Een chaotische draaikolk van vliegende vuisten

The Grandmaster. Regie: Wong Kar Wai. **

Zelden was de som zoveel minder dan zijn delen als bij The Grandmaster, het kungfu-epos van Wong Kar Wai. Vijf jaar research en filmen, sterren die zich drie jaar lang bekwaamden in vechtstijlen, Tony Leung (Ip Man) die tweemaal zijn arm brak. Zoveel toewijding, zo’n gering resultaat.

Want het is niet goed als je The Grandmaster twee weken na dato volstrekt vergeten bent, terwijl je in het donker toch zes pagina’s volkrabbelde met stijlbloempjes als „de een gedijt in het licht, de ander in het duister, dat bepaalt het leven voor ons”. Zelfs geen stemming beklijft, terwijl dat toch de kracht van Wong Kar Wai is, grootmeester van gedoemde erotiek en onbestemde melancholie.

Het probleem is niet stijl zonder substantie, al oogt de film verrukkelijk. Bij Wong Kar Wai wordt kungfu een visueel ballet van voeten in close-up, zinderende blikken, waterdruppels in slowmotion. Zijn overrijpe decors baden in diffuus licht, met diep verzadigde kleuren en de camera achter bewasemd glas, tralies of gaas opgesteld – Wong Kar Wai is een voyeur, en wij met hem.

Dat The Grandmaster toch slaapverwekkend is, ligt aan het gebrek aan verhalende discipline en focus. Wong Kar Wai, van origine gek genoeg scenarioschrijver, filmt zoekend, zonder vast script. Dat werkt bij twee mensen en onvervuld verlangen, maar wordt hem fataal in een epos dat een halve eeuw Chinese geschiedenis paart aan levensverhalen van kungfumeesters, hun onderlinge relaties en vechtstijlen.

Opvallend daarbij is dat Ip Man, trainer van Bruce Lee en Chinees cultheld, in zijn uit marmer gehouwen waardigheid zo kleurloos blijft. Ook Wong Kar Wai lijkt zich met hem te vervelen: diens emotionele nadir – twee dochters verhongeren – wordt afgeraffeld omdat de film dan gaat over de wraak van juffrouw Gong Er op de dood van haar vader. Die episode illustreert dat men elkaar in kungfu niet uit wrok in elkaar tremt, maar vol liefde en toewijding. En de erotiek die smeult tussen Gong Er en Ip Man – smeult, liefde is bij Wong Kar Wai zelden een contactsport – belichaamt de spanning tussen de dansende Bagua-stijl en Ip Mans Wing Tsun-stijl, die draait om balans en houding.

Om zoiets eruit te halen, moet men zich flink inlezen. Anders resteert een chaotische draaikolk van vliegende vuisten rond een emotioneel vacuüm, Ip Man. Treurig als een film smoort in zoveel ambitie.