Groninger Museum geeft schilderij terug

Het Groninger Museum moet het schilderij Riviergezicht met aanlegplaats van Maerten Franszoon van der Hulst afstaan aan de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar, Richard Semmel. Drie andere doeken die ooit bezit van Semmel waren, mogen in andere Nederlandse musea blijven die ze nu in bezit hebben. Dit adviseert de commissie die in 2002 is opgericht om geschillen over roofkunst te beslechten met bindende adviezen. De erven Semmel zijn woedend dat ze slechts een doek terugkrijgen: ze willen procederen om ook de rest te krijgen.

Het Groninger Museum moet het doek teruggeven, omdat het museum weinig belangstelling aan de dag legt voor het schilderij, dat ooit werd toegeschreven aan Jan Josefsz. van Goyen. Het staat al jaren in depot. In dit geval, oordeelt de commissie, legt het eigendomsrecht van het museum niet genoeg gewicht in de schaal.

Het werk Duinlandschap met hertenjacht van Gerrit Claesz. Bleker mag in het Frans Hals Museum blijven, omdat de commissie onvoldoende bewijs heeft dat het van Semmel was. Van twee andere werken is dat bewijs er wel: Christus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Bernardo Strozzi en Madonna met wilde rozen van Jan van Scorel. Maar ze mogen in Museum De Fundatie en in Wijhe en het Centraal Museum in Utrecht blijven. Want, stelt de commissie, de erfgenamen zijn geen familie van Semmel, en hebben geen herinneringen aan de werken. En Semmel en zijn erfgename hebben nooit gepoogd ze terug te vinden. In deze gevallen telt, aldus de commisie, het eigendomsrecht van de musea zwaarder. Semmel (1875-1950) was een joodse ondernemer en kunstverzamelaar uit Berlijn die actief betrokken was bij de Deutsche Demokratische Partei. Toen hij in 1933 uit Duitsland vluchtte veilde hij in Amsterdam een deel van zijn kunstcollectie uit geldnood. Hij wees voor hij stierf een erfgename aan.