Menno Tamminga Alleenlevenden

Weinig maatschappelijke ontwikkelingen zijn zo trefzeker te voorspellen als demografische trends. En weinig trends worden zo goed gedocumenteerd.

In 2040 zullen er 8,5 miljoen huishoudens zijn, dat is 1 miljoen meer dan nu. Die groei bestaat voor 850.000 uit eenpersoonshuishoudens, meldde de Statline-website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een paar dagen geleden. Het aantal alleenlevenden tussen 75 en 85 jaar is in 2040 bijna verdubbeld tot 645.000. De alleenlevenden tussen 85 en 95 jaar verdubbelen royaal tot bijna 372.000. Met 3,6 miljoen mensen zijn eenpersoonshuishoudens in 2040 veruit de dominante levensvorm.

Cijfers als deze illustreren drastische veranderingen in de samenleving, die zich zo geleidelijk voltrekken, dat zij dagelijks nauwelijks opvallen. Juist het geruisloze wekt de indruk dat politici en beleidsmakers slecht voorbereid zijn. Drie voor de hand liggende terreinen waar deze trends zich doen voelen: woningbouw (en huizenprijzen), infrastructuur (woonwerk- en vrijetijdsverkeer) en ouderenzorg.

Demografische prognoses blijven natuurlijk ramingen. Met alle onzekerheden. En die ene 100 procent zekerheid: de Grote Vergrijzing. Vanaf de geboorte van de naoorlogse babyboomers (1945-1955) is duidelijk dat zij deze eeuw met pensioen gaan. Sterker nog: sinds de invoering van de AOW per 1957 weet iedereen dat de Grote Vergrijzing inzet vanaf 2010.

Vergrijzing en woningmarkt staan centraal in een recente studie van het Planbureau voor de Leefomgeving die hout snijdt. Een relevant en breder perspectief van de hele woningmarkt schetst het zogeheten WoON, een onderzoek dat het ministerie van Binnenlandse Zaken elke drie of vier jaar laat uitvoeren.

Twee hoofdlijnen uit deze twee rapporten: de gemiddelde grootte van huishoudens blijft afnemen, zegt het WoON-onderzoek. Ouderen blijven „aanmerkelijk langer” wonen in het huis waar zij hun kinderen hebben opgevoed. En: ouderen boven de 65 jaar wonen gemiddeld meer dan twintig jaar in hun woning. Dat is in lijn met het overheidsbeleid. Gezien de trends zijn de voorstellen van staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) voor nieuwe ordening van ouderenzorg en -financiering, wat je er ook inhoudelijk van vindt, nog maar een eerste aanzet.

Het Planbureau voor de Leefomgeving gaat nog wat stappen verder. Steeds meer ouderen (65-plus) die in hun bestaande eigen huis blijven, bewonen een huis dat ongeschikt is voor hun leeftijdsfase. Zij zijn volgens het Planbureau nauwelijks bereid, geneigd of in staat om zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor investeringen en groot onderhoud. Hier geldt zeker voor Van Rijn: nu beginnen, opvolgers later laten oogsten.

En nog een waarschuwing aan wethouders die eengezinswoningen willen (laten) neerzetten om de crisis in de bouw of het tekort op de eigen begroting met extra grondopbrengsten te bestrijden: u bouwt bijna geheid voor leegstand.

NRC-redacteur Menno Tamminga vervangt deze week Maarten Schinkel als economiecolumnist.