Perfect in de stemming voor kungfu

The Grandmaster. Regie: Wong Kar Wai. Met: Tony Leung, Ziyi Zhang. In: 15 bioscopen.

Over films die veel te lang zijn struikel je voortdurend in de bioscoop. Films die te kort zijn, zijn zeldzaam. The Grandmaster is zo’n zeldzaamheid. De film van Wong Kar Wai barst uit zijn voegen van ambitie. The Grandmaster wil het verhaal vertellen van de tragische geschiedenis van China in de eerste helft van twintigste eeuw. Daarnaast wil de film een monument oprichten voor beoefenaars van de traditionele vechtsport, die hier de waardigheid krijgt van een oeroude cultuur. Ook wordt de geschiedenis nog een tikje herschreven door een vrouw (superster Ziyi Zhang) als meester van de vechtkunst te presenteren, waarnaast de nominale hoofdrolspeler Tony Leung, als de fameuze vechter Ip Man, enigszins verbleekt. De karakteristieke elementen van een film van Wong Kar Wai komen niet tekort: zijn grote thema is en blijft het verstrijken van de tijd, gevangen in beeldschone shots van lang vervlogen tijden. Voor een film van 2,5 uur is het veel te veel, maar wat is het allemaal prachtig.

Vreemd dat zo’n ervaren filmmaker zo’n grote misrekening maakt als het gaat om de tijdsduur van zijn film. Zijn inspiratiebron was Once Upon a Time in America van Leone; een film van 4,5 uur. Een tijdsduur ergens in die orde van grootte had The Grandmaster ook nodig gehad.

Met name voor westerse kijkers bevat de film daarnaast een overdaad aan informatie. Een Aziatisch publiek dat beter vertrouwd is met de geschiedenis van China zal dat ongetwijfeld beter afgaan. De globalisering van de cinema stuit hier op grenzen; niet alles laat zich zo eenvoudig mondiaal exporteren als de gemiddelde superheldenfilm.

Een sterke verhalenverteller is hij eigenlijk nooit geweest. Bij Wong Kar Wai gaat het om stemming en sfeer – zelfs in deze monsterlijk grote productie; een van de duurste films die ooit in China zijn gemaakt. Wie zich overgeeft aan de mijmerende stijl van Wong en zich verder niet al te druk maakt over de verschillende ins and outs van de technische hoogstandjes van de vechtkunst, die hier haast encyclopedisch de revue passeren, heeft The Grandmaster grote schoonheid te bieden. De langere versie gaat ongetwijfeld ooit een keer komen – de regisseur had naar verluidt materiaal genoeg voor een versie van vier uur. Hoe dan ook is The Grandmaster een vitaal levensteken van een uniek regisseur.