Eenderde kandidaat-bestuurders pensioenfondsen ongeschikt

Foto Hollandse Hoogte / Peter Hilz

De kwaliteit van kandidaten voor pensioenfondsbesturen, die gezamenlijk duizend miljard pensioengeld beheren, is onder de maat. Eenderde van de ruim vierhonderd kandidaten die werkgevers en vakbonden de afgelopen anderhalf jaar voordroegen bleek niet of onvoldoende geschikt, meldt NRC vanmiddag.

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft de kandidaten getoetst op basis van de aangescherpte geschiktheidseisen die sinds vorig jaar gelden voor nieuwe bestuurders van pensioenfondsen. Naar aanleiding van de eerste resultaten stelt DNB dat “de geschiktheid van de kandidaten omhoog moet”.

Het strengere examen dat DNB de bestuurders afneemt was één van de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie De Wit die onderzoek deed naar het falen van het financieel stelsel sinds de kredietcrisis. Pensioenfondsen worden traditioneel op afstand van de overheid door vakbonden en werkgevers bestuurd. De toezichthouder benadert de fondsen echter steeds meer als gewone financiële instellingen.

99 kandidaten mochten toch het bestuur in

Van de onvoldoende geschikt bevonden kandidaten mochten 99 toch toetreden tot het bestuur op voorwaarde dat zij kennis en vaardigheden binnen afzienbare tijd verbeteren. Negen ongeschikt bevonden kandidaat-bestuurders werd die kans niet gegund, 26 kandidaten trokken zich vrijwillig terug. De zittende bestuurders van de circa 350 pensioenfondsen die Nederland telt, worden niet opnieuw getoetst, tenzij er aanleiding toe is. Het gaat om rond de 2.500 bestuurders.

Alleen bij een nieuwe benoeming of een herbenoeming moeten zij op examen bij DNB. De koepelorganisatie van pensioenfondsen zegt tevreden te zijn over de eerste resultaten zegt een woordvoerder:

“Maar negen van de 406 kandidaten zijn niet geschikt bevonden. Met een deel zijn groeiafspraken gemaakt maar de basiskennis is er.”