'We mengen gabber met hiphop'

In het leegstaande zwembad Tropicana in Rotterdam nemen de rapgroep The Opposites en dj-crew Yellow Claw een ode op aan de ‘fokking Hollandse’ gabbermuziek.

Nederland, Rotterdam, 13-04-2013. Regisseur Paul Geusebroek tijdens de opnames van de videoclip van The Opposites. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Op een vroege zaterdagmiddag in april sloffen twee jongens en een meisje door het verlaten Tropicana-zwembad in Rotterdam. Ze lijken zo uit een fotoboek over de gabberscene in de jaren negentig te komen. De lange jongen heeft een kale kop boven een Australian-trainingspak. Het meisje een opgeschoren kapsel met daarboven een vlecht. „Het is zeventien jaar later”, zegt rapper Twan ‘Big 2’ van Steenhoven (27) terwijl hij ze met zijn ogen volgt, „en ik ben nog steeds geïntimideerd door die gabbers.”

Om de rapper heen maakt het drie jaar geleden gesloten zwembad een postapocalyptische indruk. Gehavende glijbanen, afgebrokkeld steen, en bruine planten in uitgedroogde grond. Tegen een sierrots staat een verdwaald skateboard, met daarop een gele sticker met de tekst ‘Watskeburt?’ Op deze locatie nemen dj-crew Yellow Claw en rapgroep The Opposites, twee van de populairste acts in het nationale clubcircuit, vandaag de clip op van hun eerste gezamenlijke single Thunder.

In de catacomben van het lege zwembad staan twee kleine meisjes in gabberoutfit. Ze hebben hun kapsel strak naar achteren tegen hun schedel geplakt, en dragen jeans, korte topjes en grote gouden oorringen. Ze tongzoenen langzaam voor de camera. Het kleinste meisje staat met haar kistjes op een houten plankje. ‘Er staan een paar duizend man om me hee-heen’, galmt het refrein van Thunder door de kale ruimte. Een stroboscoop flitst fel. Jim Taihuttu (38) van dj-collectief Yellow Claw, naast dj en producer ook regisseur van onder meer de Nederlandse speelfilm Rabat, kijkt op een klein schermpje naast de camera naar de zoenende meisjes. „Probeer aan die oude schoolfeesten te denken, toen je nog jong was”, zegt hij tussen de opnames door. „Camera aan. Stroboscoop aan. En... actie.”

Thunder is de vierde single van het album Slapeloze Nachten van The Opposites dat morgen verschijnt. Het is de eerste plaat in zes jaar van de rapgroep; wel brachten rappers Big 2 en Willy solowerk uit en bleven ze samen optreden. De titeltrack van dit nieuwe album stond eind vorig jaar al op nummer 1.

Het nieuwe nummer en de clip Thunder zijn een muzikale en visuele ode aan gabber; de snoeiharde, oer-Nederlandse dancestroming uit de vorige eeuw die gekenmerkt werd door razendsnel pompende, overstuurde kickdrums. De ode is een vorm van nostalgie die past bij een bredere opleving van hardcore dancemuziek. „We leven nu in zware tijden”, verklaart Taihuttu die hernieuwde populariteit. „Mensen willen er in het weekend weer echt doorheen gaan. Wanneer bij Yellow Claw de zaal niet losgaat, draaien we een plaat de volgende keer niet meer. Wat niet hard genoeg is, sterft.”

Thunderdome

In Noordeinde, een plattelandsdorp in de gemeente Graft-De Rijp dat bestaat uit één straat, was de half-Antilliaanse Willem ‘Willy’ de Bruin in de jaren negentig, als tienjarig jongetje de eerste fan van gabbermuziek. „Dat was nog voordat de hype echt begon en het dorp bereikte”, vertelt de 27-jarige rapper. De Bruin kreeg verzamel-cd’s uit de reeks Thunderdome van een oudere neef uit Gein en werd geraakt door de energie. „Het was stoer en had iets depressiefs. En het was zo fokking Hollands ook.”

Taihuttu en Van Steenhoven hadden in de jaren negentig, toen subgenres in de popcultuur fanatiek langs elkaar heen leefden, juist weinig met gabber. Ze waren skaters. De Bruin vertelt dat hij een onwillige Van Steenhoven voor het eerst leerde ‘hakken’ – de traditionele gabberdans – tijdens het schoolreisje waar ze elkaar ontmoetten. Taihuttu verdiepte zich pas vorig jaar echt in de muziek, nadat hij een aflevering had geregisseerd van true crime-serie Van God Los over een moordzaak in de Noord-Hollandse hardcorescene. Taihuttu: „Nu sta ik zelf zes keer per week in de club hardcore en hardstyle te draaien.”

In het nieuwe, gedigitaliseerde popklimaat verdwijnen de hekjes om muziekgenres snel. Met een druk op de knop is elk moment een duizelingwekkende hoeveelheid nieuwe muziek beschikbaar. „Het lijkt alsof de nieuwe generatie bevrijd is van iedereen die tegen hen zegt wat wel en wat niet kan”, zegt Taihuttu. „In de jaren negentig keek je als jongere naar muziekzender TMF, en dan naar de rapshow of juist naar de gabbershow. Daar zat je best aan vast. Dat bestaat al een paar jaar helemaal niet meer.”

