Waarom Ventsislav zich in brand stak

Zeven zelfverbrandingen illustreren de wanhoop onder Bulgaren. Zondag gaan ze kiezen, zonder veel illusies. ‘Armoede is een constante.’

radnevo. - Voordat Ventsislav Vasilev op 26 februari een Fantafles benzine over zijn hoofd leeggoot en zichzelf in brand stak, was er niets bijzonders aan hem te merken. De vader van vijf volwassen kinderen had zitten drinken op het bed in de vochtige tweekamerflat van de familie. Maar dat deed hij al jaren.

Hij maakte zich zorgen over duizend euro aan onbetaalde energie- en waterrekeningen en een dreigende rechtszaak daarover. Ook dat was niets nieuws. „Armoede is een constante in ons leven”, zegt zijn dochter Antoinette Asenova (26), gezeten op hetzelfde doorgezakte bed met twee baby’s op schoot. Kinderbijslag is een belangrijke inkomstenbron: zeventien euro per kind per maand.

De zelfverbranding van Vasilev was de derde in een reeks van inmiddels zeven vergelijkbare zelfmoorden aan de vooravond van de verkiezingen in Bulgarije zondag. Het kost Bulgaren weinig moeite begrip op te brengen. Iedere hoop op verbetering ontbreekt.

Tien jaar geleden kreeg Ventsislav iets aan zijn been. Daarna raakte hij zijn baan bij de mijn kwijt. Onder het communisme werkten zowel hij als zijn vrouw daar. Sindsdien kreeg hij nergens meer werk, zegt zijn zoon Tihomir (25), die zelf ook weet hoe dat voelt. Vandaag is een goede dag. Hij helpt voor zeveneneenhalve euro bij een verbouwing in een nabij gelegen dorp. Omdat hij lenig en licht is, werkt hij in de hitte tussen de balken onder het dak.

Tihomir praat met zijn blik naar de vloer. Hij komt moeilijk uit zijn woorden en heeft net als zijn vader alleen de basisschool afgemaakt. „Ik denk dat hij het wegens de schulden heeft gedaan”, zegt hij. Ventsislav belde hem kort van te voren. ‘Wees niet boos op me’, en hing op. Hij liet geen briefje achter.

In februari dit jaar bereikte de frustratie over armoede in Bulgarije een kookpunt. In steden in het hele land gingen mensen de straat op nadat ze de energierekening voor januari hadden gekregen. Die was door een prijsstijging en een berekening over zes in plaats van vier weken voor velen schokkend hoog. Ventsislav liep in Radnevo met de demonstrerende mijnwerkers mee.

Hij zag op het nieuws hoe op 20 februari in Varna aan de kust anti-corruptie activist Plamen Goranov zichzelf vóór het gemeentehuis in brand stak. De Jan Palach van Bulgarije wordt hij genoemd, naar de Tsjechische student die zichzelf in 1969 verbrandde. Dezelfde dag trad onder druk van de aanzwellende protesten de regering af.

„Dat moet hem op een idee hebben gebracht”, zegt Antoinette. Ze hoorde pas een paar dagen later wat haar vader had gedaan, want ze was met haar man in Keulen om te werken.

Ventsislav Vasilev zei tegen zijn vrouw dat hij in de kelder hout ging halen. In plaats daarvan liep hij naar het gemeentehuis, een halve kilometer verderop. Hij zei tegen de vrouw bij de receptie dat hij dronken was en zichzelf ging verbranden. En voegde de daad bij het woord.

Na zijn zelfmoord volgden nog vier verbrandingen. De meest recente was Ventsislav Kozarev op 1 mei. Zes van de zeven zijn overleden. De politie heeft een aantal pogingen tijdig gestopt.

„Dit soort zelfmoorden zijn ook een vorm van protest”, zegt Maria Jeliazkova, socioloog en directeur van het Armoedebestrijdingsnetwerk, een non-gouvernementele organisatie. „Tegen de groeiende armoede en ongelijkheid, de falende democratie en het gebrek aan hoop op verbetering.”

In het debat over de protesten en zelfmoorden klinkt zware kritiek door op de economische politiek in Bulgarije. Opeenvolgende regeringen hebben gekozen voor strak monetair beleid in de hoop concurrerend te worden en investeerders te trekken. Bulgarije heeft een relatief eenvoudig en aantrekkelijk belastingstelsel met een uniform belastingtarief van tien procent, voor zowel vennootschaps- als inkomstenbelasting. De regering krijgt complimenten in Brussel wegens de lage staatsschuld en de stabiele munt. Maar het minimumloon is slechts 155 euro. Er is amper een sociaal vangnet. En er zijn geen hordes investeerders afgekomen op de lage lonen en lage belastingen. „Alleen goedkoop zijn is niet genoeg”, zegt Jeliazkova.

Drieëntwintig jaar na de val van het communisme ervaren veel Bulgaren de armoede als zwaarder en oneerlijker dan tijdens het communisme. „Onder Todor Zhivkov [de laatste communistische leider, red.] was het veel beter”, zegt dochter Antoinette, hoewel ze te jong is er zelf herinneringen aan te hebben.

„Na zoveel jaren van ‘hervormingen’ is er een algemeen gevoelen van hopeloosheid en hulpeloosheid”, omschrijft Plamen Dimitrov, hoofd van de Bulgaarse vereniging van psychologen. „Mensen hebben het gevoel dat ze noch met hard werken noch met goed gedrag hun toekomst kunnen bepalen.”

Bulgarije en Letland zijn de armste EU-lidstaten. In Bulgarije leeft meer dan de helft van de bevolking in armoede. De familie van Ventsislav Vasilev woont met tien mensen op ongeveer dertig vierkante meter. Geen van de volwassenen heeft een vast inkomen. Hun situatie is extreem, maar geen uitzondering.

Rondom de EU-toetreding in 2007 leken de negatieve trends even om te buigen, maar daar heeft de economische crisis een einde aan gemaakt. „Grieken lijden”, zegt psycholoog Dimitrov, „maar op een niveau onvergelijkbaar met wat Bulgaren verduren. Nog steeds gaan we daarheen om voor ze te werken. En zij hebben zoveel hulp gekregen.”

Vasilev lag twee weken in coma in het ziekenhuis voor hij overleed. In de ambulance zou hij hebben gezegd dat hij het leven zat was ‘omdat ik geen geld heb mijn familie te voeden’. De enige bron van inkomsten waren de kinderbijslag en het geld dat Antoinette vanuit Keulen stuurde. Ze werkte daar als koffiejuffrouw in een Turks koffiehuis en maakte huizen schoon. Haar man verdiende bij een bedrijf dat vloeren legt.

Antoinette keert voorlopig niet terug naar Duitsland. Zij en haar man lieten hun kinderen in Bulgarije achter als ze gingen. De lokale autoriteiten beschuldigen hen van verwaarlozing. Als ze opnieuw gaat, worden de kinderen in een instelling gestopt en krijgt het gezin de rekening, dreigen ze. „Nu moet ik wel hier blijven”, zegt ze. „Ik weet alleen nog niet waarvan ik dan moet leven.”