Snookerpoëzie

Kruis de strenge spelregels van snooker met poëzie en je krijgt snookergedichten, aldus A.H.J. Dautzenberg.

De dag dat Ronnie O’Sullivan wereldkampioen snooker 2013 werd, afgelopen maandag, is ook een revolutionaire dag voor de Nederlandse poëzie. Schrijver A.H.J. Dautzenberg koos die dag om zijn bundel met een nieuw genre poëzie uit te brengen: snookergedichten.

De gedichten in Na de punt (Asterion) bestaan uit door de dichter gerangschikte patronen van bolletjes, in de kleuren van snookerballen (rood, geel, roze, groen, etc). De titels laden de confetti-achtige patronen met betekenis. Waar dichters van stromingen als de Vijftigers en de Maximalen nog in de kracht van het woord geloofden, „heeft Dautzenberg een manier gevonden om het beeld volledig het werk te laten doen – en daarmee,” schrijft zijn uitgever, „biedt hij de lezer de gelegenheid om dat beeld in eigen woorden te interpreteren.” Het lijkt een onvermijdelijke stap, nadat de Vlaamse Paul van Ostaijen in 1921 de concrete, beeldende poëzie BOEM paukeslag schreef. En Jan Hanlo in 1952 experimenteerde met klankgedichten als Oote Oote Boe. Dautzenberg plaatst zich met deze gedichten in die traditie, getuige het snookergedicht Stromboni Boni Boe. Hij geeft, in het nawoord, zelf uitleg bij dit gedicht. Stromboni betekent gecastreerde stier. De ballen in dit gedicht (elke kleur bal heeft bij snooker een eigen waarde) tellen samen 57 punten; Hanlo werd 57. Hij werd in de jaren vijftig opgenomen in een katholieke psychiatrische inrichting, en daar gecastreerd vanwege zijn pedofiele neigingen. „De zwarte bal symboliseert die bizarre misdaad”, schrijft Dautzenberg. Hanlo’s levenslijn van kleurige ballen die,van linksaf gelezen stijgt, daalt na de zwarte bal in dit ontroerende snookergedicht. Per gedicht kan de kleur van een bal, zoals zwart, iets anders betekenen. In Cobain,... bijvoorbeeld kan het zwart de dood zijn, in Ik Had Een Droom de zwarte medemens, in het grafisch erotisch gedicht Soixante-neuf iets dat iemand die dat standje bedrijft van dichtbij ziet. Dautzenberg verwijst in de titel en het voorwoord naar Jorge Luis Borges’ verhaal over Astoria, koning van Kreta, schepper van sterren en wereld, die stelt: „Net als de filosofen denk ik dat niets mededeelbaar is via de schrijfkunst.” Dautzenberg helpt de poëzie nu voorbij dit dode punt.

A.H.J. Dautzenberg, Na de punt (Asterion) snookergedichten, uitgeverij De Contrabas, 48 pag., 17,50 €