Het is een verandering die ook hardcore-dj en pionier Steve ‘The Darkraver’ Sweet opvalt. Sweet staat in het uitgestorven Tropicana in een zwarte outfit met een riem met een groot Batman-logo voor een zwarte achtergrond. Hij schreeuwt hard en met gespreide handen in de camera. „Bozer”, zegt Taihuttu vanachter de camera. „Ennnn….stop. Dankjewel.”

Hij is gisteren pas gebeld, vertelt Sweet, terwijl hij tussen de opnames door de anderhalveliterfles Bacardi-cola krijgt aangereikt waar hij om gevraagd heeft. „Ik draaide hier in Tropicana vroeger op feesten als Pussy Lounge en Crazyland”, lacht hij. „En ik vind het vet dat juist die jongens van The Opposites dit nu doen. Wij draaiden vroeger veel hiphopinvloeden in onze hardcoreplaten. Nu hoor je in hiphop juist hardcore-invloeden en komen we elkaar weer tegen op feesten.”

Die opleving van hardcore in populaire nieuwe dansvloerkrakers, past in een bredere trend waarin producers „de pure, rauwe elementen” samenbrengen van verschillende genres die op de dansvloer goed werken, zegt Taihuttu. Hij richtte Yellow Claw op omdat hij als dj zulke nummers wilde kunnen draaien. De eerste grote clubhits van Yellow Claw, zoals Krokobil en Het Allermooiste Feestje, waren samenwerkingen met rapper Mr. Polska en producer Boaz van de Beatz, die de producties voor het collectief maakte. Taihuttu: „Boaz was nog niet zo bekend, maar ik wist dat hij met iets zou komen wat hard genoeg was voor ons. Ik liet hem bijvoorbeeld de Amerikaanse rapper Soulja Boy horen en de dubstep van Flux Pavillion. Wij mixten die stijlen door elkaar in onze sets, maar hij ging dat binnen de tracks zelf doen. Die nummers sloegen in als een bom.”

Toverbalmuziek

De mainstreampopmuziek werd de afgelopen jaren internationaal gedomineerd door Eurohouse-invloeden. House is daarmee „de Britney Spears van de elektronische muziek geworden”, vindt Taihuttu. Hij sluit met Yellow Claw aan op een bredere beweging onder Nederlandse producers als Boaz van de Beatz, moombahton-pionier Munchi en The Partysquad die met een steeds van kleur verschietende, opzwepende mengvorm van dansstijlen als bubbling, gabber, dubstep, house, hiphop, trap en dancehall, een frisse tegenbeweging vormen die internationaal de aandacht trekt.

In die toverbalmuziek is hardcore slechts een van de vele kleuren. Zo wisselen in bijvoorbeeld de recente single The Lion van The Partysquad invloeden van dub en reggae en de verwoestende effectiviteit van een hoekig pompende kickdrum elkaar af. En vormen in Thunder de mitraillerende kickdrums een korte uitzinnige climax na een meer melodieus stuk. De stevig aangezette, schelle synthesizerakkoorden worden langdurig ingebed in een stuiterende hiphopbeat met een roffelende snaredrum, aangevuld met een poprefreintje en zelfs een flard reggae.

In het lege zwembad zit Van Steenhoven op de rand van een kronkelende glijbaan met stroboscooplicht achter zich. Hij maakt, terwijl hij rapt, met zijn vingers een ‘W’-gebaar naar de camera; een in hiphopkringen bekende ode aan de Amerikaanse westkust. Van alle artiesten op Thunder is Van Steenhoven degene die muzikaal het verst van gabber afstaat. Hij houdt van „lomp feesten” en „live sloopt het gewoon” maar zijn muzikale hart ligt meer bij de ontspannen hiphopfunk uit gangstarap-bakermat Los Angeles. „Alle beats zijn nu zo snel”, zegt hij, „ik mis dat trage tempo soms wel.”

Op het nieuwe album putten Van Steenhoven en De Bruin zelf ook uit een breed scala aan muzikale stijlen, van zuidelijke hiphop uit de jaren nul en gabber uit de jaren negentig tot synthpop uit de jaren tachtig. „Gabber heeft dat rauwe randje maar Enjoy the Silence van Depeche Mode vind ik net zo stoer”, zegt Van Steenhoven. „Het werkt goed om de sfeer van die muziek te combineren met onze hiphopdrums.”

Wanneer het in Rotterdam echt goed donker is, verzamelen tientallen jongens zich onder de grote glazen koepel van Tropicana. Ze dragen zwarte capuchontruien, zonnebrillen en witte maskers en staan ontspannen in de rookwolk voor de camera, totdat de climax van het nummer bereikt wordt en de kickdrums gaan hameren. Dan begint iedereen wild te ‘hakken’ op de beat, terwijl groen laserlicht alle kanten opschiet.

Zo moet het straks op tour ook gaan, grijnst De Bruin. „We hebben hiervoor drie wat kalmere, goed ontvangen singles uitgebracht; we hadden al die melodieuze poppy shit nu wel gehad. Maar The Opposites, dat is ook: beuken. We willen niet dat mensen straks alleen maar continu met hun handen in de lucht staan en van links naar rechts zwaaien. Ik wil wel bloedneuzen zien.”

De clip Thunder van The Opposites en Yellow Claw is deze week uitgekomen. The Opposites presenteren hun album Slapeloze Nachten morgen in een uitverkocht Paradiso.