Risico's van gevaarlijke treinen

Het treinongeluk in het Belgische Wetteren van afgelopen weekend laat diverse sporen van ellende na. Explosies, een brand over een lengte van vijfhonderd meter, één dode, 33 gewonden, geëvacueerde, zeer bezorgde omwonenden, giftige stof in de rioleringen. Lozing ervan op de Schelde. Het milieu lijdt.

In sommige gemeenten in Nederland is de discussie opgelaaid over de risico’s van het vervoer van gevaarlijke chemicaliën over het spoor. Vooral als dat door de dichtbebouwde kom gaat van gemeenten als Dordrecht, Zwijndrecht en elders, bijvoorbeeld Velp. De trein die in Wetteren ontspoorde, had ook in de Drechtsteden uit de rails kunnen lopen. De gevolgen kunnen zeer ernstig zijn.

Het ongeluk brengt het ‘Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ en de consequenties daarvan voor andere wetgeving terug in de actualiteit. Het voorstel is al door de Tweede Kamer, ligt bij de Eerste Kamer en wordt waarschijnlijk dit jaar een wet. Het is een poging om moeilijk verenigbare doelen te bereiken. De groei van het goederenvervoer, ook van gevaarlijke stoffen, zal doorgaan, mede dankzij de Tweede Maasvlakte. En de roep om meer veiligheid zal niet verstommen. Zeker niet na een ontsporing als in Wetteren.

Een consequentie van het Basisnet zal zijn dat her en der woningen worden onteigend en gesloopt. Omdat wonen daar niet past bij de risico’s die de overheid ‘maatschappelijk aanvaardbaar’ acht. Let wel: dat is niet hetzelfde als het uitsluiten van risico’s, het gaat om een kansberekening, en soms overschrijden ze die norm. Het is de bekende afweging tussen de noodzaak van economisch gewin versus veiligheid.

Vergelijk het met wonen in de buurt van dijken of nabij een vulkaan. Bij gebrek aan voldoende afgelegen spoorlijnen in het dichtbevolkte Nederland zijn ongelukken eenvoudigweg niet uit te sluiten.

Maar waar de Belgische autoriteiten zich moeten afvragen hoe het kan dat er op hun spoorwegnet in één jaar tijd al vijf ongelukken met goederentreinen zijn gebeurd, is in Nederland de vraag waarom er nog altijd geen sprake is van optimale benutting van het traject dat speciaal voor het goederenvervoer is aangelegd. De Betuwelijn dus, tot stand gekomen met veel zweet, tranen en geld.

Spoorvervoerders kiezen die route niet als hun transport op een andere manier sneller en goedkoper kan. Maar het spoornet is van de overheid, die, via ProRail, toelaat welke treinen waar mogen rijden en welke niet. Het is dus logisch om, met beleid en kracht, te bewerkstelligen dat treinen met gevaarlijke stoffen die niet per se door stads- en dorpscentra hoeven te rijden, dat ook niet doen.