit krantenkoppen geknipt. Zoals anonieme dreigbrieven in Amerikaanse films. ‘Georganiseerde criminaliteit in de rechtbank is maffia in München in de hoogste rangen van justitie’, gaat het bord verder.

„U bent hier niet om Zschäpe?” vraag ik. De man kijkt me argwanend aan. Enorme borstelige wenkbrauwen, ogen vergroot door dikke plusglazen, gehoorapparaatjes in het brilmontuur achter de oren. „Ik ben een journalist uit Holland”, zeg ik, in de hoop dat hij dat geruststellend vindt. „Dit is uw kans op een scoop”, antwoordt hij. En hij begint zijn stoffen schoudertas te openen.

Maar plotseling is er tumult. Een paar Turkse meiden proberen gillend door het politiekordon te dringen. Agenten duwen de meiden sussend terug. Ondertussen draaft een peloton agenten in groene stoeiuitrusting, dus zonder helm maar met wapenstok, de straat over om demonstranten daar te fixeren. Tegelijkertijd draaft een peloton tv-camera’s rond. „We roepen de politie van München op te deëscaleren”, zegt een van de leiders van de demo door de microfoon.

Maar dat doet de politie dus al. „Wat gebeurt er eigenlijk?” vraagt een oudere politieagent aan een persfotograaf halverwege een lantarenpaal. „O, niks”, antwoordt die. „Een paar provocateurs.”

Het proces trekt niet alleen demonstranten tegen neonazi’s aan. Al die tv-camera’s blijken als een magneet te werken op mensen met uiteenlopende grieven en doelen. Bij een stoplicht staat een man te briesen tegen vier agenten die hem hebben tegengehouden. De man heeft een T-shirt aan vol woedende teksten tegen asbest. Maar het bord dat hij in de lucht steekt, gaat over de ‘joodse kwestie’. Niet geheel duidelijk is welke kwestie hij op het oog heeft. Weer een andere oudere heer overhandigt met enige aandrang een complete pleitnota. Hij wijst naar de overkant waar een groot spandoek hangt, ook tegen ‘nazi-justitie’ en een verwijzing naar München als bakermat van Adolf Hitler. „Ik hoor bij dat spandoek”, zegt de heer en verdwijnt weer.

Even tevoren is een dikke man met een verontrust gezicht een uiteenzetting begonnen over de ware achtergronden van de zaak-Zschäpe. Uiteindelijk blijkt hij hier te staan omdat hij gelooft dat zijn broer vier jaar geleden door de geheime dienst is vermoord. Hij haalt een klein strooibiljet uit zijn zak. „Kijk maar op deze website, daar vindt u alle bewijzen.”

Die stoffen tas van de oude man bevat een jarenlange briefwisseling tussen hem en de justitie. Hij heeft in 2004 een klacht ingediend tegen een bank die 77.000 euro van hem heeft verduisterd. „Maar de aanklagers hebben mij stelselmatig genegeerd.” Hij toont een document als bewijs. „Iedereen is omgekocht, de rechtbank en de Duitse pers ook.”

Ik wijs hem op het spandoek aan de overkant, ook tegen nazi-justitie. Waarom gaat hij niet met die andere man samenwerken? Hij ziet de tekst over Hitler. En zegt dan lachend: „Och ja, der Hitler, die krijgt alles in zijn schoenen geschoven. Hij kon gewoon goed praten in het openbaar, maar hij was heus niet alleen.” Ik wil weten hoe oud de man is. En weer lacht hij. Dan zegt hij: „Ik ben van 1933. Ik kon Hitler dus niet tegenhouden.” Hij kijkt omhoog naar de rechtbank. Haalt zijn schouders op. „Weet u: het belangrijkste is dat men gezond blijft.”