Afscheid van coach met compassie

Alex Ferguson vertrekt na 27 jaar bij Manchester United. Niet alleen de lengte van zijn dienstverband maakt hem een unieke coach. Hij won meer dan wie ook en stond bekend om zijn emotionele uitbarstingen. „Ik ben er om het volk van Manchester te geven wat het nodig heeft.”

(FILES) In a file picture taken on April 22 2012 Everton's Scottish manager David Moyes takes his seat before the English Premier League football match between Manchester United and Everton at Old Trafford in Manchester, north-west England. Everton confirmed on on May 9, 2013 that manager David Moyes will leave the club at the end of the season, paving the way for him to succeed Alex Ferguson at Manchester United. AFP PHOTO/ANDREW YATES RESTRICTED TO EDITORIAL USE. No use with unauthorized audio, video, data, fixture lists, club/league logos or “live” services. Online in-match use limited to 45 images, no video emulation. No use in betting, games or single club/league/player publications. AFP

Loyaliteit, daar draait het om bij Alexander Ferguson. Trouw zijn aan elkaar, aan je geliefden en je lotgenoten. Betrokkenheid, verbinding en compassie in elke vezel van je lichaam. Zo heeft de zoon van een Schotse havenarbeider het leven van zichzelf en zijn medemensen van jongs af aan willen inrichten.

Na ruim 71 jaar is hij daar goed in geslaagd. Zeker als coach en manager van Manchester United, de legendarische Engelse voetbalclub die hij na 27 jaar van vooral glorieuze momenten gaat verlaten.

Ferguson zou nooit afscheid nemen van de voetbalclub waaraan hij zich naast zijn passie voor zijn renpaarden had vastgeklampt om zijn leven zin te geven, zo werd gedacht. Manchester United is een instituut, een religie, waartoe je je tot aan je dood wijdt. Maar Fergusons hart, dat sinds 2004 een pacemaker en medicatie nodig heeft, kan het niet langer aan.

Alex (Alec voor zijn Schotse jeugdvrienden uit Govan, nabij Glasgow) wil niet sterven als een heilige. Hij is een sterveling. Al die triomfen, titels, bekers, medailles en decoraties hebben hem twintig jaar geleden al een koninklijke onderscheiding (Sir Alex) opgeleverd. Dat streelt zijn ego. Maar meer nog zag hij dat als aanvullend eerbetoon aan wat hij samen met zijn lotgenoten in de opportunistische en zakelijke voetbalwereld heeft bereikt. Alex Ferguson is nederig, totdat hij zich in zijn integriteit voelt aangetast. Dan staat hij furieus op, en roept hij dat mensen mensen blijven met al hun beperktheden. Help elkaar, denk niet aan jezelf. Geef, zo schreeuwde hij diep van binnen.

Dolend door de catacomben van het stadion van Manchester United, Old Trafford, hoorde ik eens een man zingen. De tekst was onverstaanbaar. Het was neuriën, dat steeds luider werd. Ineens was de stem dichtbij. Ze bleek van een man met rode konen. Hij zong, liep voorbij en knikte. Op de vraag wat hij zong, antwoordde hij: a Scottish song. Hij liep door, zingend, in zichzelf gekeerd. Op de vraag of hij Mister Ferguson was, antwoordde hij vriendelijk: sure. Hij voegde iets toe wat leek op „Vermaakt u zichzelf?” Yeah sure, zei ik impulsief.

Het vraaggesprek later met dezelfde man stelde weinig voor. Onverstaanbaar, want (te) Schots, verplicht en gevoed door een onverschilligheid ten aanzien van journalisten. Dit was werk. Een vraag over zijn ruim beschreven, doorslaande emoties liet hem niettemin niet onberoerd. Ferguson: „Ik ben er om de club, het volk van Manchester te geven wat het nodig heeft. Om de ego’s van de spelers aan te pakken. Als zij niet doen wat het volk wil, zijn ze alleen met zichzelf bezig. Wij zijn er voor elkaar. Ik ben hopelijk een goede manager, u een goede journalist en zij goede spelers. Maar we moeten elkaar helpen om het leven plezierig te maken. Ik constateer dat veel spelers en journalisten dat niet kunnen begrijpen. Maar wie alleen aan zichzelf denkt, komt zichzelf tegen.”

Ferguson keek alsof hij zijn roemruchte hair dryer wilde demonstreren. Voorbeelden van slachtoffers, spelers, bestuurders, journalisten, scheidsrechters, collega-trainers doemden op, mensen die hij luidkeels duidelijk had gemaakt dat er maar één waarheid is: dé waarheid. De waarheid is het lijden van anderen te verlichten en niet van jezelf. Ik herinnerde me de uitspraak „Alex kan in een lege kamer nog ruzie krijgen.”

