Kleine poppen werden grote monsters

Dankzij zijn animaties zijn ook mindere films klassiekers geworden. Ray Harryhausen maakte van kleine poppen gevaarlijke monsters.

Een bezoekje aan de bioscoop bepaalde de levensloop van special effects-pionier Ray Harryhausen. In Los Angeles zag hij als 13-jarige King Kong en was onmiddellijk gefascineerd door de angstwekkende reuzenaap. Hij ging aan de slag met kleimodellen en een geleende camera. Dat was het begin van een loopbaan die hem tot een van de allergrootsten in zijn vak zou maken. George Lucas, Steven Spielberg, Tim Burton – voor allemaal was zijn werk een inspiratiebron.

Ray Harryhausen is gisteren op 92-jarige leeftijd in Londen overleden. Niet alle films waar hij aan meewerkte zijn klassiekers, maar de effectscènes in die films zijn dat vaak wel. Zijn meest geslaagde films zijn The Seventh Voyage of Sinbad (1958) en Jason and the Argonauts (1963) – door acteur Tom Hanks bestempeld tot de „beste film aller tijden”. De film waarop Harryhausen zelf buitengewoon trots was, Clash of the Titans (1981), kreeg enkele jaren geleden nog een remake in 3D.

Harryhausen bracht de zogeheten stopmotiontechniek tot grote hoogte, waarbij met schaalmodellen en miniscule bewegingen de illusie van actie – frame voor frame – wordt opgeroepen. Hij ontwikkelde een techniek waarbij dankzij splitscreens de acteurs direct op zijn fantasiemonsters leken te reageren.

Harryhausen streefde naar maximale geloofwaardigheid en realisme, maar de huidige digitale techniek vond hij te vloeiend – de magie ging daarbij volgens hem voor een groot deel verloren.

Harryhausen groeide op in Los Angeles als kind van Amerikaans-Duitse ouders. Begin jaren veertig vond hij zijn eerste baan in de filmindustrie, toen hij ging werken voor Willis O’Brien, die verantwoordelijk was geweest voor de effecten in King Kong.

    • Peter de Bruijn