SCP: kloof tussen interesse en daad

Slechts eenderde van de Nederlanders die zeggen van cultuur te houden, bezoeken daadwerkelijk voorstellingen, concerten en musea. Dat blijkt uit het gisteren verschenen onderzoek Kunstminnend Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De onderzoeker spreekt van ‘conversie’: doen wat je zegt. Die is voor alle kunstvormen nagenoeg hetzelfde: zo’n 35 procent van de ondervraagden zet zijn culturele belangstelling om in daden. Dans telt de minste geïnteresseerden, 45 procent, film de de meeste, 90 procent. Als feitelijk gedrag wordt meegerekend, is het bereik van dans 9 procent, van film 47 procent.

Het Planbureau peilde belangstelling en gedrag onder ruim 1.500 personen van 16 jaar en ouder. De onderzoeker concludeert dat klassieke muziek, beeldende kunst, literatuur, toneel en dans in de komende decennia minder mensen zullen trekken. Hier voert de onderzoeker twee redenen voor aan: in de laatste decennia heeft het stijgende scholingsniveau van de bevolking de bezoekersaantallen voor deze zogenoemde „gecanoniseerde kunstvormen” op peil gehouden. Dat effect verdwijnt nu de „opleidingsexpansie” afneemt. Daarnaast vertonen „recentere geboortejaargangen” (jongeren) minder interesse in deze kunstvormen. Zij houden nog wel van popmuziek, cabaret en film. Musea en orkesten zijn volgens het SCP „in de weer om de uitdaging het hoofd te bieden”.

Het bereik van cultuur ligt ruim boven het Europees gemiddelde, zo blijkt, op hetzelfde niveau als in Scandinavië en de Baltische staten.