China wil écht innoveren, ziet ze

Minister Ploumen van Buitenlandse Handel was de afgelopen week op handelsmissie in China. Maar de zaken die zij aankaartte „los je niet in een paar gesprekken op”.

De concurrentie in China verscherpt, de klanten van Nederlandse bedrijven in de tweede economie van de wereld worden veeleisender en de slag tussen nationale en internationale bedrijven om de gunst van de stevig uitdijende middenklasse is in volle gang.

„Het is daarom van essentieel belang dat de Nederlandse overheid nog meer doet om de Nederlandse bedrijven in China te steunen, want tegelijkertijd nemen ook de kansen toe”, zegt minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel, PvdA).

Vandaag sluit zij de handelsmissie naar China, die een week duurde, af in de zuidwestelijke metropool Chengdu. Daar opent de minister een nieuwe economische ondersteuningspost, want ook Nederlandse bedrijven verhuizen van de oostkustprovincies naar het zuidwesten. Hier liggen de lonen en belastingen lager, zijn de kantoren en productiehallen nieuwer en groeit de koopkrachtige middenklasse het snelst.

Chengdu is ook de plaats waar nieuwe bedrijven, zoals spelletjesmaker Tribeplay, zijn gevestigd. DSM heeft er een grote productiefabriek gebouwd. Later dit jaar zal in de naburige stadsprovincie Chongqing (32 miljoen inwoners), waar de economie ook dit jaar met ruim 10 procent groeit, een nieuw consulaat worden geopend. Het Nederlandse diplomatieke netwerk in China is tot nu toe bij de bezuinigingen grotendeels gespaard.

Ploumen, wiens eerste Chinareis langs politici, bedrijven en congressen voerde in Hongkong, Shanghai en Beijing, heeft besloten het tempo van handelsmissies naar China op te voeren: van één keer in de zoveel jaar naar ieder jaar. Tijdens deze handelsmissie tekenden Nederlandse en Chinese bedrijven en klanten voor 300 miljoen euro aan overeenkomsten.

„Wij willen in China weer mee vooraan fietsen’’, reageert Ploumen in een telefonisch gesprek op de vaststelling dat Den Haag wat betreft handelspolitieke diplomatie leek mee te liften op de bagagedragers van Duitsland en de Europese Commissie. Duitsland en Denemarken zijn ieder jaar op ten minste ministerieel niveau in China om „hun” bedrijven te helpen bij het opbouwen van relaties opbouwen (guanxi), niet alleen met klanten, maar vooral met de in alle geledingen van de economie aanwezige overheid.

De belangrijkste ontmoeting van Ploumen was dan ook met de nieuwe Chinese minister van Handel, Gao Hucheng. Hij is de komende tien jaar de architect van het Chinese handelsbeleid. Zij spraken, behalve over de oplopende spanningen tussen China en de Europese Commissie over de Chinese subsidies aan zonnepanelenmakers, over toegang tot afgesloten delen van de Chinese markt.

Voor Nederlandse (en andere internationale) ondernemingen is markttoegang samen met ondoorzichtige regelgeving en de taaie bureaucratie het belangrijkste probleem. Ploumen kreeg van Gao enkele toezeggingen, zegt zij. Desalniettemin wil ze van markttoegang „een terugkerende kwestie” maken. „Het is niet iets wat je in een paar gesprekken oplost. Het is een kwestie van stille diplomatie en het stap voor stap oplossen van problemen.”

Dat geldt ook voor de diefstal van intellectuele eigendommen en het kopiëren van producten en merknamen. Nederlandse hightechbedrijven zijn zeer voorzichtig met het vaak onvermijdelijke overplaatsen van gecompliceerde productieprocessen naar China. De Chinese belangstelling voor Nederlandse vindingen op het gebied van nanotechnologie, landbouw, ruimtevaart, waterzuivering en afvalverwerking is groot. Ploumen: „Ik ben voor het eerst in China en heb mij verbaasd over de dynamiek en ook over de wil om te innoveren.” De minister ziet voor ondernemingen mogelijkheden op het gebied van duurzame ontwikkeling en innovatie. Maar, beklemtoont zij: „Wij moeten onze vindingen goed beschermen en niet achterover leunen, want dan worden we zeker ingehaald door China.”

Duizend Nederlandse bedrijven zijn actief in China. Na Duitsland is Nederland met 10,3 miljard euro de grootste investeerder uit de Europese Unie. Het indirecte economische belang van China voor de Nederlandse export is echter veel groter als de Nederlandse export naar Duitse bedrijven die naar China exporteren wordt meegerekend. Naast de grote vijf (Shell, Unilever, Philips, DSM, AkzoNobel) die zich allang in China hebben gevestigd en gestaag uitbreiden, groeien de bedrijven in de agrarische en de designsector snel. Op de grootste designbeurs van Azië, de Beijing Design Week 2013, is Amsterdam dit jaar gaststad.

Tot slot wil Ploumen de Nederlandse hulp aan Chinese organisaties die zich inzetten voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden in China uitbreiden. „Er is wel nieuwe wetgeving en er komen meer belangenorganisaties, maar die worden bureaucratisch tegengewerkt. Wij zullen daar ook bij volgende bezoeken aandacht voor vragen.”