'Men leest mij met een beperkte blik'

Debutant Taiye Selasi is een van de grote talenten van nu. Ze is van Ghanees-Nigeri-aanse origine, maar wil daar niet op aangesproken worden: ‘Mijn achtergrond wordt te vaak benadrukt in recensies.’

Nederland, Amsterdam, 22-04-2013. Portret van de Ghanees-Nigeriaanse auteur Taiye Selasi(1979). Geboren in Londen, opgegroeid in Boston, woonachtig te Delhi, New York en Rome. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

‘Halverwege mijn roman Ghana ga weg zat ik volledig op slot. Ik was bang dat ik niet aan de verwachtingen kon voldoen. Maar verder heb ik alle aandacht niet als belemmerend ervaren.’ Dat valt dan nog mee, want die verwachtingen waren er zeker.

Het debuut van de Ghanees-Nigeriaanse auteur Taiye Selasi (1979) werd al ruim voor verschijnen gehypet als dé literaire gebeurtenis van 2013. Eerst waren er de torenhoge voorschotten van uitgevers wereldwijd, daarna het commentaar van Salman Rushdie en Toni Morrison, die om het hardst riepen dat ons een groot talent te wachten stond. Britse kranten plaatsten interviews met haar nog voor het boek was verschenen.

Dat laatste kwam natuurlijk ook doordat Selasi een opvallende verschijning is. Ze is extreem mooi, draagt dure kleren en heeft – zo blijkt wanneer ze in Amsterdam is ter promotie van de Nederlandse vertaling van haar boek – een keiharde lach die dwars door alle muren schalt. Die lach is tamelijk verrassend voor wie de foto’s van haar bekijkt. Daarop staat ze telkens als een zelfbewuste, ernstige vrouw. „Ik kijk altijd serieus op foto’s, omdat ik denk dat fotografen liever niet hebben dat ik lach, terwijl het voor mij moeilijk is om niet te lachen. Schrijvers moeten niet serieus zijn, maar fotografen vinden van wel en dus voldoe ik er aan.”

Voldoen aan verwachtingen, daarover gaat Ghana ga weg voor een groot deel ook. Een voortreffelijke arts sterft aan een hartaanval terwijl hij ’s ochtends op zijn patio staat. Zijn dood is aanleiding voor zijn ex-vrouw en vier kinderen om terug te blikken op de tijd dat hij nog bij hen was in de Verenigde Staten, en hoe ze hebben geprobeerd zich aan te passen aan hun omgeving na zijn plotselinge vertrek – de een maatschappelijk succesvoller dan de ander. Volgens Selasi gaat haar roman vooral over „liefde, verdriet, verlangens en het alledaagse leven, niets meer, niets minder.”

Is dat alles? Volgens Granta, waarin u genoemd wordt als een van de twintig talenten onder de veertig, gaat goede literatuur ook over zaken als machtswellust en onderdrukking. Het lijkt alsof ze daarmee doelen op uw roman.

„Welnee, dat zijn zulke zware woorden. Daar doe ik niet aan. Bij machtsmisbruik en onderdrukking denk je waarschijnlijk aan de passage waarin de oom de tweeling tot incest dwingt. Maar dat doet hij vooral omdat hij niet heeft geleerd lief te hebben – hij is altijd genegeerd door zijn eigen ouders.

„Ik wilde over seksueel misbruik schrijven omdat dat in zo veel families voorkomt. Dat is overal ter wereld zo. Naar mijn idee wordt er tegenwoordig te weinig literatuur geschreven over incest. Mijn moeder heeft ons nadrukkelijk opgevoed met het idee dat je volwassenen niet meteen hoeft te geloven of te vertrouwen. En dat is vrij uitzonderlijk wanneer je bedenkt dat ik ben opgegroeid in een cultuur waarin je respect dient te hebben voor ouderen.

„Wat ik met mijn roman ook wil vertellen was dat ouders niet altijd voor hun kinderen zorgen zoals het zou moeten. Literatuur kan zo’n realiteit in verhalen omzetten.”

Behalve slachtoffer van incest wordt de tweeling ook genegeerd door de ouders, ze hebben immers elkaar. U bent zelf een van een tweeling. Is dat hoe u tweelingschap ervaart?

„Ik weet niet of dat voor alle tweelingen opgaat, maar voor mij geldt absoluut dat ik meer met mijn zusje heb dan met mijn ouders. Het is niet zo dat ik ze niet nodig heb, maar mijn zusje is er altijd voor me. Tot onze vijftiende waren we vierentwintig uur per dag bij elkaar, zij was de constante in mijn leven, ze is nog steeds mijn homeland.

„De band tussen de twee in mijn roman komt daar grotendeels uit voort, maar van incest is in mijn jeugd geen sprake geweest. Alles in de roman staat in het teken van het uiteenvallen van een gezin na het vertrek van de vader, en met welke geheimen iedereen dan leeft.”

