Islamitische politicus in Bangladesh krijgt doodstraf

Politieagenten in Dhaka staan op wacht tijdens een algemene staking gisteren die werd uitgeroepen door de achttien oppositiepartijen. Sinds het oorlogstribunaal dit jaar van start ging, wordt Bangladesh geplaagd door de hevigste rellen in twintig jaar. Foto AP / Ismail Ferdous

Een oorlogstribunaal in Bangladesh heeft een belangrijke politicus van de fundamentalistische partij Jamaat-e-Islami veroordeeld tot de doodstraf wegens zijn rol tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in 1971.

Muhammad Kamaruzzaman werd veroordeeld voor massamoord, verkrachting, marteling en kidnapping. De 61-jarige politicus is assistent secretaris-generaal van de radicale Jamaat-e-Islami; die partij verzette zich destijds tegen de onafhankelijkheid van Pakistan. De veroordeling van Muhammad Kamaruzzaman is al de vierde uitspraak van het oorlogstribunaal in januari.

Vorige maand gaf het tribunaal al levenslang aan een ander lid van dezelfde partij, Abdul Qader Mollah, die terecht stond voor moord op 344 mensen, verkrachting van een elfjarig meisje en de onthoofding van een befaamde dichter. Delwar Hossain Sayedee, vicepresident van Jamaat, kreeg net als Kamaruzzaman de doodstraf. En Abdul Kalam Azad, een presentator van islamitische televisieprogramma’s, werd bij verstek ter dood veroordeeld wegens de moord op zes hindoes en de verkrachting van hindoevrouwen.

Massademonstratie op het plein van Shahbagh nadat een leider van de partij Jamaat-e-Islami door het oorlogstribunaal werd veroordeeld voor levenslang. De demonstranten eisten de doodstraf. Foto Reuters / Andrew Biraj

Straffen van tribunaal splijten het land

De veroordelingen hebben in Bangladesh voor grote onrust gezorgd en verdeeldheid. Honderdduizenden mensen gingen afgelopen tijd de straat op omdat ze het oneens zijn met de straffen voor de plegers van oorlogsmisdaden tijdens de oorlog. De oppositie; Jamaat en de Bangladesh Nationalistische Partij (BNP) vinden de straffen veel te hoog, terwijl het andere kamp van betogers de straffen juist veel te laag vinden. Miljoenen Bengalen hebben wel een familielid dat is vermoord, verkracht of gemarteld door Pakistaanse militairen en de Bengaalse handlangers. Naar schatting doodden Pakistaanse militairen, met hulp van lokale milities, zo’n half miljoen Bengalen en werden tienduizenden vrouwen verkracht.

De oppositie beschuldigt de premier er dan ook van het tribunaal te gebruiken om de machtsbasis van de oppositie te verzwakken in verband met de verkiezingen volgend jaar.

Azië-redacteur Floris van Straaten schreef eerder in NRC:

Al twee decennia zijn de huidige premier Sheikh Hasina van de Awami League en oppositieleider Khaleda Zia in een bittere, improductieve strijd met elkaar gewikkeld. Af en toe wisselen ze van positie maar een constante is dat ze – eenmaal aan het bewind – hun rivaal zoveel mogelijk pesten. Via rechtszaken over corruptie of anderszins. Maar de omstandigheid dat zich onder de tien verdachten acht leidende figuren uit Jamaat-e-Islami bevinden en twee BNP’ers maakt het tribunaal kwetsbaar voor kritiek dat het slechts gaat om een politieke afrekening. Ook het feit dat de regering weigerde het tribunaal een internationaal karakter te geven en aanwijzingen dat ze druk uitoefent op de rechters hebben de geloofwaardigheid niet vergroot.

Bij de betogingen zijn al meer dan 61 mensen omgekomen door hard ingrijpen van de politie. Het Shahbagh-kruispunt in de hoofdstad Dhaka, wordt door sommigen al het Tahrirplein van Bangladesh genoemd.

    • Anouk Eigenraam