Een Catalaanse allemansvriend

Volgens de kalender was het natuurlijk alláng lente. Helaas merkten we daar niet veel van. Tot deze week. Sensationeel vind ik het, iedere keer weer, om de natuur zo te zien exploderen. Reeds lang doodgewaande struiken komen plots weer tot leven in een waas van lichtgroene blaadjes en links en rechts knallen de vergeet-mij-nieten de grond uit. Dat moet gevierd. Vandaag daarom een recept voor Romesco-saus. Een gerecht dat in de Spaanse regio Catalonië traditiegetrouw wordt geserveerd bij geroosterde calçots – een soort uit de kluiten gewassen lente uitjes – om het voorjaar feestelijk in te luiden

Romesco dient eigenlijk te worden gemaakt met nyora paprika’s, maar die liggen hier niet in de winkels. Geen nood, met een paar Hollandse rode paprika’s lukt het ook. Zorg wel dat u een stel rijpe te pakken heeft, niet van die bleek-oranje knoepers, want die smaken naar niks.

Snij de paprika’s in vieren, haal de zaadlijsten eruit en leg ze met het vel naar boven in een bakblik. Snij de tomaten doormidden, snij het kroontje weg en leg ze met de snijkant naar beneden in het blik. Leg er ook twee flinke, ongeschilde knoflooktenen naast. Begiet alles met wat olijfolie, strooi er zout en peper over en zet een half uur in de oven, op 180 graden.

Rooster de noten in een droge koekenpan tot ze geuren en kleuren. Begiet de sneetjes oud stokbrood met olijfolie en bak deze ook in de koekenpan, aan beide zijden, tot ze mooie bruine randjes hebben. Schep de noten in de keukenmachine en maal ze goed fijn. Doe dan het brood erbij en vermaal tot kruimels. Haal het bakblik uit de oven en laat alles wat afkoelen. Pulk de velletjes van de tomaten en indien gewenst van de paprika’s. Ik laat ze er altijd opzitten, maar sommige mensen schijnen daar maagpijn van te krijgen. Duw de knoflooktenen uit hun schillen en doe ze met de paprika’s, de tomaten en het vocht dat achtergebleven is in het bakblik, in de keukenmachine. Voeg een flinke scheut goede olijfolie toe en maal alles tot een mooie saus. Breng deze op smaak met zout, versgemalen peper, een eetlepel azijn, wat citroensap, wat chilivlokken of een fijngehakt half pepertje en een afgestreken theelepel pimentón (gerookt paprikapoeder). Ik gebruikte de zachte (dulce) versie, maar kan me voorstellen dat de pikante variant ook goed werkt.

Romesco-saus is een allemansvriend. Hij smaakt heerlijk bij gegrilde groente, vlees en vis, couscous of geroosterde aardappeltjes. En is ook erg lekker op een (picknick)- broodje. Waarover volgende week meer.