Het Brussel van de zusjes Brontë

De zusjes Charlotte en Emily Brontë werkten en studeerden beiden korte tijd in Brussel. Charlotte werd er zelfs verliefd op haar Belgische leraar. Jolien Janzing schreef een roman over die liefde. „Ik ben haast zeker dat ze hebben gekust.”

UNSPECIFIED - OCTOBER 20: Emily Bronte (1818-1848) english novelist painting by Patrick Branwell Bronte c. 1833 (Photo by Apic/Getty Images) Getty Images

Je loopt er nogal makkelijk aan voorbij: de donkergrijze plaquette op de net zo grijze buitenmuur van het Bozar. Het Brusselse museum staat waar ooit meisjespensionaat Heger gevestigd was, zo meldt de plaquette, „where the writers Charlotte and Emily Brontë studied in 1842-43”.

De Brontës, waren dat niet die zussen die eenzaam en alleen in een hutje op de hei in Yorkshire meesterwerken als Wuthering Heights en Jane Eyre schreven? Het beeld dat er van de schrijvende zussen bestaat komt maar weinig overeen met de werkelijkheid. Ze werkten, studeerden in Brussel en gaven er zelfs les. Emily bleef een jaar, Charlotte bijna twee.

Op deze plek werd de kiem gelegd voor Charlotte Brontës schrijverschap. Ze werd er voor het eerst verliefd, op een man die haar intellectueel uitdaagde. Het bleek een onmogelijke liefde, want Constantin Heger, haar leraar, was getrouwd met de directrice van het pensionaat. Dat Charlotte diepe gevoelens koesterde voor Heger weten we dankzij de bijna wanhopige brieven die ze aan hem schreef toen ze terug was in Engeland.

Wat er zich precies afspeelde binnen de muren van de school tussen de Engelse leerlinge en de Belgische leraar en hoe ver dat ging, weten we niet. Schrijfster Jolien Janzing vult in haar roman De Meester, die deze week verscheen, de hiaten in. „Heger was een bijzondere man”, zegt Janzing. „Hij zag een bloem in Charlotte, terwijl veel mensen dat niet zagen. Hij erkende haar talent en hielp haar dat te polijsten.”

Maar er gebeurde meer. „Ik ben er zeker van dat hij met haar flirtte. Hij wond haar om zijn vinger. Of ze echt verliefd op elkaar werden? Charlotte zeker op hem en hij allicht kortstondig op haar. Ik ben er haast zeker van dat ze hebben gekust.”

Onbeantwoord

Dat Charlotte haar eerste liefde nooit is vergeten, zien we terug in haar boeken. The Professor gaat over een leraar in Brussel die verliefd wordt op een leerlinge. In Jane Eyre zien we Heger terug in de woeste (en woest aantrekkelijke) Mr. Rochester. In Villette, dat zich net als The Professor in Brussel afspeelt, duikt hij op als de driftige, veeleisende leraar Paul Emanuel. In de romans krijgt het meisje haar held.

De afgelopen jaren verdiepte Janzing zich voor haar roman in het negentiende-eeuwse Brussel. Met een stadskaart uit die periode in de hand, is er nog veel van de oude stad te herkennen. Het Warandepark, waar Lucy Snowe in Villette ongelukkig en verdwaasd in een volksfeest terechtkomt en waar Charlotte in The Professor vol jaloezie kijkt naar een verliefd stelletje, is onveranderd. De muziekkiosk staat er nog. Ook het standbeeld van generaal Belliard, bij de trappen naar het Bozar, kan niet aan Charlottes aandacht ontsnapt zijn.

Maar het Quartier Isabelle met het pensionaat en zijn schitterende tuin verdween dankzij de bouwdrift van koning Leopold II. Eén straatje van het Quartier Isabelle heeft het overleefd. Wie langs het Bozar de Ravensteinstraat inloopt, vindt bij Restaurant Ravenstein een trap naar beneden. Deze Terarkenstraat was in Charlottes tijd een route naar het pensionaat, nu loopt hij dood. Aan het eind van de straat hangt op een muur een blauwe plaquette ter herinnering aan het feit dat hier ooit de zussen Brontë liepen. Het is er in 2004 clandestien opgehangen door een Nederlandse Brontë-liefhebber die de Bozar-plaquette te onopvallend vond.

Wraak

Charlotte heeft zich nooit thuis gevoeld in Brussel. Ze keek neer op de Belgen, hield zich afzijdig, maakte nauwelijks vrienden. Vooral de Vlamingen kwamen er in haar oordeel slecht vanaf. In haar boek neemt Janzing subtiel wraak, door Charlotte in contact te brengen met een ongeschoolde, maar charismatische en intelligente Vlaming. „Ik wilde tegenwicht bieden tegen al het lelijks dat Charlotte Brontë ooit over de Vlamingen schreef. Hoewel je het haar niet kwalijk kunt nemen, ze verbleef bij een Franstalige familie. En in hun ogen waren Vlamingen eenvoudige mensen op wie je neerkeek.”

Charlotte stak haar afkeer van het katholieke geloof nooit onder stoelen of banken, vooral niet in Villette. Gedurende haar twee jaar in België werd die afkeer alleen maar sterker.

Wanneer haar klasgenoten of leerlingen op zondag rechtsaf sloegen richting de kerk van Sint-Michiel en Sint-Goedele (nu een kathedraal), sloeg zij linksaf naar de Eglise Protestante bij het Paleis van Karel van Lotharingen, waar ook koning Leopold I regelmatig binnenstapte voor de dienst. De kapel is er nog en nog altijd is er iedere zondagochtend een protestantse dienst. Ondanks dat ze het katholicisme een achterlijk geloof vond, worstelde ze toch met de aantrekkingskracht ervan. „Op een dag is ze de kerk van Sint-Michiel en Sint-Goedele binnengestapt en heeft daar gebiecht, waarschijnlijk over haar gevoelens voor Heger”, zegt Janzing. Charlotte was verward en eenzaam. „Het was voor haar op dat moment verleidelijk om in het katholicisme mee te gaan. Maar juist daarom zette ze zich er zo tegen af.”

De gebeurtenis verwerkte Charlotte bijna letterlijk in Villette. Ze laat haar hoofdpersonage Lucy Snowe plaatsnemen in een van de biechtstoelen die nog altijd in de zijbeuken van de indrukwekkende kathedraal staan. Lucy stort haar hart uit. Voor Charlotte Brontë zelf bracht de biecht weinig heil. Pas elf jaar na haar Brusselse avontuur, in 1854, en nadat ze haar ervaringen in drie boeken had verwerkt, accepteerde ze een huwelijksaanzoek van een andere man.

‘De Meester’ van Jolien Janzing is verschenen bij De Arbeiderspers. De auteur geeft op 9 juni een rondleiding door het Brussel van de Brontës (inl: jolien.janzing@gmail.com)