Je kunt maar beter komen, ook al hoef je eigenlijk niet

Vreemdelingenbeleid // Asielzoekers moeten al op ‘terugkeergesprek’ terwijl hun beroep nog loopt Wie niet wil, wordt subtiel onder druk gezet Het doet advocaten denken aan de zaak-Dolmatov

Een Oekraïense dame van 86 jaar oud heeft een sticker in haar paspoort, als bewijs dat ze rechtmatig in Nederland is. Ze mag van de rechter blijven om de uitkomst van haar bezwaarprocedure over haar verblijfsvergunning af te wachten. Tóch kreeg ze eind april een oproep van de Dienst Terugkeer en Vertrek. Of ze alvast op gesprek wil komen.

De advocate van de Oekraïense, Barbara Wegelin van Everaert advocaten, moet dan eerst de vrouw en haar familie geruststellen. „Zij denken bij zo’n brief direct dat mevrouw terug moet.” Wegelin laat aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) weten dat haar cliënte momenteel rechtmatig in Nederland is en dus niet naar het terugkeergesprek komt. Ze krijgt antwoord: als haar cliënte wegblijft, zal de DT&V-medewerker daar een notitie van maken, schrijft hij. „En komt mevrouw in een later stadium misschien voor onverwachte gebeurtenissen te staan.”

Naast deze zaak heeft Wegelin nog twee vergelijkbare dossiers lopen met voorbarige uitnodigingen van de DT&V. Ook hierbij kreeg ze „intimiderende” antwoorden: „Niet komen kan worden beschouwd als niet meewerken aan terugkeer, ondanks dat dit nu nog niet aan de orde is.”

Onderlinge communicatie

De manier van werken doet Wegelin denken aan de fouten die vreemdelingeninstanties maakten in de zaak rond de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov, die zelfmoord pleegde in zijn cel in detentiecentrum Rotterdam. Door technische fouten en gebrek aan onderlinge communicatie stond hij onterecht als ‘uitzetbaar’ in de systemen.

Ook bij de Oekraïense vrouw hebben Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek onderling geen contact gehad, denkt de advocate. „De IND heeft mij excuses gemaakt, omdat van alles was misgegaan bij de medische beoordeling van deze vrouw. Dan gaan zij toch niet de Dienst Terugkeer en Vertrek inschakelen om tóch een terugkeergesprek te voeren? De IND zou moeten zeggen: stop, wij onderzoeken deze zaak nog.”

Tijdens het debat in de Tweede Kamer over wat er misging rond de Rus Dolmatov kwam steeds de mogelijke „ambtelijke onverschilligheid” van onder andere de IND en DT&V terug. Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) wilde toen vooral niet generaliseren: „We moeten oppassen dat we alle mensen die met ziel en zaligheid hun werk in de vreemdelingenketen doen, nu wegzetten als onverschillig en onzorgvuldig.”

Natuurlijk valt over de werkhouding van werknemers van IND en DT&V amper iets algemeens te zeggen, zegt ook asieladvocaat Marq Wijngaarden. Hij stond Aleksandr Dolmatov bij en werkt al jaren als specialist vreemdelingenrecht bij Böhler advocaten. „Ik kan alleen vaststellen dat de IND een op afwijzing gerichte organisatie is. En niet primair op een eerlijke of zorgvuldige behandeling van aanvragen voor een verblijfsvergunning. Iedere mogelijkheid om af te wijzen wordt ook gebruikt, hoe futiel ook. Vaak moet je procederen, een enkele keer valt het mee.”

Ook asielzoekers die Wijngaarden bijstaat, krijgen prematuur gespreksuitnodigingen van de DT&V. „Ik adviseer mijn cliënten om wel naar die gesprekken te gaan en duidelijk te maken dat ze nog in beroep zijn. Dat terugkeer dus nog niet aan de orde is.” Verder ziet Wijngaarden dat de IND groepen mensen verschillend behandelt. Aanvragen van kennismigranten vormen amper een probleem, terwijl hij bijvoorbeeld voor Turkse Koerden standaard naar de rechter moet. „Die worden bijna nooit in één keer toegelaten.” Wegelin herkent die werkhouding bij de IND: vreemdelingen die economisch iets te bieden hebben, worden anders behandeld dan degenen bij wie economisch belang op het eerste gezicht lijkt te ontbreken.

Ongerijmde wending

Vanuit de wetenschap is onlangs vastgesteld dat de IND onvoldoende samenwerkt met degenen om wie het gaat. Pieter van Reenen werkt als hoor- en beslismedewerker bij de IND en deed vorig jaar voor zijn rechtenstudie onderzoek naar de verhoudingen tussen IND en vreemdelingen. Volgens Europese regels moet de immigratiedienst „relevante elementen” van de aanvraag samen met de asielzoeker beoordelen. De IND voldoet niet aan die eis, schrijft Van Reenen in zijn afstudeerscriptie, vooral niet waar het om asielzoekers zonder geldige papieren gaat.

„Een enkele vaagheid of ongerijmde wending is al genoeg om het hele relaas ongeloofwaardig te achten”, schrijft hij. Voor getraumatiseerden is het vaak moeilijk om zonder tegenstrijdigheden hun verhaal te doen – ze herinneren zich data of plaatsen niet, schamen zich of zwijgen als strategie. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moet daarom de geloofwaardigheid van zo’n asielrelaas „in zijn gehele context” bezien worden. Maar bij de IND beoordeelt één individuele ambtenaar of er al dan niet een breder onderzoek moet komen. De rechter mag dat feitenrelaas vervolgens alleen marginaal toetsen. Deze groep asielzoekers heeft zo „een zware dobber” aan de geloofwaardigheidsbeoordeling, concludeert Van Reenen.

Onfatsoenlijk

Op zich, vertelt advocate Barbara Wegelin, is de werkrelatie tussen de DT&V, IND en haar kantoor goed – Everaert is gespecialiseerd in migratierecht. „Maar die verhouding komt de laatste maanden steeds meer onder druk te staan.” Ze geeft nog een voorbeeld. Eind maart ging ze met een Marokkaanse moeder en drie kinderen – alle drie minderjarig en in Nederland geboren – naar een loket van de IND in Hoofddorp. Tot dan waren zij uit beeld gebleven van de Nederlandse overheid, nu vroegen ze een vergunning voor de drie kinderen aan, niet voor moeder. De vreemdelingenpolitie zat al te wachten bij het loket, en nam ze alle vier mee. „Onfatsoenlijk, afkeurenswaardig en onzorgvuldig”, vindt Wegelin.

De Kinderombudsman geeft haar gelijk. In een rapport van begin vorig jaar behandelt hij een vergelijkbare klacht over hetzelfde IND-loket. Toen werd een Turkse mevrouw, die voor zichzelf en haar tienjarige dochter een aanvraag kwam doen, staande gehouden en meegevoerd. „Niet behoorlijk”, schrijft de ombudsman. Het ministerie van Veiligheid en Justitie liet toen weten de klacht „niet gegrond” te achten.

Bij Everaert stuurde een collega van Wegelin – al tientallen jaren actief als vreemdelingenadvocaat – naar aanleiding van het voorval in maart een e-mail naar een van zijn contacten bij de IND. Hij wilde bespreken of een verandering van werken mogelijk zou zijn. Cliënten durven immers geen aanvraag meer te doen als zo’n dreiging bestaat om te worden meegenomen. Wegelin: „We hebben geen reactie gekregen. Ik denk dat dit de houding wel aardig illustreert.”

lees ook het commentaar, pagina 14