Daten met kunst op nieuwe KunstRAI

In de slag om de topgaleries verliest de KunstRAI het van Art Rotterdam en buitenlandse beurzen. Organisator Hermida: „Qua niveau moet je horizontaal denken, niet verticaal.”

Het belang van beurzen voor de kunsthandel neemt toe. „Dat is waar de handel zich afspeelt”, zegt oprichter van de KunstRAI Wim van Krimpen. Toch gaat het niet goed met de in 2012 heropgerichte Amsterdamse beurs KunstRAI, die woensdag begint. De omzet viel tegen en het aantal deelnemende galeries is dit jaar nog lager dan vorig jaar. Hoe kan dat? „Het zijn inderdaad niet de makkelijkste tijden”, erkent organisator Erik Hermida. „Maar een beurs is ieder jaar weer uniek.” Met andere woorden: hij houdt de moed erin.

Wim van Krimpen, die de beurs in 1985 oprichtte en nu lid is van het comité van aanbeveling, wil dat vooral aanmoedigen. „Gezien de geringe voorbereidingstijd vind ik het knap hoe leuk het vorig jaar nog is geworden, dus ik wil geen slechte dingen zeggen.” En ja, de topgaleries zijn er niet meer. Maar vergelijkingen met vroeger gaan mank, meent Van Krimpen. „Ik maakte een avant-gardebeurs, nu is de opzet totaal anders, gericht op een breed publiek.” Van Krimpens eigen galerie staat er ook niet.

Anneke Oele, die de beurs van 2003 tot 2009 organiseerde, ziet verklaringen voor de neergang van de beurs in de internationalisering van de kunstmarkt, de recente tumultueuze geschiedenis en de keuze van veel galerieën voor Art Rotterdam. „Eén goede beurs lijkt nu genoeg voor Nederland.”

Over die geschiedenis: in 2012 wilde organisator Edo Dijksterhuis de beurs van de RAI naar Amsterdam-Noord verkassen. Maar ART Amsterdam, zoals de KunstRAI zich sinds 2006 noemde, mislukte door onenigheid met de galeriehouders. Daarop kwam een alternatief, Unfair Amsterdam. Die beurs werd afgelast toen bleek dat de locatie aan alle kanten lekte. Niet handig voor de expositie van kunst.

Dijksterhuis wilde een strenge selectie van deelnemers – meer kwaliteit en internationaler. De beurs waarmee Hermida vorig jaar het gat in het expositieprogramma van de RAI vulde, is daarentegen juist nationaal en met veel toegepast werk, als sieraden en meubels.

Navraag bij gerenommeerde galeries voor hedendaagse kunst leert dat zij Art Rotterdam inderdaad nu als de enige belangrijke Nederlandse beurs zien. Sommigen, als Fons Welters, doen mee aan Unseen Photo Fair, in Amsterdam. Een ander, Annet Gelink, vertelt dat nóg een beurs in Nederland „de investering niet waard is”. Gelink: „Voor avant-garde bestaat hier maar een klein groepje kopers die ons ook zonder beurs wel weten te vinden. Dan bespaar ik liever de kosten voor het huren van een stand, personeel, kunstvervoer, enzovoorts.”

Iedereen wijst op de verbreding die Hermida heeft gezocht. Het werpt de vraag op of hij de topgaleries nog wel echt wíl op zijn KunstRAI. Hermida: „Zeker wel. Ik wil een brede beurs, dus ja, ik wil die topgaleries er ook graag bij. Maar dat betekent niet dat wat wij hebben, minder waard is. Qua niveau moet je horizontaal denken, niet verticaal. Wij hebben een enorm breed scala te bieden.”

Hermida praat liever over nieuwe initiatieven waar hij het publiek op trakteert. Zoals de dinerdate met een kunstwerk. Omdat mensen in musea slechts enkele seconden naar een schilderij kijken, zegt hij, weten ze niet meer hoe te genieten. En dus kunnen bezoekers een afspraakje maken met een schilderij. „Een tafeltje wordt aangeschoven met gerechten die de kok van het Hilton bij de werken heeft gemaakt.” Zit de bezoeker dan alleen met een schilderij? Of mag hij een vriend of vriendin meenemen? Hermida, verbaasd: „Als jij een date met iemand hebt, neem je toch ook niemand mee? Probeer nou gewoon je echt in een kunstwerk te verdiepen. Dat is de gedachte.”