Winst zorgverzekeraars te hoog, geef dat geld terug

De zorgverzekeraars maken te veel winst en al dat geld kan terug naar de verzekerden, stellen Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink.

De afgelopen twee jaar hebben de gezamenlijke zorgverzekeraars ruim anderhalf miljard euro winst gemaakt. Winsten ontstaan uit verplichte premiebetalingen van burgers. Gemiddeld hebben zorgverzekeraars anderhalf tot tweemaal zoveel reserves in kas als door de Nederlandsche Bank wordt voorgeschreven. Het is terecht dat er discussie is ontstaan over het teruggeven van de winsten van zorgverzekeraars aan burgers.

Zorgverzekeraars verzetten zich hiertegen. Zo beweren sommige zorgverzekeraars dat door de hoge winsten de premies dit jaar niet omhoog zijn gegaan. Dat is onjuist. De premies konden dit jaar gelijk blijven omdat het eigen risico omhoog is gegaan van 220 naar 350 euro. Daarnaast lijkt – mede door het scherpere inkoopbeleid van de zorgverzekeraars – een einde te zijn gekomen aan de extreme groei van de zorgkosten. De verwachting is dat de zorgverzekeraars ook dit jaar weer een miljard euro winst zullen maken.

Een ander verweer van de zorgverzekeraars is dat ze door DNB gedwongen worden steeds hogere reserves aan te houden. De eisen die DNB stelt aan de reserves van zorgverzekeraars zijn inderdaad absurd te noemen. Over deze hoge reserves zegt Ruben Wenselaar, lid van de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar Menzis in NRC Handelsblad van 6 mei: „Als de inkomsten stilvallen kunnen we twee à drie maanden vooruit. Meer niet. Dat is de reden waarom we buffers nodig hebben.”

De kans dat de inkomsten van Menzis stilvallen is vrijwel nihil. We zijn immers verplicht om een zorgverzekering af te sluiten. De inkomsten van zorgverzekeraars zijn daarmee gegarandeerd. In het onwaarschijnlijke geval dat burgers collectief weigeren de premies te betalen, kunnen de zorgverzekeraars alsnog via loonbeslag de premies innen. Het kan natuurlijk dat verzekerden van Menzis massaal voor een andere verzekeraar kiezen. Dan vallen de inkomsten stil, maar hoeft Menzis ook geen zorgkosten meer te vergoeden. Ook dan is er geen probleem.

DNB stelt veel te hoge eisen aan de reserves van de zorgverzekeraars en de zorgverzekeraars doen daar nog een schepje bovenop door daar ver boven te willen zitten. De minister van Financiën zou DNB hiervoor op de vingers moeten tikken. Een halvering van de huidige solvabiliteitsnorm van DNB is redelijk. Hiermee zou per verzekerde een bedrag van 250 euro vrij komen.

Zorgverzekeraars geven hun winsten liever niet terug aan de verzekerden. Menzis-bestuurder Wenselaar opperde om de winsten te besteden aan een fonds voor de sanering van zorginstellingen, zodat ziekenhuizen die afdelingen moeten sluiten gecompenseerd kunnen worden.

Om te voorkomen dat door deze sluitingen tekorten ontstaan, zouden tegelijkertijd andere ziekenhuizen moeten investeren in uitbreiding van hun capaciteit. Deze investeringen zouden ook uit dit fonds betaald moeten worden.

Veel bedrijven hebben de afgelopen jaren moeten saneren. In geen enkele bedrijfstak heeft de overheid hiervoor een compensatiefonds in het leven geroepen. Ziekenhuizen spiegelen zich graag aan het bedrijfsleven, totdat ze geconfronteerd worden met de risico’s van het ondernemerschap. Dan klinkt de roep om een compensatiefonds.

Zorgverzekeraars zouden de dirigent moeten zijn van de herstructurering van het ziekenhuislandschap. Maar tot nu toe slagen ze er niet in de ziekenhuizen naar hun pijpen te laten dansen. Met geld in een compensatiefonds denken ze waarschijnlijk wel wat te kunnen bereiken.

Het is ook onjuist dat er te veel ziekenhuizen zijn. Nederland heeft nu al de grootste ziekenhuizen van Europa. De opvatting dat het aantal ziekenhuizen verder moet verminderen, leeft vooral bij de consultants in de zorg. De grote consultancybedrijven zien een lucratieve markt voor zich om ziekenhuizen te begeleiden bij sanering, fusies en investeringen.

Ziekenhuizen moeten zich wel gaan specialiseren in de verrichtingen waar ze goed in zijn en niet langer de ambitie hebben om alle vormen van zorg zelf aan te bieden. Taakverdeling en specialisatie zijn noodzakelijk, niet fusies en schaalvergroting.

De zorgverzekeraars slagen steeds beter in hun maatschappelijke opdracht om de zorguitgaven te beheersen. Nu moeten ze ook de volgende stap zetten en het geld dat wordt bespaard teruggeven aan de premiebetaler.

Wim Groot is hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht. Henriëtte Maassen van den Brink is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Maastricht.