Maar hij bleef kalm. Hij noemde namen. Eric Cantona, the rebel without a cause, de Franse voetballer die een toeschouwer na een grievende opmerking nota bene op de tribune aanviel met een karatetrap. „Eric heb ik verdedigd. Ik had groot respect voor hem, omdat hij een man was die over het leven nadacht, Freud las, het leven van een held doorgrondde. Ik herkende zijn emoties. Zijn arrogantie heb ik leren aanvaarden. Hij was een leermeester. Eric was de grootste. Maar dat waren ook Ryan Giggs, David Beckham, Roy Keane, Peter Schmeichel. Aan mensen die anders zijn dan ik, heb ik veel te danken.”

Voordat zijn zachte kant toonbaar werd, verviel het gesprek in oppervlakkigheden over spelopvatting en winst en verlies. Spelers die wel of niet voldeden. Hij moest zich neerleggen bij de wensen van de geldschieters, van Rupert Murdoch tot Ierse en Amerikaanse investeerders. „Ik wil het volk bedienen, mensen die geen geld hebben en aan voetbal plezier beleven.” Hij herinnerde zich zijn jeugd, in de haven. Hoe hij als jongen in een arm gezin moest overleven. Hij sliep in bed naast zijn broertje. Het gezin met drie kinderen moest het ouderlijk huis delen met Ierse huurders. Hij trouwde als protestant met een katholiek meisje en voetbalde voor de protestante club Glasgow Rangers, hoewel zijn vader voor het katholieke Celtic was. Well, you know, I found my way, it was hard, but I had to. It’s us and them, but after all we’re ordinary men.

Alex Ferguson behoort tot de grootste trainers, in navolging van de legendarische Schotten Matt Busby (Manchester United), Jock Stein (Celtic) en Bill Shankly (Liverpool), mannen die voetbal zien als primitieve strijd. „Ik ben geen mensenkenner. Ik ga af op wat ik voel bij mensen. Vaak vergis ik me. Maar ik wil mensen en spelers laten weten wat nodig is om elkaar te helpen. Als ze niet willen luisteren, schreeuw ik, uit wanhoop.”

Als voetballer van bijvoorbeeld Glasgow Rangers scoorde hij veel, met name door zijn ellebogenwerk. Maar hij was meer vechter dan artiest. Na zijn voetballoopbaan begon hij een kroeg, At Fergie’s. Dronken gasten werd de deur gewezen. Met Aberdeen werd hij Europees kampioen voor bekerwinnaars, dankzij zijn meedogenloze aanpak. En toen meldde zich Manchester United, de club in verval van George Best en Bobby Charlton. Hij zei ja. In Manchester keek hij om zich heen, zag weliswaar passie, maar vooral egocentrisme. Met zichzelf ingenomen helden en vooral de dronkaards werkte hij de deur uit. Alex Ferguson verbond zicht aan de glorieuze volksclub van weleer die alle verbinding met het volk had verloren.

Wie toetreedt tot het ‘Theatre of Dreams’ voelt wat voetbal is. Je kunt het niet bevatten voordat je het beleeft. Duncan Edwards, Bobby Charlton, George Best, Denis Law, Peter Schmeichel, Eric Cantona, Mark Hughes, Ryan Giggs, Jaap Stam, David Beckham, Roy Keane, Ruud van Nistelrooy, Cristiano Ronaldo, Edwin van der Sar, Wayne Rooney en Robin van Persie hebben allemaal kunnen schitteren op Old Trafford. Maar vooral door de visie van coaches als Matt Busby en de laatste 27 jaar Alex Ferguson.

Gebrek aan loyaliteit heeft veel spelers, trainers en bestuurders de kop gekost. Daar was Ferguson verantwoordelijk voor. Maar toch, in zijn biografie stelde Gordan Strachan, de Schotse oud-speler van United, dat Sir Alex menselijker was dan hij zich vaak voordeed. Ferguson was begaan met mensen die het niet konden bolwerken, met arme kinderen, met wezen, met verstotenen, met mensen als Nelson Mandela, de man die hij na een omhelzing in Zuid-Afrika bewierookt.

Zo zijn er meer verhalen. Vandaag scheldt Sir Alex je uit, morgen belt hij je en vraagt om vergiffenis voor zijn gedrag: „Waarom doen jullie mij dit aan? Jullie journalisten verwijten mij fouten. Maar zo ben ik, sorry. Ik kan niet anders, ik wil dat we elkaar respecteren, met elkaars fouten.”

Ook Alex Ferguson is een man die zijn emoties niet onder controle heeft. Mogelijk vindt hij daar nu een weg in. Loyaliteit aan zichzelf en zijn vrouw Cathy, zijn jeugdvriendin. Mogelijk met een leven zonder prestatiedrift, zonder het streven Manchester United in leven te houden als een voetbalclub die het volk afleiding biedt. Of hij lijdzaam toekijkt, zal de tijd leren. Maar hartgrondige loyaliteit laat zich niet gauw verdringen.