'Als danshuis willen we theatraler zijn'

Na 20 maanden als artistiek directeur van het Nederlands Dans Theater, is Paul Lightfoot stellig: „Het is tijd onze plaats weer in te nemen.”

Nederland, Den Haag, 24-04-2013. Portret van Paul Lightfoot, artistiek directeur van het Nederlands Dans Theater. Foto: Andreas Terlaak Andreas Terlaak

Al sinds het terugtreden van choreograaf en artistiek leider Jirí Kylián in 1999 zoekt het Nederlands Dans Theater, een van de vlaggeschepen van de Nederlandse dans, naar een nieuwe koers. Drie artistiek directeuren slaagden er niet in het gezelschap te revitaliseren. Ruim anderhalf jaar geleden nam Paul Lightfoot het stokje over. Glimpjes van zijn artistieke visie worden zichtbaar. „We moeten naar buiten.”

U werd altijd gezien als de gedoodverfde opvolger van Jirí Kylián. Toch hield u ruim tien jaar de boot af. Deels op advies van Kylián zelf, die zei dat het dodelijk voor de creativiteit zou zijn. Waarom heeft u in 2011 wel ja gezegd?

„Twee redenen. A: ik ken het hier door en door. B: ik ben choreograaf. Dit instituut heeft een artistiek leider nodig die ook creëert, dat zit in onze geschiedenis: Hans van Manen, Glenn Tetley, Benjamin Harkarvy en natuurlijk Jirí. Overigens hou ik niet van het woord instituut. Maar dat zijn we wel. Je kunt niet vijftig jaar rebel blijven.”

Hoe zou u het Nederlands Dans Theater willen omschrijven?

„Hmm, hoe arrogant mag ik worden? Wat is NDT? Een van de beste danshuizen ter wereld. We zijn onszelf een tijdje kwijt geweest, maar het is tijd onze plaats weer in te nemen en te doen waar we goed in zijn: choreografieën maken voor het heden. Grenzen verleggen.”

Wat bedoelt u daarmee?

„We moeten weer onverschrokken durven zijn. Ik denk dat we minder dans-georiënteerd mogen worden. Een huisstijl, onze NDT-manier van bewegen, houdt een beperking in. Bovendien heeft iedereen ons geïmiteerd: iedereen heeft een juniorengezelschap gemodelleerd naar NDT2, iedereen programmeert als wij. Zelfs klassieke gezelschappen dansen werk van Hans, Jirí en William Forsythe. Als we ons willen onderscheiden, zullen we het over een andere boeg moeten gooien. Ik wil het theatrale element meer benadrukken. Het is tijd om de volgende stap te zetten.”

Hoe en met welke choreografen denkt u die ‘volgende stap’ te kunnen zetten?

„Onder andere met voorstellingen rond één choreografische ‘stem’. Die zijn interessant voor het publiek, dat het werk van die kunstenaar echt leert kennen, én vormen een uitdaging voor de kunstenaars, die ineens afwisseling moeten laten zien binnen hun eigen werk. Dat vergt een totaal ander perspectief. Het nieuwe avondvullende programma van artistiek adviseur Sol León en mij is zo’n experiment: we maken het en rond, met het publiek op het toneel om de dansers heen. Dat hebben we nooit eerder gedaan. In Amsterdam staan we in de piste van Carré. En – we gooien onszelf echt voor de leeuwen – we gaan zingen.

„Ik zoek nu choreografen buiten ons traditionele blikveld. We gaan bijvoorbeeld samenwerken met het Belgische gezelschap Peeping Tom. Hun werk is uitgesproken theatraal, maar wordt wel gemaakt voor excellente dansers. Al is het voor Nederland misschien niet helemaal nieuw, voor ons betekent het een andere manier van werken. Geen big old choreography, maar fysiek theater.”

U werkt tegenwoordig samen met Korzo op het gebied van talentontwikkeling. Ziet u daar al jonge dansmakers die iets voor NDT kunnen betekenen?

„Misschien niet direct voor het grote toneel. Daar moet je voorzichtig mee zijn. Korzo biedt wel een beschutte plek voor dansers met choreografische ambities. Met deze samenwerking kunnen we én onze talentontwikkeling outsourcen én nieuwe voorstellingsvormen onderzoeken.

„Hoe dol ik ook ben op ons huis, het Lucent Danstheater, het is belangrijk in kleinere zalen op te treden. Dat is ook voor ervaren choreografen heel inspirerend. Je kunt dan op twee niveaus creëren: alle registers open in de grote zaal, en de kleine zaal voor dingen die op een groot toneel niet zouden werken maar wel waardevol zijn. Met technisch minder complexe producties ben je wendbaarder. Nu toert zowel NDT1 als NDT2 door Nederland en sta je in Den Bosch, Tilburg en Eindhoven met vergelijkbaar repertoire. Dat is zinloos, die steden liggen vlak bij elkaar! Als je ook in de kleine zaal optreedt, kun je kiezen wat een goed programma voor welke stad is.”

