Tekst van hoogtepunt Duits theater telt twee woorden

Het zojuist begonnen Theatertreffen had vorig jaar een speelsere selectie. Maar ook dit jaar is tussen het beste Duitse toneel veel aangenaams.

"Murmel Murmel" von Dieter Roth, Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz, Berlin Premiere: 28.3.2012 Regie und Bühne: Herbert Fritsch Kostüme: Victoria Behr Musik: Ingo Günther Licht: Torsten König Dramaturgie: Sabrina Zwach v.l.: Werner Eng, Matthias Buss, Axel Wandtke, Annika Meier, Bastian Reiber, Florian Anderer, Simon Jensen, Anne Ratte-Polle, Wolfram Koch, Stefan Staudinger, Jonas Hien, Copyright (C) Thomas Aurin Gleditschstr. 45, D-10781 Berlin Tel.:+49 (0)30 2175 6205 Mobil.:+49 (0)170 2933679 Abdruck nur gegen Honorar zzgl. 7% MWSt. und Belegexemplar Steuer Nr.: 11/18/213/52812, UID Nr.: DE 170 902 977 Commerzbank, BLZ: 810 80 000, Konto-Nr.: 316 030 000 SWIFT-BIC: DRES DE FF 810, IBAN: DE07 81080000 0316030000 Thomas Aurin

Het moet het beste Duitstalige theater van het seizoen zijn, de selectie van het Theatertreffen in Berlijn. Of, officieel: het „meest opmerkelijke theater”. Maar de Medea van Schauspiel Frankfurt, die vorige week de vijftigste editie van het festival mocht openen, is goed noch ‘bemerkenswert’. Eerder traag, afstandelijk en schetsmatig.

In de in Duitsland bejubelde voorstelling onder regie van Michael Thalheimer speelt Constanze Becker als Medea ruim een uur lang staand op een richel op het verst denkbare achtertoneel; statisch en ongenaakbaar. Marc Oliver Schulze als Jason en Josefin Platt als de oude voedster maken hysterische karikaturen van hun personages. Het drama wordt niet één keer ontroerend. Met uitzondering van een even eenvoudige als bloedstollende video aan het slot, die de gruwelijke kindermoord inluidt.

In dat twee minuten durende fragment toont Thalheimer dat hij zijn publiek wel degelijk in kan pakken, maar daar – uit deftigheid of artistieke of intellectuele dogma’s – verder bewust niet voor kiest.

Toch was de jury van het festival, bestaande uit zes vooraanstaande Duitse theatercritici, bij de keuze voor Medea unaniem. Voorts verkoos ze acht grote producties van Duitse ‘staatstheaters’ uit Leipzig, Frankfurt, Hamburg, München, Keulen en Berlijn; een grote productie van Schauspielhaus Zürich, en één experimentele voorstelling uit het vlakkevloercircuit, van Fransman Jérôme Bel. Dat dat iets zou zeggen over de stand van het Duitse theater voert misschien te ver, maar het zegt wel iets over de koers van het Theatertreffen. Zo fris en veelzijdig als het vernieuwde festival zich vorig jaar toonde – de eerste editie onder leiding van Yvonne Büdenhölzer (35), zo bedaagd lijkt de selectie nu.

Ook bij Jeder stirbt für sich allein, naar de roman van Hans Fallada, in de regie van Vlaming Luk Perceval bij het Thalia Theater in Hamburg, is het een en al vormelijkheid en ernst. Perceval regisseerde eerder met succes Fallada’s Kleiner Mann, was nun?, dat in 2010 in het festival werd opgenomen, en waagt zich nu aan diens lijvige naziroman uit 1947.

Met tien acteurs brengt Perceval het 650 pagina’s tellende boek in een voorname voorstelling van ruim vier uur, en dat mag een prestatie heten. Maar het blijft sober verteltheater; de personages praten over zichzelf of spreken een innerlijke monoloog uit, gericht naar het publiek. Er is nauwelijks interactie tussen spelers, en nauwelijks dialoog. De relevantie ligt in het gewicht van het onderwerp en de genadeloze schoonheid van de roman; de spanning komt voort uit nieuwsgierigheid naar de afloop. Gelukkig laat Perceval de teugels even vieren, in een beklemmende, bijna filmische confrontatie tussen Gestapocommandant Escherich en kruimeldief Kluge.

Recht tegenover Percevals ernst bevindt zich Murmel Murmel (1974) van Dieter Roth in de regie van Herbert Fritsch bij de Berlijnse Volksbühne. Roth schreef een onspeelbaar geacht stuk, eigenlijk meer een vocale compositie, waarvan de tekst enkel uit die twee woorden bestaat. Fritsch maakt er, net als van zijn vorig jaar geselecteerde Die (s)panische Fliege, superieure slapstick van. De kolderieke muziek is aanstekelijk; het kleurrijke doekendecor dat lijkt in te krimpen en uit te zetten vernuftig.

Maar bovenal is dit een spelersfeestje. De acteurs van de als avant-gardistisch geldende Volksbühne mogen zich uitleven in klinkklare nonsens. Ze prevelen, mompelen, mopperen, foeteren, zingen of schreeuwen het betekenisloze ‘murmel murmel’ vol vrolijke overgave. Dat is niet alleen erg geestig, het is ook heel knap. Niet? Zegt u dan maar eens zes keer heel snel ‘murmel murmel’ achter elkaar. Lukt dat? Probeer het dan nu met Duitse tongpunt-r. In Berlijn spelen de volmaakt articulerende acteurs een thuiswedstrijd.

Alles klopt in deze voorstelling, alleen betekent het niks. Het is uiterst consequente, subliem uitgevoerde kolder. Dat maakt deze editie van het Theatertreffen tot dusver nogal zwart-wit. Het is te hopen dat makers als Johan Simons, Katie Mitchell en Jérôme Bel later in het festival nog wat andere tinten toevoegen.

50ste editie Theatertreffen. Diverse voorstellingen op locaties in Berlijn. Inl: berlinerfestspiele.de