Als alle houvast wegvalt

Thomas Heerma van Voss: Stern. Thomas Rap, 216 blz. € 16,90 ****

De ontslagen werknemer die met een doosje bezittingen onder de arm z’n auto op de parkeerplaats opzoekt: het is een bekend beeld in film en literatuur. Thomas Heerma van Voss, piepjong (1990), voegt er een nieuwe episode aan toe in de vorm van Hugo Stern, de man aan wie hij zijn tweede boek wijdde. Al wordt Stern in strikte zin niet ontslagen, maar met ‘pre-pensioen’ gestuurd, zoals het veel jongere schoolhoofd de boodschap verpakt.

Al snel wordt duidelijk dat het lesgeven Sterns enige houvast in het leven is geweest. Vrienden heeft hij niet, zijn vrouw is al zo goed als bij hem weg, zijn zoon Bram ontwijkt hem. Hij heeft geen fundament, maar hij heeft wel lange tijd gedacht dat hij het had omdat alles zo fijn z’n gangetje ging. Heerma van Voss laat Stern dit gedurende het boek langzaam ontdekken.

Het drama van Stern wordt aanvankelijk bijna voorzichtig neergezet: de zoon die liever op z’n iPhone kijkt dan met hem bowlt, zijn vrouw die hem meesleept naar een pizzeria waar hij eigenlijk niet naartoe wil. Een wat slome, voorzichtige roman ligt op de loer. Dan volgen echter hoofdstukken over Sterns jeugd en krijgt zijn karakter diepte. Ooit was hij een hemelbestormende jongen die zich in de jaren zestig vol verwachtingen in swinging London vestigde. Het werd voor Stern een ontnuchterende ervaring, Londen kon het prima zonder Stern stellen. Hij vindt ondanks al zijn inspanningen geen aansluiting bij leeftijdsgenoten en klampt zich ten einde raad dan maar vast aan John, een Koreaanse jongen die in Engeland is om de taal te leren. Ze zitten al snel naast elkaar te zwijgen als een lang getrouwd echtpaar.

Het resulteert in pijnlijke taferelen die doen denken aan J.M. Coetzees Portret van een jongeman, tevens gesitueerd in Londen. Sterns doorstart in Amsterdam verloopt ook al niet bijster voorspoedig. Hij vindt een vrouw, maar de kinderwens van het stel wordt niet vervuld. Ze nemen een toevlucht, dat is nog het beste woord, tot het adopteren van een Koreaans jongetje.

De stijl van Heerma van Voss is eenvoudig maar doeltreffend. Wanneer Stern ‘zijn’ zoon ophaalt van het vliegveld blijkt hij niet de enige te zijn die een adoptiekind komt halen. ‘Om hem heen ontstond een kringgesprek over de maanden die iedereen in spanning had afgewacht, en de vreugde na het verlossende telefoontje. Eén vrouw repte over „een fantastisch adoptiejaar”, zoals anderen het hebben over een goed wijnjaar.’ Let wel: ook aan dit gesprek neemt Stern geen deel.

Stern is een kraakhelder geschreven roman die je nog lang laat piekeren over de vraag wat nu precies de fatal flaw van Hugo Stern is. Het zou onderdanigheid kunnen zijn, het zou overmatige gecontroleerdheid kunnen zijn, of de arrogantie die hem op een of andere manier ook aankleeft. Knap. En dat geschreven door een vroege twintiger.