Ik ben alles om me heen altijd aan het bevragen

Positief en troostrijk, zo omschrijft theatermaker Laura van Dolron haar nieuwe show. „Ik zie alles door een roze bril.”

laura van dolron. fotografie:mieke meesen den haag 08 05 2013

Laura van Dolron (36), stand up philosopher en artist in residence bij het Nationale Toneel, begint deze week aan een nieuw festival: ‘Laura luistert... Live & lastminute’. Elke avond heeft ze gasten: mensen die ze de afgelopen jaren heeft leren kennen en interessant vindt. Alexander Rinnooy Kan bijvoorbeeld, voorheen de voorzitter van de Sociaal Economische Raad. Of Sunny Bergman, acteur en filmregisseur. Of Koos Breukel, fotograaf. Of Jeltje van Nieuwenhoven, voorheen voorzitter van de Tweede Kamer.

Met hen „herdefinieert” ze de theaterzaal, zoals zij het omschrijft. Die wordt voor de duur van de voorstelling een kerk, of een rouwkamer, of een speeltuin, of een atelier voor wereldverbeteraars.

En dan?

Het publiek dineert, de gasten houden tafelredes en Laura van Dolron schrijft intussen aan een nieuwe tekst, die ze na het eten in première laat gaan. Het zal over rouw gaan, over religie, over dromen, over utopieën. „Het wordt warm”, zegt Laura van Dolron. „Positief. Troostrijk.”

Op de dag van dit interview, nog in april, is het weer eens heel erg koud, maar Laura van Dolron heeft net al haar zomerkleren bij elkaar geraapt. Ze gaat eerst nog met twee nichtjes op vakantie naar Brazilië.

„Met twintig procent meer tijd zou ik nog gelukkiger zijn. Het festival dat ik nu ga doen begon klein, maar het is toch een enorm project geworden. Al die tafelredes moeten heel goed worden voorbereid. Mijn gasten mogen niet zomaar wat vertellen. Ze hebben een opdracht van me gekregen en ik ga daar nog van alles mee doen. De afgelopen weken heb ik het zo druk gehad dat ik nog geen seconde aan de vakantie heb kunnen denken. Tegen het Nationale Toneel durfde ik niet te zeggen dat ik nog twee weken weg zou gaan. En tegen mijn nichtjes durfde ik niet te zeggen dat ik niet eens wist hoe laat ik op het vliegveld moest zijn en waar we precies naartoe gingen. Wat voor weer is het daar? Moet ik mijn bikini’s ook meenemen?”

„Ga ervan uit dat het leven leuk is. Dat is wat ik doe. Daar moet ik wel meteen bij zeggen dat het leven nog geen rampzalige dingen op mijn pad heeft gestuurd, geen levensbedreigende ziektes, geen rampzalige verliezen. Ja, mijn opa en oma zijn overleden, maar dat is normaal. Mijn vroegere vriend noemde me weleens Marie Antoinette: ik zie alles door een roze bril. Dat komt doordat ik een zondagskind ben. De eerste jaren van mijn leven deed mijn moeder elke dag iets leuks met me. Kralen rijgen, koekjes bakken, naar de speeltuin.”

„Leermeesters zijn belangrijk. Als ik ze niet vanzelf tegenkom, ga ik ernaar op zoek. Alexander Rinnooy Kan stuurde me anderhalf jaar geleden een mailtje. Hij had mijn voorstelling ‘Sartre zegt sorry’ gezien en hij vond mijn werk mooi, zei hij. Hij vroeg zich wel af of er nog weleens mensen kritisch op me waren, of ik niet alleen maar ja-knikkers om me heen aan het verzamelen was. Hij komt uit een heel andere wereld dan ik. Een cerebrale man, iemand die je door zijn manier van vragen stellen laat nadenken en je boven jezelf laat uitstijgen. Een soort geweten.

„Hij nodigde me uit voor een gesprek en toen heb ik hem verteld hoeveel zelfvertrouwen ik heb gekregen door de manier waarop mijn ouders me hebben opgevoed, maar dat ik niets als vanzelfsprekend aanneem. Ik ben mezelf en alles om me heen altijd aan het bevragen. Daarna zei hij dat hij nu ook een ja-knikker was. Sindsdien kletsen we af en toe. In de nieuwe voorstelling doet hij mee aan de begrafenisavond.”

