‘Beethoven is wild, onorthodox’

Dit weekend begint Iván Fischer met het Concert-gebouworkest aan een cyclus met de symfonieën van Beethoven. „Er is maar één juist tempo.”

Iván Fischer Foto Olivier Middendorp

Tot 1957 was het traditie. Het Concertgebouworkest (en vele andere orkesten) besloot elk seizoen met een cyclus van de Beethoven-symfonieën. Die traditie verdween, maar nog steeds zijn uitvoeringsreeksen van alle symfonieën populair. Bernard Haitink deed recent een cyclus, Riccardo Chailly en Simon Rattle namen er één op. Bij het Concertgebouworkest begint Iván Fischer vanavond aan een Beethoven-serie. Na de Eerste, Tweede en Vijfde symfonie (vanavond en morgen) volgen nog drie concertreeksen.

Was dit uw initiatief?

„Nee, het orkest vroeg me, en daar was ik blij mee. Van de nog klassieke Eerste tot en met de filosofische Negende; Beethoven neemt je mee op reis in een klinkend losmakingsproces van de oude klassieke smaak met bijbehorende conventies. Maar het is ook een droeve reis. In de toename van lyriek denk ik althans ook Beethovens toenemende eenzaamheid door toedoen van zijn doofheid weerspiegeld te horen.”

Bij Beethoven heeft iedereen het altijd over ‘de man’. Waarom?

„Dat is eigen aan Beethoven, en ook aan Mahler. Hun muziek is zo persoonlijk dat het onmogelijk is haar als anonieme kunst te zien. Brahms en Bach componeerden ook fenomenale muziek, maar wat weten we over hen, persoonlijk? Hun muziek dwingt niet daarover na te denken.”

Beethoven kwam, als u, uit een muzikale familie. Belangrijk?

„Er zijn ook briljante musici die vanuit het niets opduiken. Maar wat cultuur in de opvoeding helpt wel.”

Maakt u dat pessimistisch over de toekomst van ‘hoge kunst’?

„Haha, nee hoor, totaal niet. Hoe lang moesten we na het Romeinse Rijk nou helemaal wachten op Giotto? Misschien 800 jaar! (schatert) Je moet altijd optimistisch blijven.”

Heeft u één favoriete symfonie?

„Hooguit favoriete delen. Het tweede deel uit de Vierde met die merkwaardige lyriek. Het slotdeel van de Achtste. Maar het gaat me vooral om het geheel. Te horen hoe al de Eerste symfonie onder de conventies wild en onorthodox is. Neem het begin, met die rare akkoordoplossingen (speelt voor aan de piano). Zo zou Mozart nooit componeren. Beethoven gaf muziek een nieuwe functie. Van een uiting van goede smaak werd zij een uiting van de ziel. Geen ander componist bereikt met zo weinig middelen zulke contrasten. Hij is traditie en revolutie in één gedaante.”

Hoe bereidde u zich voor?

„Ik heb alle negen symfonieën verscheidene malen gedirigeerd. Aldoende vind je je inzichten, in principe is mijn visie nu wel ‘klaar’. Er veranderen wel altijd details, omdat de zaal en het orkest variëren. Dat maakt het ook leuk. Maar die nuances kan ik nu nog niet voorspellen.“

Als je uw cd met de Pastorale beluistert naast opnames van Chailly, De Vriend, Rattle, varieert u meer met tempo binnen delen. En hoe krijgt u die boertige klank in het beginakkoord?

„Dirigent Wilhelm Furtwängler zei: het goede tempo hangt af van de zaal, het orkest en het werk. Dat is heel waar. En vervolgens is er voor mij maar één juist tempo: daarom ben ik dirigent. Je kunt het begin van de Pastorale in één tempo spelen, maar je hoort toch dat daar iemand verwijlt? Een dirigent die dat uitdrukt in één tempo, heeft geen ziel.

„Het vinden van de juiste klank is altijd complex. Ik heb net de Vierde van Brahms opgenomen. Dat melancholieke begin… het lukte me niet daar de juiste sfeer te vinden. Uiteindelijk heb ik de musici gevraagd zich voor te stellen dat ze najaarsbladeren waren in de wind. (lacht) Men lachte…. maar opeens was de klank er. Als zoiets lukt, en dat is met een groot collectief van individuen echt lastig, dan is dat iets heel wonderlijks en prachtigs.”

Als uw innerlijk oor zulke heldere idealen voorschrijft, schuwt u dan andermans interpretaties?

„Nee, soms hoor ik iemand zelfs iets doen waarvan ik denk: wow, ja, zo moet het! Bij Schubert onder Carlos Kleiber ervoer ik dat. En bij het tempogevoel van Claudio Abbado.”

Op de Beethoven-cd van uw Budapest Festival Orchestra spelen natuurhoorns. Hier straks ook?

„Als gastdirigent moet je zoeken naar een balans tussen je ideeën en de onzekerheid die die kunnen veroorzaken bij een orkest. Met het Concertgebouworkest ben ik nu wel zo vertrouwd dat ik kies voor een andere opstelling, met de bassen achter en de eerste en tweede violen aan weerszijden van het podium. De musici waren er blij mee deze week. Althans: de meesten. Houtblazers met koperblazers achter zich intoneren minder goed dan tegen een fundament van bassen. Ook ritme en klank worden beter van deze opstelling. Met mijn eigen orkest speel ik alleen nog zo – in elk repertoire.”

Komt er een cd-opname?

„Het Concertgebouworkest neemt alles op, maar in welke vorm ze daar iets mee doen? Met mijn eigen orkest werkt het anders. We zijn een van de laatsten die studio-opnamen maken. Slopend werk, we doen er maximaal twee per jaar.”

Die vervolgens allemaal worden bekroond. Wat is uw geheim?

„Pianist Glenn Gould verloor op een zeker moment zijn interesse in concerten en richtte zich puur op studio-opnamen. Ik ervaar een gelijksoortige vreugde als op een cd eindelijk alles klopt. Dat lukt in één liveopname natuurlijk nooit. Haitink zei: een concert is een ritueel. Het werkt op en in het moment, en terugluisteren is vaak een deceptie. Dat wil ik niet. Het is als het verschil tussen een theatervoorstelling – live en eenmalig – en een film. Bij film moet alles kloppen. Op een cd ook.”

Beethoven door Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Iván Fischer. 10, 11, 30, 31 mei Concertgebouw A’dam. Vervolg in februari 2014.