Leer van de wilde streken die mensen elkaar leveren

Brian, een goed presterende manager bij een grote bank, heeft de zus van een vriend aangenomen bij zijn afdeling. Aan haar zou hij een goeie hebben, had de vriend bezworen. Maar hoewel de collega’s haar graag mogen, blijkt ze haar werk niet goed te doen en blijft ze vaak weg bij vergaderingen. Wat moet Brian doen?

Dat is een van de problemen die Amerikaanse psychologen voorlegden aan hun proefpersonen in een onderzoek naar kwaadwillende creativiteit. Echt waar: kwaadwillende creativiteit. Het is een tamelijk nieuw concept, dat nog amper wetenschappelijk is bestudeerd. Het gaat om het verzinnen van originele en effectieve manieren om iemand schade toe te brengen. Terrorisme kan eronder vallen, maar op de werkvloer gaat het natuurlijk eerder om creatieve manieren van pesten, roddelen, agressieve grappen maken, je aan vervelende taken onttrekken en van de baas stelen.

Het is een uiterst belangrijk onderzoeksgebied, schrijven de psychologen in hun nieuwe wetenschappelijke artikel in Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts. Kennis over kwaadwillende creativiteit kan geld besparen, het menselijk lijden verminderen, misschien wel levens redden. En het onderwerp krijgt niet de aandacht die het verdient.

Mijn aandacht had het overigens onmiddellijk. Ik wil er alles van weten. Het liefst wilde ik natuurlijk weten welke boosaardige manieren de deelnemers aan het onderzoek bedachten om Brian te helpen, want zo zit de menselijke geest in elkaar. Het heeft vast evolutionair voordeel om te leren welke wilde streken mensen elkaar kunnen leveren. Een groot deel van alle romans en films en tv-series gaat erover. Het helpt zowel slachtoffers als daders om zich op het ergste voor te bereiden.

Maar helaas, de onderzoekers weigerden hun lezers op enig idee te brengen: ze noemden geen voorbeeldantwoorden. Verder kwam er trouwens ook weinig uit hun onderzoek. Ze probeerden aan te tonen dat vooral mensen met een laag EQ (emotionele intelligentie) hun toevlucht namen tot zoiets laags als kwaadwillende creativiteit. Maar dat kwam alleen uit een experiment waarin mensen zoveel mogelijk dingen moesten verzinnen om met een schoen of een baksteen te doen – niet uit het Brian-onderzoek. En trouwens, wat mensen in het Brian-onderzoek voor onaangename plannen verzinnen, zegt misschien ook meer over de boeken die ze lezen en de series die ze bekijken, dan over de manier waarop ze zich écht op kantoor gedragen.

Kortom: meer onderzoek is dringend nodig. Ik verheug me er nu al op en hoop dat er in detail verslag van wordt gedaan. Kom op psychologen, het kan levens redden!

    • Ellen de Bruin