Is dat uiteenvallen ook de reden dat de oudste zoon Things Fall Apart van Chinua Achebe leest?

„Nee, dat is toeval. Ik las het toen ik veertien was en sindsdien zit het in mijn bewustzijn. Maar verder moet je er niets achter zoeken, ik heb een enorme hekel aan de romans van Achebe, en aan dat boek in het bijzonder.”

Waarom? Hij is toch bepalend voor de Nigeriaanse literatuur?

„Achebe heeft prachtige essays geschreven, maar van zijn romans houd ik niet. Vooral Things Fall Apart vind ik vreselijk, het is een seksistisch boek. Veel schrijvers hebben het gelezen, wereldwijd, niet alleen in Nigeria. Maar het is niet bepalend voor mijn generatie schrijvers.”

Is er sprake van een nieuwe generatie West-Afrikaanse auteurs?

„Ja en nee. Ik sta bijvoorbeeld dicht bij het werk van de Nigeriaans-Amerikaanse schrijver Teju Cole. Zijn debuut Open City is vrijer van vorm, hij hanteert uiteenlopende perspectieven zonder een bepaalde visie voorop te stellen, zoals bij Achebe overigens wel vaak het geval is. En nee, ik voel me niet echt verwant met bijvoorbeeld de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie. Ik bewonder haar wel, maar zij is toch meer een traditionele verhalenverteller. Haar laatste roman Americanah is een ouderwets liefdesverhaal.

„De enige overeenkomst is dat haar roman zich afspeelt in dezelfde gebieden in de VS als de mijne. Ik heb er trouwens een hekel aan wanneer schrijvers uit Afrika, of West-Afrika, over een kam worden geschoren. Ik zeg toch ook niet dat Europese auteurs allemaal hetzelfde zijn? Even for the record: in mijn werk zitten geen statements over Afrika, daar doe ik niet aan.”

U bent wel de bedenker van de term Afropolitans – een groep kunstenaars die volgens CNN staat voor jong, hip en Afrikaans?

„Ik heb die term bedacht omdat ik indertijd geen antwoord kon geven op de vraag waar ik precies vandaan kwam. Alles bij elkaar genomen leek me dat een goede samenvatting van wat ik was. Ik ben namelijk géén outsider, waar ik ook ben. Niets verwondert me meer. Wie zich verbaast over de dingen, is meteen een buitenstaander. En dat ben ik niet. Ik ben een deelnemer.

„Binnen twee jaar is die term een eigen leven gaan leiden. Fascinerend, als je bedenkt dat ik alleen maar human experience wil beschrijven. Uiteindelijk gaan alle romans over die human experience. Daarom huil ik bij Tolstojs Anna Karenina. En wat weet ik nu van het 19de-eeuwse Rusland?

,,Niets menselijks is ons vreemd, zei de Romein Terentius al. Ik geloof in het tonen van het menselijke in romans. Neem bijvoorbeeld de oudste zoon in Ghana ga weg. Hij wordt door critici gezien als de verbeelding van de ideale immigrant, maar dat is hij niet. Hij wil de ideale zoon zijn, en dat is een onderwerp dat je al bij de oude Grieken vindt, bij Shakespeare – je zult dat onderwerp in alle literatuur vinden.

„Als je de context weghaalt uit mijn boek, dan blijft er niets anders over dan een verhaal over een vader en een zoon. Ik weet dat niet iedereen het zo leest. Evenmin hoef je te negeren waar de personages vandaan komen, maar dat is maar een deel van het verhaal – benader ze als universele mensen, dat is het pleidooi in het boek.

„Ik wil een ‘staatsburger zijn’ zegt een personage. De achterliggende idee daarbij is dat de manier waarop anderen je zien weliswaar consequenties heeft voor je bestaan, maar dat dit niet beslissend is voor wie je bent. Maar hoe vaak ik dat ook zeg, toch wordt mijn afkomst steeds benadrukt in besprekingen van mijn romans, puur omdat ik Ghanese en Nigeriaanse ouders heb.”

En hoe erg is dat uiteindelijk?

„Heel erg. Het gevolg is namelijk niet alleen dat ze mijn romans met een te beperkte blik lezen, maar ook dat me in interviews gevraagd wordt hoe ik de toekomst van Afrika zie. Alsof het niets is, beperken ze zich in hun vraag niet eens tot Nigeria of Ghana. Journalisten zien me als een toegangspoort tot Afrika en hopen dat ik een visie heb op dit continent.

„Wat me het meest steekt is dat bijna niemand gelooft dat een schrijver uit West-Afrika puur en alleen van verbeelding uit kan gaan. Er moet activisme in het werk zitten. Dat moet veranderen. Dus: een Afrikaanse artiest kan puur en alleen een kunstenaar zijn, zonder politieke agenda.”

Taiye Selasi: Ghana ga weg. Vertaling Auke Leistra, Atlas Contact, 384 blz. € 19,95