„Recensies lees ik niet meer, of ze nu goed of slecht zijn. Het kost me te veel energie en er zit altijd wel een vervelend weerhaakje in waar je aan blijft hangen. Als ik speel, voel ik zelf al genoeg of het goed of niet goed is. Mijn oudejaarsconference, over Wim Kan, was niet zo goed als ik gehoopt had. Ik had verkeerde verwachtingen gewekt en dat merkte ik vaak al als ik opkwam. Een zaal vol dames met bepaalde kapsels en een grote glimlach op hun gezicht. Ze dachten dat ze een leuke voorstelling over Wim Kan te zien zouden krijgen – en die kregen ze niet. Ik was blij toen het voorbij was. Ik heb ervan geleerd dat Wim Kan geen goede gesprekspartner voor me was. Te concreet. Mensen hebben te veel hun eigen beeld bij hem. Sartre is als gesprekspartner veel beter. God zou ook een heel goede zijn. Met God kun je alle kanten op.”

„Vraag nooit een depressieve man ten huwelijk. In ‘Sartre zegt sorry’ zei ik dat nog wel: ik wilde een man ten huwelijk vragen die me mijn hele leven zou teleurstellen. In die voorstelling meende ik het wel en ik moet het meisje van toen ook niet helemaal verloochenen. Maar nu zou ik zeggen: liever alleen dan met zo’n man. Gisteren was ik een jaar samen met mijn nieuwe geliefde. Het voelt nog steeds als nieuw. Ik voel me veiliger sinds ik met hem ben, steviger, en daardoor speel ik ook anders. Ik durf mezelf meer vorm te geven als personage. Ik vraag minder van het publiek. Hij is tien jaar jonger dan ik. Een echte manman. Burgerlijk ingenieur, iemand die midden in het leven staat. ’s Morgens staat hij vroeg op, ik maak zijn ontbijt, en dan gaat hij naar zijn werk. Daar ontwerpt hij boten. Voor hem ben ik tweeënhalve maand geleden naar Antwerpen verhuisd.”

„Mijn kinderwens was al groot en die is alleen maar groter geworden. Mijn vriendje is 26, maar ik ben 36 en natuurlijk weet hij dat voor mij de tijd gaat dringen. Voor mijn veertigste wil ik het in elk geval geprobeerd hebben. Als het lukt, ga ik ervan uit dat ik voor een paar jaar flink uitgeschakeld zal zijn. Een kind opvoeden is een belangrijke, maatschappelijke taak. Werken, in de file staan, vergaderen, een kroket eten in de pauze – ik vind dat niet per se relevanter dan thuis het kind uitleggen hoe het sterrenstelsel in elkaar zit en wie Gandhi was. Van mezelf weet ik dat ik het verschrikkelijk vind om de hele dag tussen de mensen te zijn en in een groep te moeten lunchen, dus lijkt het me niet heel aannemelijk dat ik mijn kind naar de crèche zou brengen en te dwingen te doen wat ik me mezelf niet wil aandoen. Ik zie er niet tegenop om thuis te blijven. Ik vind het ook niet erg om financieel afhankelijk te zijn.

„Soms verlang ik naar een excuus om me terug te trekken. Eerlijk gezegd was ik voordat ik mijn vriendje leerde kennen bezig met spermadonatie. Ik was van plan om het alleen te gaan doen. Ik had mezelf als verzoend met de rol van alleenstaande moeder.”

„Ik ken mezelf soms heel slecht. Ik kan er enorm van schrikken dat dingen moeilijker blijken te zijn dan gedacht. Ik kan daar echt van in paniek raken. De eerste weken in Antwerpen, toen ik net was verhuisd – ik voelde me onthand. Ik kon mijn moeder niet bellen, in elk geval niet zo vaak en zo lang als ik gewend ben, want mijn abonnement was nog niet overgezet en daardoor was bellen erg duur. Ik was boos op mijn vriendje: jij hebt nu alles plus mij en ik heb niets meer. Ik heb alles voor jou opgegeven. Ik was heel erg somber en onredelijk. En daar voelde ik me heel erg schuldig over. Mijn vriendje zei: sorry, maar waarom zo onthand? Je hebt je voorstellingen, je vrienden, ook in Antwerpen. Ga ze opzoeken! Toen had ik er geen zin in, maar nu weer wel. Nu ben ik weer mijn normale, vrolijke zelf. Ik heb een fiets in Antwerpen, ik weet waar het zwembad is, de bakker, ik ken de weg. Ik begin de rust van de buurt waar ik nu woon te waarderen. Maar ik blijf mezelf in de gaten houden. Een kind krijgen – dat kan ook weleens heel anders zijn dan ik nu denk.”

Het festival ‘Laura luistert... Live & lastminute’ is van 15 tot en met 24 mei in Theater aan het Spui Den Haag en 29 mei tot en met 1 juni in Frascati Amsterdam. Voor meer informatie: www.lauravandolron.nl