Een jongen van 15 kan het beter

Kantoortypes // Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week: de Verbluffend Incompetente Collega Weet niets, kan niets. Altijd wordt het een fiasco

Hij heeft geen idee. Dus als hij komt aanlopen, zegt hij altijd ‘praat me even bij’, ook als hij alleen maar van het toilet komt. Als je hem wijst op een fout zegt hij ‘daar was ik nét naar aan het kijken’. Als hij iets voorstelt, volgt altijd een stilte.

En begint iedereen over iets anders.

Dit is de Verbluffend Incompetente Collega.

Type niet te gelóven zo slecht. Weet niets, komt met niets, kan niets. Weet in één oogopslag een situatie volkomen verkeerd te beoordelen. Kan niks beginnen, maar kan ook niks afmaken, aanvullen of beter maken. Niet met internet, niet met collega’s, niet met dingen. Het maakt dus niet uit op wélk moment hij in de cyclus gebracht wordt, altijd komt hij met de verkeerde opmerking, de verkeerde map of de verkeerde man. Altijd wordt het een fiasco. Hij is de collega van wie je denkt: iedereen kan jouw werk beter doen: die leuke, frisse jongen bij de balie, je buurjongen van 15. Of die pittige tante bij wie je altijd je koffie haalt bij de Starbucks.

Iedereen werkt om hem heen, in grote bogen, en iedereen heeft daarvoor de routekaart. Soms zeggen ze dat de vergadering een uur later begint. En dan beginnen ze vast zonder hem. Of ze vragen of hij een paar vrije dagen wil nemen als er écht iets belangrijks is. Of ze leiden hem af, of ze praten door hem heen als hij iets zegt.

Er is veel mailverkeer achter zijn rug. Om alles nog even goed af te stemmen zonder dat hij erbij is. Om zijn fouten en blunders op te vangen. Sommigen hebben wel eens geprobeerd iets tegen hem te zeggen. Maar daar zijn ze mee opgehouden, omdat hij toch altijd weer een smoes verzint. Ja, zegt hij dan. Ik had niet genoeg ruimte om dat uit te leggen. Of: had ik wel gewild, maar er was geen tijd meer voor. Het meest verbluffende: hoe hoog-van-de-torenboos hij wordt als je zegt dat iets niet deugt aan wat hij heeft gedaan.

Iemand heeft hem aangenomen. Dat moet wel. Want je hebt ooit gezien dat hij een loonstrook kreeg. Maar wie dat was, weet niemand meer. Die is natuurlijk ook allang weer weg. Of ‘kan het zich niet herineren’. Of hij zit zich er bij de concurrent nog steeds om te bescheuren.

Natuurlijk weet hij het zelf ook, dat het niet goed gaat. Maar hij denkt dat het nog heel erg meevalt. Dus zit hij niet in een hoekje onschadelijk te wezen, maar is hij vooruit gevlucht. Gaat hij er groots en meeslepend op uit, praat hij mee, maakt hij opzetten, bevraagt hij mensen, prognosticeert hij, Excelt hij en print hij dikke rapporten.

Natuurlijk moet hij een andere baan. Maar het enige wat de directie kan verzinnen, is hem steeds hogerop promoveren. Je moeder zegt: laat het maar in het honderd lopen. Laat ze er maar achterkomen. Maar mam, zeg je dan. Iedereen wéét het al.

En iedereen wacht af.

    • Japke-d. Bouma