Film

The Grandmaster ****

Over films die veel te lang zijn struikel je voortdurend in de bioscoop. Films die te kort zijn, zijn zeldzaam. The Grandmaster is zo’n zeldzaamheid. De film van Wong Kar Wai barst uit zijn voegen van ambitie. The Grandmaster wil het verhaal vertellen van de tragische geschiedenis van China in de eerste helft van twintigste eeuw. Daarnaast wil de film een monument oprichten voor beoefenaars van de traditionele vechtsport, die hier de waardigheid krijgt van een oeroude cultuur. Ook wordt de geschiedenis nog een tikje herschreven door een vrouw (superster Ziyi Zhang) als meester van de vechtkunst te presenteren. Voor een film van 2,5 uur is het veel te veel, maar wat is het allemaal prachtig.

Paradies: Hoffnung ****

De Oostenrijkse provocateur Ulrich Seidl heeft het afgelopen jaar een huzarenstukje verricht. Drie films maakte hij, die achtereenvolgens op de festivals van Cannes, Venetië en Berlijn in première gingen. Drie films. Drie vrouwenlevens. Drie grote thema’s die knipogen of buigen naar bijbelse en danteske motieven – of het ernst is, aanklacht of pesterij, dat is bij Seidl nooit helemaal zeker. Na Teresa in Liebe en Anna Maria uit Glaube is het nu de beurt aan Melanie, een obese tiener, om de hoofdrol te vertolken in Hoffnung. De film roept vragen op die meer zeggen over de toeschouwer dan over de film. Lang heeft Seidl door middel van filmische shocktherapie zijn toeschouwers wakker willen schudden. In de Paradies-trilogie plaatst hij daar empathie naast. Dat maakt het nog verwarrender. Wat moeten we denken van de dikke tieners die op een zomerkamp van hun extra kilo’s af moeten zien te komen? We zien ze door symmetrische kaders voorbij joggen en hupsen als koddige kuikentjes in een sprookjesboek. We volgen ze tot onder de stapelbedden, waar ze drinken en dromen (en stiekem schransen).

Les Chevaux de Dieu ****

In Les Chevaux de Dieu ontmoeten we de broers Hamid en Yachine, twee adolescenten die hangen, sjacheren, blowen, stoer doen in de straten van de sloppenwijk Sidi Moumem bij Casablanca. Vraag is hoe dit soort jongens zichzelf kunnen opblazen in een door Al-Qaeda georkestreerde golf aanslagen. In een context van onderdrukking, wanhoop en zelfhaat is 11 september 2001 een shot adrenaline. De jongens kijken in het theehuis muisstil toe hoe de Twin Towers instorten. Dat biedt pervers genoeg uitzicht op een waardig, zelfs heroïsch bestaan. De achterbuurt herontdekt de islam. Regisseur Ayouch filmt het traject van voetbal tot bomgordel dwingend, zonder dat het geforceerd of didactisch wordt. De door amateurs gespeelde personages zijn mensen. De bronnen waaruit Al-Qaeda kan putten, staan nog lang niet droog.