Hippe blogs promoten oude stadswijken

Nieuwe bewoners van oude wijken vinden elkaar op het buurtblog. Is het ook leuk voor de bewoners die niet naar het ZZP-café gaan?

De Amsterdammer Lex de Jong was ontevreden over de beeldvorming rond ‘zijn’ wijk Bos en Lommer. De buurt, die in 2007 nog tot Vogelaarwijk werd bestempeld, trekt nu jonge gezinnen en creatievelingen met een daarbij passend winkelaanbod. Maar volgens De Jong werd de buurt in de media nog steeds neergezet „als een soort getto”. Hij besloot het heft in eigen handen te nemen en richtte in 2011 Boloboost op, een blog om de wijk ‘Bolo’ te boosten.

Op het online platform is een dagelijks overzicht te zien van de buurtactiviteiten (onder andere een workshop seed bombing, ‘15.00 uur verzamelen bij de moestuin!’), nieuws en promotie van nieuwe winkels en restaurants. Het is een digitale afspiegeling van gentrification, de veranderingen die optreden als hoogopgeleiden in voormalige volksbuurten trekken.

Boloboost is niet het enige online platform dat een buurt promoot. Sinds 2010 kent bijna elke opkomende Amsterdamse wijk een buurtbooster. De blogs hebben namen met anglicismen als Ilovenoord, Check West, In Oost en Nice Nieuw West. Ook in Utrecht en Den Haag zijn dergelijke initiatieven. Ze zijn populair, afgaande op de duizenden likes. Is het een goede ontwikkeling als buurtbewoners de beeldvorming in eigen hand nemen?

Luc Harings van Ilovenoord (opgericht in 2010, 3.300 likes) is duidelijk over de doelgroep van zijn blog, gemaakt door veertien redacteuren. Harings: „In stadsdeel Noord komen steeds meer nieuwe mensen wonen die geïnteresseerd zijn in kunst en cultuur en trots zijn op de buurt. Wijzelf zijn ook nieuw en dus onze eigen doelgroep.” Een greep uit het maandoverzicht: pop-up farmworkshops, huiskamerconcerten en een ZZP-café.

Ook Lex de Jong richt zich met zijn vijfkoppige team vooral op de nieuwere buurtbewoners. „Wij zijn voor iedereen toegankelijk maar worden vooral gevolgd door HBO blank, 25 tot 45 jaar.” Is het voor De Jong niet belangrijk om ook allochtonen en ouderen in Bos en Lommer bij zijn initiatief te betrekken? „Dat is niet per se onze doelgroep.” De Jong benadrukt dat elke buurtbooster ontstaan is vanuit een underdog positie. „Wij zijn er om te vertellen dat het leuker is dan veel mensen denken.”

Behalve promotie van lokale winkels en horeca proberen de blogs met activiteiten de sociale cohesie te vergroten door middel van kinderactiviteiten, buurtborrels en sportdagen. Boloboost organiseert de Bolobooze kroegentocht. „Het is logisch dat de Marokkaanse buurvrouw dan niet meegaat. Maar we hebben genoeg andere activiteiten”, zegt De Jong.

De buurtboosters lijken de natte droom van makelaars en stadsdelen. Ze krijgen respectievelijk een aantrekkelijke buurt en stijgende huizenprijzen en een buurt met veel gemeenschapszijn en betrokken bewoners. Toch is niet iedereen onverdeeld enthousiast.

Wouter van Gent is als stadsgeograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Van Gent: „Via dit soort platforms wordt ruimte geclaimd en eigen gemaakt. Het wordt problematisch als dit soort blogs als spreekbuis worden gezien voor de gehele buurt, terwijl ze dat eigenlijk zijn van een kleine, welgestelde groep. Hiermee ontstaat een lichte vorm van culturele verdringing.”

Dat sommige blogs subsidie krijgen van hun stadsdeel (Ilovenoord en Boloboost hebben ieder ongeveer 10.000 euro ontvangen) vindt Van Gent vreemd. „Ik vraag me af of je buurtproblemen oplost door de middenklasse te faciliteren.”

Maarten van Ham is hoogleraar Stedelijke Vernieuwing aan de TU Delft en onderzoekt momenteel burgerinitiatieven om de wijk te verbeteren. „Het is de vraag wat de rol van de overheid is naast de zelfredzame burger. Bij dit soort platforms zijn er altijd groepen die buiten de boot vallen, of er zelfs nadeel van ondervinden. De overheid moet juist deze groepen faciliteren.”

In andere steden is het succes van de Amsterdamse blogs niet onopgemerkt gebleven. Luc Harings van Ilovenoord werd door bewoners uit het Rotterdamse Hillegersberg, overigens geen volksbuurt, benaderd voor een soortgelijk initiatief. Harings: „We hebben al een naam bedacht, inHillegersberg.”