Cameron in EU klem tussen uitdagers en coalitiepartner

In de troonrede sprak de Britse koningin niet over een referendum over Europa. Maar de politieke druk op premier Cameron wordt bijna ondraaglijk.

Michael Portillo, ex-minister van Defensie. Norman Lamont en Nigel Lawson, oud-ministers van Financiën. Deze Tory-grootheden van weleer stelden zich deze week op. Met één boodschap aan de Britse premier David Cameron: „Het is tijd om de Europese Unie te verlaten”.

Zelfs Margaret Thatcher zou hebben gevonden dat de Britten de EU moesten verlaten, zei haar biograaf Charles Moore gisteren. Thatcher zou in 1992, na het Verdrag van Maastricht en twee jaar na haar aftreden, tot die conclusie zijn gekomen.

Maar in de troonrede die koningin Elizabeth woensdag voorlas, kwam Europa niet voor. Zeker, ze had het over de European Union Approvals Bill. Die moet wettelijk goedkeuren dat het Verenigd Koninkrijk deelneemt aan maatregelen om vervalsing van de euro tegen te gaan, dat de Britten toegang krijgen tot Europese archieven en dat zij profiteren van geld voor een onderwijsproject voor Europese burgers. Elizabeth zei echter niets over een referendum. En wat niet in de troonrede staat, wordt dit jaar niet door de regering als wet ingediend. Tegelijkertijd groeit de druk op Cameron vanuit zijn eigen partij om wel wettelijk vast te leggen dat er na de verkiezingen van 2015 een referendum komt.

De premier beloofde in januari een volksraadpleging over het Britse EU-lidmaatschap te zullen houden. Of die er ook komt, is afhankelijk van een verkiezingszege van de Conservatieven tegen die tijd. De Liberaal-Democraten, coalitiepartner, willen alleen een referendum houden bij de introductie van een nieuw Europees verdrag. Oppositiepartij Labour heeft zich nog niet uitgesproken.

Daarom eist een groeiend deel van de Conservatieve Lagerhuisleden dat Cameron wettelijk vastlegt dat het referendum er komt – ongeacht wie er in de regering zal zitten. De Tories voelen de hete adem van de UKIP (UK Independence Party) in hun nek. De eurosceptische partij van Nigel Farage won vorige week bij lokale verkiezingen een kwart van de stemmen, en maakt kans de Europese verkiezingen volgend jaar te winnen.

De Conservatieven denken dat een referendumwet kiezers ervan zal overtuigen op hen te stemmen. Uit de laatste peiling blijkt dat 43 procent van de Britten de EU wil verlaten, 35 procent wil blijven.

Cameron kan een dergelijke wet echter niet opstellen. Hij is gehouden aan het coalitieakkoord, zo schreef hij maandag aan Tory-Lagerhuisleden, en dat bevat geen wetsvoorstel over een In/Uit-referendum. „Om een dergelijk voorstel in te dienen, zoals u wilt, hebben we goedkeuring nodig van onze coalitiepartners, en zoals het er nu naar uitziet, kunnen we die niet verwachten.”

Vicepremier Clegg zei woensdag tegen de BBC dat „een referendum in antwoord op niets vreemd is”.

Toch kan de referendumwet wel aan de orde komen. Individuele Lagerhuisleden kunnen een wet indienen, en als die door veel collega’s wordt gesteund, moet er een debat over worden gehouden. Dat zou John Baron van plan zijn te doen.

Labour-leider Ed Miliband waarschuwde Cameron woensdag tijdens het debat over de troonrede dat „doordrammen over Europa” de kiezer niet zal overtuigen. „De les voor de premier moet zijn dat je Farage niet kunt uit-Faragen. De mensen achter hem [op de Lagerhuisbankjes] zullen steeds meer willen. Morgen een referendum over Europa, dan het homohuwelijk niet laten doorgaan. Ze zullen nooit tevreden zijn.” Hij signaleerde dat de Conservatieven „UKIP ooit clowns noemden”: „Nu willen ze deelnemen aan het circus.”