Hippe Afghaanse jongeren leven zich uit bij rockconcert

In Afghanistan begint geleidelijk een eigen rockscene te ontstaan. „De meeste Afghanen vinden dat dit niet kan. Maar het geeft ons een gevoel van vrijheid.”

Fans van de Afghaanse band Morcha op het rockfestival Sound Central in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Foto: Jeroen Oerlemans

De bonkige beveiliger aan de rand van het podium, pal naast de speakers, stopt zijn vingers in zijn oren. Hij draagt een zwart lang shirt met bijbehorende wijde broek – een shalwar kameez. Het is de dracht van de meeste Afghaanse mannen. Maar in de concertzaal van het Franse cultureel centrum in het hart van de Afghaanse hoofdstad Kabul, zijn hij en zijn twee collega’s de enigen met traditionele kleding. De zaal zit stampvol hip geklede jongeren. Alle 550 stoeltjes zijn bezet en de gangpaden staan vol. Voor het podium staan tientallen jonge Afghanen te joelen en te springen. On stage: de Afghaanse post-punkband Kabul Dreams.

Al bij de eerste gitaarklanken barst gejuich los. „Sta op, kom naar voren”, roept zanger Suleyman Qardash (23). Joelend bestormen Afghaanse rockers het podium. De beveiliger haalt zijn vingers uit zijn oren en begint mensen van het podium te duwen.

Voor het derde jaar beleeft Kabul het rockfestival Sound Central, georganiseerd door een klein groepje westerse rockfanaten. Fotojournalist Travis Beard, gitarist in een band bestaande uit expats, is de drijvende kracht. Het eerste festival trok nog geen 500 bezoekers, het tweede 1.400 en de editie van dit jaar – vier dagen lang – haalt naar verwachting ruim 4.000 bezoekers. Afghanen betalen 1 dollar, buitenlanders 10.

4.000 rockende jongeren in een land van 35 miljoen mensen, stelt dat wat voor? Jawel, zegt organisator Travis Beard. „Er was hier niets op popgebied, maar wij kweken nu een publiek. We laten Afghaanse jongeren zien dat ook zij een band kunnen beginnen.” Op het hoofdpodium spelen rockbands. Aan de achterzijde van het centrum is een podium voor elektronische muziek en in de grote tuin aan de voorzijde exposeren fotografen. Ruim 30 groepen treden op, bijna allemaal Afghaans. „Er begint een scene te onstaan”, zegt Travis. „Leven in de brouwerij.”

Aan de andere kant van de hoge, dikke muren met prikkeldraad, gromt het grimmige Kabul. Het zwaar beveiligde ministerie van Buitenlandse Zaken is om de hoek. Afghaanse agenten met automatische wapens bewaken het nabij gelegen kruispunt. Op het festivalterrein lijkt die wereld ver weg. Niemand is gewapend, zelfs de beveiligers niet.

Bij het elektropodium staan jongens te breakdancen op Afghaanse tapijten, begeleid door een keiharde mix van hiphop en techno. Twee jonge vrouwen, die er alles behalve hiphop uitzien met hun hoofddoeken en lange jassen, zijn in de weer met verfspuitbussen. Ze maken graffiti op een groot doek. ‘Kabul’, luidt de tekst. „Een ode aan onze stad. Veel jongeren willen weg. Wij niet”, zegt Mehria (21). „De meeste Afghanen vinden dat dit niet kan. Maar het geeft ons een gevoel van vrijheid.”

Basir Shakeri (21) draagt een groot zwart brilmontuur zonder glazen en een strakke spijkerbroek. Hij hijgt nog van het breakdancen. Zijn groep Face Off ontstond vier jaar geleden toen hij en zijn vrienden via internet breakdance ontdekten. Tijdens het festival vorig jaar raakten de jongens in de ban van rock. „Nu hebben we ook een rock act. Die energie is echt te gek.” Een dag later staat de groep op het hoofdpodium. Aan het einde van het optreden slaat Basir een akoestische gitaar aan diggelen. De eerste publieke gitaarmoord op Afghaans podium, beweert hij. De groep heeft het niet makkelijk. Ze werden uit hun oefenruimte gezet. „Omdat we geen traditionele Afghaanse liedjes maken.” Een paar maanden geleden probeerde Face Off een videoclip op te nemen. „We werden gearresteerd en ondervraagd door agenten in burger. Ze vonden onze muziek goddeloos. Ze lieten ons pas vrij toen we een verklaring ondertekenden dat we nooit meer muziek zouden maken.”

Nargis (20) zit met twee vriendinnen in de tuin bij te komen van het concert van metal band District Unknown. Voor haar was de eerste dag van het festival het hoogtepunt, toen uitsluitend vrouwen mochten komen. De organisatie had onder meer vrouwen uit blijf-van-mijn-lijf huizen, gevlucht voor hun gewelddadige echtgenoten en familieleden, uitgenodigd. „Vrouwen gooiden hun hoofddoek af en dansten, terwijl ze nog nooit zulke muziek hadden gehoord.”

Maar wat als dit de laatste keer was dat Sound Central wordt gehouden? Misschien kloppen de Talibaan weer aan de poort als in 2014 de internationale troepenmacht vertrekt. „Als de Talibaan ons dit proberen af te nemen, pakken we een wapen en gaan we tegen ze vechten.” Haar vriendinnen knikken instemmend. Ze kijken grimmig. Even is de oorlog terug. Dan zet een band op het hoofdpodium een zware riff in. De zaal juicht zo hard, dat het buiten te horen is.