Het geld regeert in Frankrijk - en Hollande laat dat zo

De Franse president Hollande doet het zeer slecht in de peilingen. „Te normaal voor dit bijzondere ambt”, meent Tinneke Beeckman.

François Hollande werd een jaar geleden door het Franse volk tot president gekozen. Maar de liefde is al voorbij: volgens de peilingen is Hollande de minst populaire president van de Vijfde Republiek, dus sinds 1958. Hij zakte in tien maanden dieper dan Chirac, de vorige recordhouder, in tien jaar. De crisis toont de onmacht van nationale politici om antwoorden te bieden op globalisering.

Deels ligt het aan Hollande zelf: hij presenteert zich als ‘normale’ president, en die stijl valt tegen. Zijn functie verdraagt geen normaliteit. Charles de Gaulle, die de grondwet herschreef om de president meer macht te geven, zei dat hij mysterie nodig had om te regeren.

Maar het probleem is fundamenteler. De crisis van Hollande betreft niet alleen de persoon. Franse politici hebben geen antwoord op de keerzijde van globalisering die de meerderheid van de bevolking treft. Meer nog, wie vandaag aan de top staat, heeft vaak zelf baat bij die globalisering. Dat geldt evengoed voor linkse als voor rechtse politici. Ze kunnen de kloof met de bevolking dan ook moeilijk dichten. Linksere partijen, zoals Front de Gauche van Mélenchon, dromen openlijk van een ‘zesde’ republiek, waarin de bevolking meer democratische macht naar zich toe trekt. Maar dat lost het gebrek aan nationale soevereiniteit niet op.

Twee schandalen met Hollandes medewerkers illustreren het conflict. Ten eerste is er het geval Jérôme Cahuzac, de strenge minister van Begrotingen en voorstander van besparingen. Een schijnbaar competente man, tot uitlekt dat hij een geheime rekening heeft in Zwitserland en aldus voor zichzelf op de bezuinigingen een uitzondering maakt. Na maanden ontkennen neemt hij ontslag. Hollande blijft perplex achter.

Ten tweede is er Jean-Jacques Augier, de penningmeester van Hollandes campagne. Hij is een briljante fiscalist en vriend van de president. In maart onthult Le Monde dat Augier een ‘offshore’-bedrijf heeft op de Kaaimaneilanden. Niets illegaals, waarschijnlijk. Maar wel pijnlijk voor een president die gekozen is met de belofte de financiële wereld te laten betalen voor de crisis.

Welke voorstellen lanceert Hollande dan? Hij wil het politieke leven ‘moraliseren’. Voortaan moeten gekozenen hun bezittingen publiek maken. Lijstjes met welgestelde en minder welgestelde ministers verschijnen in de krant. Maar dat lost niets op. De maatregel wakkert vooral voyeurisme aan. Maar hij onthult de banden tussen politiek en belangengroepen niet. Zo onderneemt Hollande niets tegen de connecties tussen hoge ambtenaren van financiën en de bankwereld. Toch ligt daar de kern van het probleem. Terwijl Hollande moraliseert, blijft de invloed van het geld op de politieke macht onveranderd groot.

Een oud verhaal met een nieuwe wending. In Le Président’ – een film uit 1961 van Henri Verneuil met briljante dialogen van Michel Audiard – speelt Jean Gabin een ontmoedigde Franse president. Hij wil in het parlement een ontwerp voor een Verenigd Europa laten stemmen, maar de meerderheid wijst zijn plan af. Tegelijk weet hij dat er in stilte al een nieuw plan klaar ligt voor Europa, op maat van de financiële wereld. Als laatste protestdaad voor zijn ontslag klaagt hij in de Assemblée de invloed van belangengroepen op de politiek aan. Een woedend parlementslid protesteert dat er ook linkse zakenmensen zijn. Ja, antwoordt de president, en er zijn ook vliegende vissen, maar ze maken niet de meerderheid van de soort uit.

Die lucide president lijkt op Georges Clemenceau en op Charles de Gaulle. Die laatste liet optekenen dat Frankrijks vijand ‘het geld’ was. Hollande verklaarde iets dergelijks: de echte vijand „heeft geen gezicht, komt niet op bij verkiezingen en regeert toch”. Met die uitlatingen leek Hollande meer op De Gaulle dan op tegenstander Sarkozy.

Meer dan ooit staat de president machteloos tegenover de wereld om hem heen. Lichtpuntje is dat de Fransen in zijn eerlijkheid geloven. De malaise betreft niet zozeer de persoon als wel de invulling van de functie. Geen ‘normale president’ zonder macht maar een buitengewone figuur mét macht kan het ambt in ere herstellen.

Tinneke Beeckman is blogster en columniste in België.