Een paar jaar geleden schreef NDT in een zelfevaluatie dat er (te) weinig verschil was tussen NDT1 en NDT2. Waarom is samenvoeging nooit overwogen?

„Omdat dat het kind met het badwater weggooien is. Bij NDT2 worden nieuwe generaties dansers gekweekt voor NDT1. In mijn optiek is NDT geen gezelschap waar je even neerstrijkt en weer verder fladdert. Ik zoek toewijding, aan choreografen, balletten, aan je collega’s als mensen. Dat klinkt een beetje naar binnen gekeerd, maar een dergelijke werkomgeving is fantastisch. Je ziet het bij dansgroepen rond één choreograaf, zoals Pina Bausch of William Forsythe.”

Tot 2000 was het werk van Jirí Kylián de grote attractie. Is er plaats voor dat repertoire bij het NDT van Paul Lightfoot? Of moeten liefhebbers voortaan naar het buitenland om die balletten te zien?

„Begrijp me goed, ik adoreer zijn choreografieën, maar Jirí wíl geen boegbeeld meer zijn. Moet ik dat werk dan tegen zijn wens in programmeren? En hoe kom je vooruit als je retroprogramma’s blijft maken? Dat is op je lauweren rusten. Mooie lauweren.”

Bij een nieuw artistiek beleid hoort een investering in marketing. Ook met het oog op dalende bezoekcijfers en het vergrijzende publiek. De marketing van NDT is al jaren belabberd, alsof men dacht dat NDT zulks niet nodig had.

„Aan die arrogantie heb ik me ook schuldig gemaakt. Vorig jaar echter heeft het advies van de Raad voor Cultuur mij wakker geschud. Die twee woorden waarmee NDT werd omschreven, ‘regionale dansvoorziening’ – ze brandden op mijn huid. Hoe kan het dat welingelichte mensen dat over ons zeggen?

„Dan heeft iemand iets gemist. Niet zij, maar wij. Hoe is de schizofrene situatie ontstaan dat men internationaal geen idee heeft wát we precies doen maar wel dat we topniveau brengen, terwijl men nationaal weet dat wij gemengd repertoire brengen, maar geen benul heeft van het niveau? Dat mogen we onszelf aanrekenen. Marketing stond bovenaan mijn lijstje toen ik aantrad. We werken nu aan een totale re-branding.”

Uw voorgangers vertoonden zich nauwelijks in het publieke domein. Het creëerde een beeld van zelfgenoegzaamheid. Wanneer schuift u aan bij De Wereld Draait Door of Pauw en Witteman?

„Haha, ik weet niet of zij mij willen, want ik kan mijn mond niet houden. Nederlands? Natuurlijk spreek ik Nederlands. ‘Oo’, zeggen ze dan, ‘dat Britse accent van jou, wat gewéldig.’ Ik ben niet bang mij persoonlijk te profileren. Niet uit ijdelheid of ambitie, maar omdat het belangrijk is dat NDT een gezicht krijgt.”

Jullie treden sinds kort ook naar buiten met bioscoopvertoningen van NDT-voorstellingen in 600 (inter-)nationale filmtheaters en onlangs met optredens tijdens een evenement in Club Trouw in Amsterdam. Is educatie ook een gebied dat NDT – uit arrogantie? – heeft verwaarloosd?

„Er is een nieuw educatieconcept ontwikkeld en de afdeling is uitgebreid. Het initiatief kwam van Robert van Leer, onze zakelijk directeur. Die vroeg bij zijn aantreden: ‘Waarom doen wij daar niets aan?’ Nou, ehm, omdat we het nooit gedaan hebben? Onvoorstelbaar voor iemand als Robert, die bij het Barbican in Londen verantwoordelijk was voor allerlei outreach-projecten. ‘NDT moet uit zijn ivoren toren’, zei hij. En hij heeft gelijk.”

Hoe staat het met uw creativiteit als choreograaf, na twintig maanden in deze functie?

„Als ik op de traditionele manier zou werken, zou ik ook zeggen dat deze combinatie van functies niet te doen is. Toen ik in 2011 nadacht of ik het wilde, zei Sol León: ‘Je moet het doen. Weet je waarom? Omdat ik er ben. Ik zal de integriteit van het werk bewaken.’ Dat is een zegen, ik voel me beschermd. Ook door Robert van Leer, die als zakelijk directeur heel creatief is, en door Anders Hellström [van 2004 tot 2009 artistiek directeur van NDT, red.] die weer bij ons is, nu als artistiek producer.

„Mijn nieuwe positie heeft ook voordelen. Het hele team voelt zich extra verantwoordelijk ten opzichte van het werk van de artistiek directeur. Ze realiseren zich dat dit nu een van de pijlers is van ons repertoire. In april, toen we in New York optraden, straalden ze dat gevoel uit. Trots: kijk, dit is wat we nu doen.”

Nederlands Dans Theater met School of Thought, 9/5 t/m 7/6. Inl: www.ndt.nl