Op scherm wordt opera overacting

Bioscopen bieden live opera uit New York en Londen en maken de ervaring zo echt mogelijk. Een uitkomst voor liefhebbers met een smalle beurs – maar toch niet hetzelfde.

Cleopatra (sopraan Natalie Dessay) bereidt zich voor op de komst van haar geliefde Julius Caesar in Giulio Cesare. Foto AP/Metropolitan Opera/Marty Sohl

Koning Tolomeo en generaal Achilla meten zich in een gevecht. Met lange stokken meppen ze naar elkaar, om elkaar heen dansend als volleerde martial-artsmeesters. Tot de beweging verstilt. De koning gaat vertraagd door de knieën, buigt zijn lenige lijf langzaam achterover, de stok van zijn tegenstander maait in slowmotion langs zijn gezicht en borst – mis.

De toeschouwers in de zaal moeten met de ogen knipperen. Zijn ze ineens in The Matrix beland? Voor het publiek dat de voorstelling in zestig landen op een bioscoopscherm volgt, is het effect helemaal vervreemdend: dit gebeurt toch op een toneel, op dit moment?

Dan haalt Tolomeo uit naar de knie van Achilla – voltreffer –, komt in levensechte snelheid overeind en eist lachend zijn overwinning op.

Welkom bij Händels Giulio Cesare vanuit de Metropolitan Opera in New York. De opera vertelt in prachtige barokmuziek het verhaal van Julius Caesar, zijn oorlog tegen de Egyptische koning Ptolemaeus en zijn romance met diens zuster Cleopatra. Giulio Cesare is de laatste opera van ‘The Met Live in HD’ van dit seizoen, waarmee opera- en filmliefhebbers een voorstelling live kunnen volgen in een bioscoop om de hoek. In Nederland in Pathé-theaters, Cinemec in Ede en Foroxity in Roermond en Sittard. Niet alleen New Yorkse opera’s zijn te zien in bioscopen. Het even befaamde Londense Royal Opera House gebruikt de formule ook. In Nederland in bijna twintig bioscopen van Heerenveen tot Heerlen.

De bioscopen doen hun best om er een uitje van te maken. De bezoekers, veelal de 50-plussers die vaker naar klassieke concerten en opera’s gaan, krijgen een folder met het verhaal plus de bezetting van de rollen, als gingen ze echt naar de voorstelling. Vaak worden de ‘gasten’ ontvangen met hapjes en drankjes. Maar eenmaal binnen is de vraag: kan een bioscoopscherm het gevoel oproepen van een avond naar de opera?

Muziek en zang komen in ieder geval prima over. In de Rotterdamse bioscoop Wolff Cinerama houdt het publiek bij Verdi’s Nabucco vanuit het Royal Opera House soms collectief de adem in. Vooral als de uitstekende sopraan die de rol van Abigaille speelt een fluisterzachte frase zingt of een ijselijk boze noot secondenlang aanhoudt. Echt erbij zijn is het daarmee nog niet. Het ROH versterkt de beleving door bij applaus vanuit Londen het surroundsysteem in de bioscoop te gebruiken, waardoor het bijna klinkt alsof je tussen de klappende operagangers zit. Bij een dicht doek worden steeds de chique balkons van de echte zaal getoond, om de bioscoopganger eraan te herinneren waar de beelden vandaan komen. The Met heeft die mogelijkheid niet. In Giulio Cesare gebeuren de setwisselingen tijdens het verhaal, wat op een bioscoopscherm meer het idee geeft van een nog uit te komen dvd. En bij beide registraties zijn de beelden te scherp en dichtbij: zangers zijn in het echt alleen zo in close-up te zien met een toneelkijker.

In de Pathé in Amersfoort maken de bezoekers zich daar niet druk over. Sommigen, die voor het eerst een opera zien, storen zich aan de ‘overacting’ van de zangers in Giulio Cesare. Dat die een zaal van zo’n 2.000 mensen bespelen, vergeten ze. Ook vragen ze zich af waarom er zo spaarzaam vertaald wordt. Dat dit bij operaregistraties gebeurt om eindeloze herhalingen in de ondertiteling te voorkomen – de langste aria in deze Händel duurt circa 9 minuten op een tekst van 4 regels – weten ook de medewerkers van Pathé niet.

De operaliefhebbers in Rotterdam hebben van dit alles minder last. Nabucco is een veel bekender werk naar het bijbelse verhaal van de Hebreeërs die zuchten onder het juk van de Assyrische koning Nebukadnezar. Een aantal van de bezoekers zingt in een operakoor, en zou de tekst van de met veel koorwerk gelardeerde opera bijna woordelijk kunnen meezingen. Bovendien is er Plácido Domingo. De legendarische tenor, nu 72, zingt inmiddels baritonpartijen, in Londen de titelrol. De Rotterdamse koorleden zijn het erover eens dat hij fantastisch is. Zouden ze Domingo niet eens in het echt willen meemaken? Een onbetaalbare droom. Natuurlijk horen ze de muziek liever echt, maar zelfs in Nederland kost dat al snel 100 euro voor twee personen. De Cinerama-Nabucco is dan een heel redelijk alternatief: 12,50 euro per kaartje.

Het ROH maakt het Verdi- en Domingofans niet te moeilijk: de registratie voor de bioscoop is van de laatste voorstelling. Maar de Händel van The Met wordt na de bioscoopvertoning nog vaker opgevoerd. De productie is zo mooi en geestig en heeft zo’n sterke bezetting, dat bij de echte Händelfan na het bioscoopbezoek de handen wel moeten jeuken om nog snel een reisje naar New York te boeken. Als je het kan betalen, maar dan mis je wel de traan die live bij een zangeres over de wang rolt wanneer haar personage een schrijnend duet zingt – een traan die op het enorme scherm in Amersfoort wel te zien is. Zo heeft de bioscoop toch nog één voordeel boven het operahuis.

Van de producties in het ROH zijn dit seizoen nog twee live te zien. Inl: cinema.roh.org.uk Giulio Cesare is bij Pathé nog te zien in ‘Opera Encore’-voorstellingen. Pathé en Cinemec in Ede herhalen ook andere voorstellingen uit The Met. Inl: pathe.nl, cinemec.nl