Brieven

Bar weinig ‘room for discussion’

‘Wat moet ik doen om later zo te worden als u?’, ‘Wie was uw favoriete student?’, ‘Uw handtekening op het eurobiljet is eenvoudig vergeleken met die van uw voorgangers, bent u ook zo direct in uw leven?’. Een greep uit de geselecteerde vragen die studenten aan ECB-directeur Mario Draghi stelden toen hij een maand geleden te gast was bij Room for Discussion. Deze week werd de UvA bezocht door IMF-directeur Christine Lagarde. We vreesden voor weer een gecensureerd rondje vragen van the usual suspects en namen als Kritische Studenten Amsterdam deel aan de protestactie.

Voorafgaand aan het bezoek van Draghi gaf de SEFA (study association for economics and business, de organisator van Room for Discussion) studenten de kans om vragen aan de ECB-directeur in te sturen, maar die moesten wel eerst langs het ECB-kantoor. Vragen die te kritisch waren zouden de oren van Draghi nooit bereiken.

Het is prima als er machtige maar controversiële figuren als Draghi, Lagarde en eerder dit jaar ook de Indiase multimiljardair Ratan Tata uitgenodigd worden, maar dan alleen als er tegenover deze hooggeplaatste gasten kritische interviewers staan en niet de eerste de beste snotneus van de business faculteit. Er zijn genoeg wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar IMF-beleid, waarom krijgen die niet een plaats op het podium? En als dit onmogelijk wordt gemaakt door vragen vooraf te censureren, zouden de organisatoren dan niet moeten concluderen dat de gast in het geheel niet welkom is?

De universiteit behoort geen kweekvijver te zijn voor ja-knikkers, maar een omgeving waarin men zichzelf en de ander uitdaagt en bevraagt.

Kees Visser en Noor Kuijpers

Kritische Studenten Amsterdam

Laten we ons een vrije dag door de neus boren?

Eens in de zoveel jaar valt Koninginnedag op een zondag. Dat gebeurde in de 20e eeuw gedurende de regeringstijd van Wilhelmina zeven maal en vijfmaal ten tijde van Juliana. De verjaardag van Wilhelmina werd in de jaren 1902, 1913, 1919, 1924, 1930 en 1947 verplaatst van zondag 31 augustus naar maandag 1 september; vanwege de oorlogssituatie was hier in het jaar 1941 begrijpelijkerwijs geen sprake van. Vanaf 1948 werd Koninginnedag gevierd op 30 april. In de jaren 1950, 1961, 1967, 1972 en 1978 werd ook nu de viering een dag vooruitgeschoven, nu naar maandag 1 mei.

Beatrix brak met deze traditie, want ineens werd de vermenging van Koninginnedag met de Dag van de Arbeid als onwenselijk ervaren. De Koninginnedagen van 1989, 1995, 2000 en 2006 werden niet op maandag 1 mei, maar op zaterdag 29 april gevierd.

Nu in een nieuw koninklijk besluit 27 april als Koningsdag is aangewezen, zou het doorschuiven van een ‘zondagse’ Koningsdag naar maandag 28 april geen enkel probleem hoeven op te leveren. Waarom zullen we dit dan toch vieren op zaterdag 26 april? Het herzien van dit weinig doordacht overkomende koninklijk besluit biedt de kersverse koning een unieke kans om een oude traditie in ere te herstellen en het volk hiermee alsnog een verdiende vrije dag te gunnen.

Koen Edeling

Enschede

Camouflage

In de week dat Derrick een SS’er bleek en we weer vele uren kibbelden over wie we herdenken op 4 mei, toonde het katern LUX ons de ‘festivalmode’ voor deze zomer. Vooral de ‘camouflageshorts’ van APC worden, zo rond de meidagen, op een goed moment geïntroduceerd. De ontwerper dacht vast: „Als ik de lichte partijen een tintje geler maak, merkt niemand dat dit een Splittertarn-patroon is.”

Dit Splittertarn-patroon is namelijk een van de eerste camouflagepatronen, ontwikkeld door de Duitsers begin jaren 30 en volop gebruikt in de Tweede Wereldoorlog, ook door Polizei-eenheden die achter het front op partizanenjacht gingen.

Misschien hebben de tien Duitse soldaten die in Vorden begraven liggen wel geslapen onder een Zeltbahn, een rudimentair tentje uit een lap Splittertarnstof, die ook als poncho gedragen kon worden. Beiden erg geschikt voor festivalbezoek.

Arthur van Beveren

Utrecht

Liever schoon drinkwater dan schaliegas boren

Naar aanleiding van de ingezonden brief (NRC, 7 mei) van de heer B. Koolen over het haast maken met schaliegas moet me ‘t volgende van het hart. De heer Koolen heeft gelijk: er zijn enorme kapitalen aan aardgasbaten in de verzorgingsstaat gepompt. Dat was in mijn optiek een van de domste dingen die onze ‘Sinterklaas-politici’ er destijds mee hebben gedaan: eindige inkomsten gebruiken om oneindige uitgaven mee te doen. Eéns zal die geldbron opgedroogd zijn en dan zit je met de gebakken peren!

Daarom is voorstel van de heer Koolen slechts uitstel van executie. Het gaat om een relatief kleine hoeveelheid gas, waar we hooguit tien jaar mee vooruit zouden kunnen. Schaliegas is bovendien een fossiele brandstof. Daar wilden we toch voor onze gezondheid met z’n allen vanaf?

Maar daar komt nog iets bij. Onder onze grond ligt een enorme, niet op waarde te schatten, rijkdom waar we met z’n allen nog heel veel generaties heel veel plezier van kunnen beleven en die heel goed is voor onze gezondheid: goed betrouwbaar drinkwater. De vraag is of we die schat in de waagschaal moeten stellen, omdat er een marginale hoeveelheid schaliegas ‘gewonnen’ kan worden en wij de prijs die toch ééns betaald zal moeten worden dan kunnen doorschuiven naar onze kinderen.

Het belang van schoon drinkwater is in mijn ogen zó groot dat we daarmee geen enkel risico moeten nemen en zeker niet als het in het beste geval een kort uitstel van executie oplevert. De enige mogelijkheid het risico echt nul te laten zijn is simpel: niet boren naar schaliegas. Dat betekent dan ook: nu de maatregelen treffen die nodig zijn om zonder eigen aardgas de tent draaiend te houden. We hebben nog 20 jaar !

K.Bijlsma

Schaijk