Zijn de kledingmerken ook verantwoordelijk?

Kledingfabrikanten die te maken hebben met de ingestorte textielfabriek in Bangladesh moeten voor de rechter worden gedaagd, vindt Louise Vytopil.

Bij het ineenstorten van de kledingfabriek een buitenwijk van de Bengaalse hoofdstad Dhaka, zijn zeker 900 mensen om het leven gekomen. De instorting zou te wijten zijn aan slechte kwaliteit van het gebouw en trillende generatoren. De reacties lieten niet lang op zich wachten. In de media riep de Schone Kleren Campagne op tot „engagement” door westerse kledingmerken en het uitbetalen van financiële compensatie aan families van de slachtoffers. De fabriekseigenaar werd gearresteerd en wordt mogelijk strafrechtelijk vervolgd in Bangladesh. Ook werd de mogelijkheid van handelssancties tegen Bangladesh uitgebreid belicht. Maar tot op heden is één relevante invalshoek onbesproken gebleven: de mogelijkheid om westerse bedrijven die gebruik maken van fabrieken als die in Savar in een civielrechtelijke procedure aansprakelijk te stellen en de schade die slachtoffers lijden te verhalen.

Een dergelijke procedure, die inzicht zou geven in de mate van verantwoordelijkheid die westerse bedrijven hebben ten aanzien van hun handelsketens, is zeker mogelijk. Ngo’s in verschillende westerse landen hebben al eerder vergelijkbare juridische en semi-juridische procedures tegen multinationals geïnitieerd. In ons land werd een procedure gestart tegen graanbedrijf Nidera, dat ervan beticht werd gebruik te maken van slavernij in haar handelsketen in Argentinië. Ook oordeelde de rechtbank in Den Haag in januari dat Shell haar zorgplicht geschonden had en aansprakelijk was voor de schade die een boer in Nigeria leed als gevolg van olielekkage aan leidingen van het oliebedrijf. Niet eerder kwam het voor dat een Nederlands bedrijf hier door de rechter aansprakelijk bevonden werd voor mensenrechtenmisstanden die in het buitenland begaan waren. Zulke procedures worden veelal aangespannen bij een westerse instantie, omdat in de landen waar de schade zich voordoet het juridische systeem vaak kwaliteit, efficiëntie en onafhankelijkheid ontbeert.

In het geval van de ramp in Bangladesh is het denkbaar dat een procedure wordt gestart door een (groep van) slachtoffers van die ramp, maar ook een al dan niet speciaal voor deze ramp opgerichte ngo zou kunnen proberen de schade te verhalen op westerse kledingbedrijven die bij de productie in Savar betrokken zijn.

Zo’n procedure is niet alleen mogelijk, maar ook wenselijk. Een ramp als deze illustreert hoe noodzakelijk het is dat we duidelijkheid verkrijgen over de rol en (juridische) verantwoordelijkheid van westerse bedrijven van wie de productie in lagelonenlanden als Bangladesh gevestigd is. Een dergelijke procedure zou helderheid verschaffen, aan zowel het bedrijfsleven als de geëngageerde consument. Het zou vragen beantwoorden als: wat mogen we nu precies verwachten van Nederlandse bedrijven? Hoe ver moeten zij gaan in het screenen van hun handelsketen, temeer als duidelijk is dat audits maar beperkt inzicht geven in die ketens en deze vaak uit een enorm aantal schakels bestaan? Als de handelsketen mensenlevens eist, moeten bedrijven zich dan terugtrekken van productie in de betrokken fabrieken of juist blijven en pogen de arbeidsomstandigheden te verbeteren? Zijn westerse bedrijven, kortom, medeverantwoordelijk voor schade die werknemers in lagelonenlanden lijden?

In de tussentijd kiezen verschillende bedrijven ervoor om dan maar helemaal geen productie meer uit te zetten in landen als Bangladesh. Zo besloot de Walt Disney Company eerder dit jaar na de fabrieksbranden in Pakistan productie van Bangladesh en Pakistan te verplaatsen naar minder risicovolle landen. Het moge duidelijk zijn dat hiermee het onderliggende probleem vermeden wordt. Een exodus van westerse bedrijven lost het probleem van beroerde arbeidsomstandigheden die mensenlevens kosten immers niet op.

Door middel van een procedure gericht op het verhalen van de schade zou eindelijk inzicht kunnen worden gecreëerd in de rechten, plichten en verantwoordelijkheden van westerse bedrijven en hun handelspartners. Zo’n procedure kan die verplichtingen verduidelijken en op termijn vergelijkbare rampen voorkomen.

    • Louise Vytopil