Wat vindt u zelf heel belangrijk in werk?

Het zijn de vrolijke, tevreden, zelfs hier en daar lachende gezichten die als eerste m’n aandacht trekken op de foto. Sinds 2005 maken de onderzoeksinstituten TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een groepsfoto van werkend Nederland: de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA).

TNO en CBS enquêteerden eind vorig jaar 25.223 werkende mannen en vrouwen naar een scala aan ervaringen – en opvattingen. Gisteren publiceerden zij de eerste uitkomsten.

Het onderzoek vraagt werknemers naar de omvang van hun werkgever (tussen 100 en 499 personeelsleden is de dominante schaal) én naar gevaren (23 procent doet soms of regelmatig gevaarlijk werk). Het onderzoek vraagt werknemers naar de rol van hun leidinggevende (81 procent zegt dat hun baas „aandacht besteedt aan wat zij zeggen”) én naar hun totaaloordeel over hun werk. Daaruit blijkt dat 78 procent (zeer) tevreden is. Nog eens bijna 15 procent is niet ontevreden, niet tevreden.

De achtergrond van de groepsfoto geeft jaar in jaar uit een bedrieglijk beeld van stabiliteit. Voor 52 procent van de werknemers verandert kennelijk nooit iets. Alleen bij nadere beschouwing zie je ook de rimpels op de gezichten van de andere 48 procent. Rimpels van narigheid en sores. Meer werknemers zijn betrokken bij grote reorganisaties. Meer werknemers zijn betrokken bij inkrimpingen zonder en mét gedwongen ontslagen. Mede daardoor verdubbelt tussen 2007 en 2012 het percentage werknemers dat zich zorgen maakt over zijn baan tot 32.

Kijk als werknemer naar de foto en vraag je af: ben ik dat?

Maar de foto is ook te ‘lezen’ als marktonderzoek, waar werkgevers, kandidaat FNV-voorzitters, ondernemingsraden én minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) hun voordeel mee kunnen doen.

Werkgevers kunnen nog een schat aan arbeidsproductiviteit winnen. Files en vertragingen in openbaar vervoer hinderen de inzetbaarheid van een kwart van de werknemers, storingen in apparatuur zelfs 41 procent, onnodige administratie 34 procent, onnodig overleg 30 procent en slecht functionerende leidinggevenden 27 procent. Achter die blije en tevreden gezichten schuilt een berg frustratie. Bijna tweederde van uw mensen wil bij u blijven werken, maar 45 procent heeft vorig jaar nagedacht over een andere baan.

Het ongenoegen van de één is de kans voor de ander. Onbekendheid met het werk van de OR haalt een score van 23 procent. Daar liggen kansen, ook voor vakbonden.

Welke arbeidsvoorwaarde noemen de meeste werknemers ‘heel belangrijk’? Niet: een goed salaris. Niet: zelf werktijden bepalen. Niet: in deeltijd werken. Wél: prettige sfeer op het werk (75,6 procent). Kansen? Hierover zie ik Ton Heerts of Corrie van Brenk als FNV-voorzitter nog niet een sociaal akkoord sluiten.

Minister Asscher, ten slotte, draait op voor de nieuwe generatiestrijd. De kloof is vorig jaar verder gegroeid, maar anders dan u wellicht denkt. Tot welke leeftijd wilt u doorwerken? Ouderen (55-64) mikken op ruim 64 jaar. Jongeren(15-24) op minder dan 59 jaar. Ouderen nemen hun verantwoordelijkheid, maar jongeren? Wijsheid komt met de jaren. De leeftijdsgroep 25-54 jaar is met een richtleeftijd van 63 jaar al wat realistischer.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.