‘Je moet ‘fado’ niet te nauw begrenzen. Het gaat om het gevoel’

De Portugese zangeres Ana Moura (34) wordt geroemd als de grootste fadista van haar generatie. Maar ze zingt ook pop en blues. „Ik ben van de gelukkige generatie.”

A fadista heet het nummer op haar jongste album, waarin Ana Moura zingt over een traditionele zangeres van fado, het melancholieke genre dat sinds jaar en dag een van Portugals bekendste cultuuruitingen is.

De tekst beschrijft hoe een vermoeide vrouw in een nauwsluitende zwarte jurk en met lange zwarte haren laat op de avond naar haar dagelijks werk in een fadohuis (casa de fado) loopt, en door voorbijgangers voor een vrouw van lichte zeden wordt aangezien. Aan de fado, de kunstvorm die bij uitstek het Portugese mal de vivre vertolkt, kleefde tegelijkertijd iets van bohème, van maatschappelijke marginaliteit.

„Maar dat was in een andere generatie”, lacht Ana Moura (34). „Dat soort vooroordelen zijn verdwenen.” Zeker – zij heeft lange zwarte haren, en bij optredens draagt ze ook nog wel eens zo’n lange zwarte jurk. Maar marginaal is zij geenszins: wel de internationaal nu meest bekende Portugese zangeres die fado zingt, maar net zo lief een bluesy versie van Joni Mitchells A case of you, in het Engels, of als gast in spijkerbroek naast de Rolling Stones of Prince op een podium gaat staan.

Moura is een vertegenwoordiger van de ‘novo fado’, de generatie Portugese artiesten geboren in de jaren nadat Portugal in 1974 de treurnis van decennia fascistische dictatuur had afgeworpen en een nieuwe levensvreugde de cultuur binnensloop. De geestige titelsong van haar jongste album Desfado steekt zelfs de draak met de Portugese hang naar het melancholieke: „Ach, hoe treurig is mijn plezier/ ach, hoe fijn is mijn diepe droefenis.”

„Ik maak deel uit van wat in de Portugal ‘de gelukkige generatie’ genoemd wordt”, zegt Ana Moura. „Wij hebben geleerd om te genieten van het leven. Maar we blijven natuurlijk Portugezen, en die zijn nu eenmaal hoogst emotioneel en contemplatief. Ik ook. Zo ben je vrolijk, en vijf minuten later diep bedroefd. Misschien is het de nabijheid van de zee, die Portugezen zo makkelijk van stemming doet wisselen: eb en vloed en de oneindigheid.”

Haar carrière begon tien jaar geleden. Moura’s ouders waren in 1974, toen de dictatuur viel en Portugal zijn koloniën overhaast opgaf, geheel berooid in Portugal aangekomen. Ze groeide op in Cascais, een plaats aan de monding van de Taag, en zong af en toe in een café – geen fado, maar gewone liedjes. Op een avond werd ze daar ontdekt door mensen die haar meenamen naar een feest van kunstenaars en intellectuelen in Lissabon. Binnen de kortste keren stond ze elke avond op de bühne in een vooraanstaand ‘casa de fado’, Señor Vinho.

De mensen die haar toen introduceerden in de wereld van de fado, hebben niet altijd waardering voor de manier waarop zij en andere nieuwe fadistas een loopje nemen met de traditie. Want ofschoon fado pas in de eerste helft van de negentiende eeuw is ontstaan, is er een sterke stroming die een soort orthodoxie voorstaat. „Dat is wel eens moeilijk geweest, in het begin”, zegt Moura. „Ik wilde de mensen die me hadden geïntroduceerd in deze wereld niet teleurstellen. Maar er zijn nu eenmaal zoveel muzieksoorten die mij interesseerden en verschillende muzikanten met wie ik graag wil samenwerken. Mijn generatie is minder tragisch, meer ironisch.

„Ik vind ook niet dat ik de traditionele fado ontrouw ben: op Desfado staan ook zeer traditionele nummers. Je moet de grenzen niet te benauwd trekken: als je A case of you in het Portugees zou vertalen, heb je eigenlijk ook fado. Het zijn het gevoel en de stemming die tellen.”

Van Portugal heeft ze de laatste tijd weinig gezien. Ze is al sinds december op tournee met haar vijf muzikanten: in de Verenigde Staten, Latijns-Amerika en nu door Europa. We spreken haar aan het begin van een serie concerten in Nederland, op een terrasje in Deventer. Hoe schat ze de huidige toestand van haar door crisis geplaagde land in?

„De mensen maken een bedrukte indruk, op elk gebied is het leven moeilijk”, zegt ze. „De mensen zijn te arm om kaartjes voor een concert te kopen, dachten we dus toen we eerder dit jaar in Lissabon en Porto zouden optreden. Maar wat bleek? De mensen zoeken vrolijkheid in de muziek! In Lissabon hebben we zelfs een extra concert ingelast. Dus hoe moeilijk het leven ook wordt, ik heb vertrouwen. Wij blijven de ‘gelukkige generatie’, we hebben geleerd het leven te nemen zoals het komt en zijn sterk, wij kunnen vechten. Als het moet tegen de regering.”

Concerten in Groningen (9/5, Oosterpoort), Eindhoven (11/5, Muziekgebouw) en A’dam (13/5, Paradiso).